Inhoudsopgave Genesis Volgende 5 hoofdstukken

Genesis > Hoofdstuk 1 - 5

Genesis 1

De schepping van hemel en aarde

1In het begin schiep God de hemel en de aarde. BerenshitBelcampo - GenesisDe schepping volgens Marcus van LoopikJacobus Revius - ScheppingeBijbelse kosmologieRoger Raveel - GenesisAmsterdam - De schepping van de zon, maan en sterrenJean Kamps - Genesis en Exodus in 25 schilderijen 2De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water. Martinus Nijhoff - Awater

3God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. 4God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis;Louis Couperus - Jahve 5het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.Jacob van Maerlant - Spiegel HistoriaelJos de Haes - Avond en morgen IDe Statenvertaling van 1637Antwerps kabinetMarcus van Loopik - De eerste scheppingsdag

6God zei: ‘Er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt.’ 7En zo gebeurde het. God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven.Bloemlezing Genesis-verhalen 2 8Hij noemde het gewelf hemel. Het werd avond en het werd morgen. De tweede dag.Marcus van Loopik - De tweede scheppingsdag

9God zei: ‘Het water onder de hemel moet naar één plaats stromen, zodat er droog land verschijnt.’ En zo gebeurde het.Rik Launspach - 1953 10Het droge noemde hij aarde, het samengestroomde water noemde hij zee. En God zag dat het goed was.De bijbelse wereldClaes Jansz. Visscher - Azië

11God zei: ‘Overal op aarde moet jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin.’ En zo gebeurde het.Karel van Mander (I) - De mensheid voor de zondvloed 12De aarde bracht jong groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was.ScheppingsdagFrank van Hemert - Drie dagenJ.C.J. van der Heyden - Scheppingsdag 13Het werd avond en het werd morgen. De derde dag.Marcus van Loopik - De derde scheppingsdag

14God zei: ‘Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren, 15en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.’ En zo gebeurde het. 16God maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over de nacht te heersen, en ook de sterren. 17Hij plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, 18om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis. En God zag dat het goed was. 19Het werd avond en het werd morgen. De vierde dag.Marcus van Loopik - De vierde scheppingsdag

20God zei: ‘Het water moet wemelen van levende wezens, en boven de aarde, langs het hemelgewelf, moeten vogels vliegen.’ 21En hij schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en ook alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was.Renate Dorrestein - Verborgen gebreken 22God zegende ze met de woorden: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde.’ 23Het werd avond en het werd morgen. De vijfde dag.Marcus van Loopik - De vijfde scheppingsdag

24God zei: ‘De aarde moet allerlei levende wezens voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren.’ En zo gebeurde het. 25God maakte alle soorten in het wild levende dieren, al het vee en alles wat op de aardbodem rondkruipt. En God zag dat het goed was.Maerten de Vos - En God zag dat het goed was.Meester van de Vederwolken - De schepping van hemel en aardeMeesters van Otto van Moerdrecht - De schepping

26God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’Frans Fransen - Puk en Muk door AfrikaJohannes Baptista Collaert I naar ontwerp van Maerten de Vos - EvaAmsterdam - Adam in het paradijsOnbekend - God rust op de zevende dag 27God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen.LilitPaul Claes - Dochters van EvaAlex Verburg - Dwalingen 28Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’Rentmeesterschap 29Ook zei God: ‘Hierbij geef ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn. 30Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef ik de groene planten tot voedsel.’ En zo gebeurde het. 31God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag.Anoniem, Zuid Nederlands - Adam en Eva in paradijselijke dierentuinMarcus van Loopik - De zesde scheppingsdag

Genesis 2

Rinke Nijburg - God terwijl hij uitrust van zijn scheppingswerk
Marcus van Loopik - De zevende scheppingsdag

1Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid.Bloemlezing Genesis-verhalen 2 2Op de zevende dag had God zijn werk voltooid, op die dag rustte hij van het werk dat hij gedaan had. 3God zegende de zevende dag en verklaarde die heilig, want op die dag rustte hij van heel zijn scheppingswerk.Unit Gloria - In the beginningRinke Nijburg - God terwijl hij uitrust van zijn scheppingswerkMarcus van Loopik - De zevende scheppingsdag

4Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde. Zo ontstonden ze, zo werden ze geschapen.

De tuin van Eden

In de tijd dat God, de HEER, aarde en hemel maakte,J. J. L. ten Kate - De ScheppingJheronimus Bosch - De schepping (buitenkant van de Tuin der lusten)Marcus van Loopik - De achtste dag 5groeide er op de aarde nog geen enkele struik en was er geen enkele plant opgeschoten, want God, de HEER, had het nog niet laten regenen op de aarde, en er waren geen mensen om het land te bewerken; 6wel was er water dat uit de aarde opwelde en de aardbodem overal bevloeide. 7Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen.Henk van Ulsen - Job op Schokland

8God, de HEER, legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste hij de mens die hij had gemaakt.Hof van Eden 9Hij liet uit de aarde allerlei bomen opschieten die er aanlokkelijk uitzagen, met heerlijke vruchten. In het midden van de tuin stonden de levensboom en de boom van de kennis van goed en kwaad.

10Er ontspringt in Eden een rivier die de tuin bevloeit. Verderop vertakt ze zich in vier grote stromen. 11Een daarvan is de Pison; die stroomt om heel Chawila heen, het land waar goud gevonden wordt. 12(Het goud van dat land is uitstekend, en er is daar ook balsemhars en onyx.) 13De tweede rivier heet Gichon; die stroomt om heel Nubië heen. 14De derde rivier heet Tigris; die loopt ten oosten van Assyrië. De vierde ten slotte is de Eufraat.Jan Everts Cloppenborgh - Geographische Beschrijving Van Het Paradijs

15God, de HEER, bracht de mens dus in de tuin van Eden, om die te bewerken en erover te waken. 16Hij hield hem het volgende voor: ‘Van alle bomen in de tuin mag je eten, 17maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.’Verboden vruchtCornelis Cornelisz. van Haarlem - De zondevalManuel Claasen - In Memoriam Paradisi

18God, de HEER, dacht: Het is niet goed dat de mens alleen is, ik zal een helper voor hem maken die bij hem past. 19Toen vormde hij uit aarde alle in het wild levende dieren en alle vogels, en hij bracht die bij de mens om te zien welke namen de mens ze zou geven: zoals hij elk levend wezen zou noemen, zo zou het heten. 20De mens gaf namen aan al het vee, aan alle vogels en alle wilde dieren, maar hij vond geen helper die bij hem paste. 21Toen liet God, de HEER, de mens in een diepe slaap vallen, en terwijl de mens sliep nam hij een van zijn ribben weg; hij vulde die plaats weer met vlees.Dat is een rib uit je lijf 22Uit de rib die hij bij de mens had weggenomen, bouwde God, de HEER, een vrouw en hij bracht haar bij de mens.Jacob Cats - HouwelickParadijslandschap met de schepping van EvaReisbestekAnoniem, Holland - Biblia Pauperum, p. 26 (.f.)Wernardus Franciscus van Beugen - Reisbestek en bijpassend foedraal met scènes uit het oude en het nieuwe testamentJan (I) Brueghel - Paradijslandschap met de schepping van Eva 23Toen riep de mens uit:

‘Eindelijk een gelijk aan mij,
mijn eigen gebeente,
mijn eigen vlees,
een uit een man gebouwd.’ Ludolf van SaksenLudolf van Saksen - Adam en Eva betreden het paradijs

24Zo komt het dat een man zich losmaakt van zijn vader en moeder en zich hecht aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam wordt.Man en vrouw zijn éénPaul Claes - Dochters van Eva

25Beiden waren ze naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze schaamden zich niet voor elkaar.Een paradijselijke gevelsteenAdam en Eva - Gebr. Van EyckHet Lam Gods - Gebr. Van EyckPieter Coecke van Aelst - Drieluik met in het midden de kruisiging, op de linkervleugel Adam en Eva en op de rechtervleugel het offer van AbrahamOnbekend - De schepping van Eva

Genesis 3

1Van alle in het wild levende dieren die God, de HEER, gemaakt had, was de slang het sluwst. Dit dier vroeg aan de vrouw: ‘Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?’Er zit een addertje onder het grasBijbelse teksten, muziek van nuBloemlezing Genesis-verhalen 2Onbekend - De slang verleidt EvaOnbekend - De slang verleidt Eva 2‘We mogen de vruchten van alle bomen eten,’ antwoordde de vrouw, 3‘behalve die van de boom in het midden van de tuin. God heeft ons verboden van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan te raken; doen we dat toch, dan zullen we sterven.’Anoniem - Antwerps Kabinet 4‘Jullie zullen helemaal niet sterven,’ zei de slang. 5‘Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als goden zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad.’

6De vrouw keek naar de boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken. Ze plukte een paar vruchten en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en ook hij at ervan.Een lust voor het oogAdamsappelKlokkenkleedjesDe tuin met de appelAdam en Eva - RembrandtAnoniem, Holland - Biblia Pauperum, p. 10 (k)Jan Swart van Groningen - Eva geeft Adam de appel. Op de achtergrond de verdrijving uit het paradijs.Pieter Pouwels - Eva verleid door de slang, pakt de appel van de boom der kennisRembrandt - Adam en EvaAdam en EvaMichiel Coxie - Adam en EvaJ.H. Isings - De eerste ongehoorzaamheid 7Toen gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren. Daarom regen ze vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendenschorten van.AdamskostuumDe zondevalH.J. Schimmel - Een verwelkte knopDe vijgRecept vijgenbroodVijgenblad met vruchtenAdam en EvaOnbekend - In 't Paradijs

8Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen. 9Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’Maerten de Vos - Het paradijs 10Hij antwoordde: ‘Ik hoorde u in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik me.’ 11‘Wie heeft je verteld dat je naakt bent? Heb je soms gegeten van de boom waarvan ik je verboden had te eten?’ 12De mens antwoordde: ‘De vrouw die u hebt gemaakt om mij ter zijde te staan, heeft mij vruchten van de boom gegeven en toen heb ik ervan gegeten.’ 13‘Waarom heb je dat gedaan?’ vroeg God, de HEER, aan de vrouw. En zij antwoordde: ‘De slang heeft me misleid en toen heb ik ervan gegeten.’

14God, de HEER, zei tegen de slang:
‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan,
het vee zal je voortaan mijden,
wilde dieren wenden zich af;
op je buik zul je kruipen
en stof zul je eten,
je hele leven lang.
15Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw,
tussen jouw nageslacht en het hare,
zij verbrijzelen je kop,
jij bijt hen in de hiel.’Anoniem - Klokkenkleedje met de voorstelling van Adam en EvaAnoniem, Holland - Biblia Pauperum, p. 1 (a)
16Tegen de vrouw zei hij:
‘Je zwangerschap maak ik tot een zware last,
zwoegen zul je als je baart.
Je zult je man begeren,
en hij zal over je heersen.’Rik Launspach - 1953
17Tegen de mens zei hij:
‘Je hebt geluisterd naar je vrouw,
gegeten van de boom die ik je had verboden.
Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan,
zwoegen zul je om ervan te eten,
je hele leven lang.
18Dorens en distels zullen er groeien,
toch moet je van zijn gewassen leven.Onder doornen en distelen zaaien
19Zweten zul je voor je brood,
totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen:
stof ben je, tot stof keer je terug.’In het zweet uws aanschijnsn.v.t - Gevelsteen op reinigingshuisHendrik van Wieringen - De aard door zond vervloekt brengt doorn, distel boven

20De mens noemde zijn vrouw Eva; zij is de moeder van alle levenden geworden.Eva 21God, de HEER, maakte voor de mens en zijn vrouw kleren van dierenvellen en trok hun die aan.Onbekend - De schepping van de mens

22Toen dacht God, de HEER: Nu is de mens aan ons gelijk geworden, nu heeft hij kennis van goed en kwaad. Nu wil ik voorkomen dat hij ook vruchten van de levensboom plukt, want als hij die zou eten, zou hij eeuwig leven.Boom des levens, levensboom 23Daarom stuurde hij de mens weg uit de tuin van Eden om de aarde te gaan bewerken, waaruit hij was genomen.Rob Zuidam - Adam in ballingschapReisbestekOnbekend - Adam en Eva uit het paradijs verjaagd 24En nadat hij hem had weggejaagd, plaatste hij ten oosten van de tuin van Eden de cherubs en het heen en weer flitsende, vlammende zwaard. Zij moesten de weg naar de levensboom bewaken.CherubsHet begin in de kleinkunstJoost van den Vondel - Adam in ballingschapHet paradijsJan Swart van Groningen - Eva geeft Adam de appel. Op de achtergrond de verdrijving uit het paradijs.Dirck Pietersz. Crabeth - Adam en Eva na de verdrijving uit het paradijsHerri met de Bles - Het paradijsHugo van der Goes - Diptiek van Wenen (linkerluik: De zondeval)Mary Velthoen - Tree of lifeOnbekend - De verdrijving uit het paradijsJan Soens - Adam en Eva na de zondeval

Genesis 4

Adams zonen

1De mens, Adam, had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en bracht Kaïn ter wereld. ‘Met de hulp van de HEER,’ zei ze, ‘heb ik het leven geschonken aan een man!’BekennenAdamListige vrouwenEvaVoorbeeldige vrouwen 2Later bracht ze zijn broer ter wereld, Abel. Abel werd herder, Kaïn werd landbouwer.KaïnAbelJan van Eyck - Linkerpaneel van het altaar 'Het Lam Gods' met de voorstelling van Eva 3Op een keer bracht Kaïn de HEER een offer van wat hij had geoogst. 4Ook Abel bracht een offer; van de eerstgeboren dieren van zijn kudde koos hij de mooiste uit. De HEER merkte Abel en zijn offer op,Onbekend - Het offer van Abel 5maar voor Kaïn en zijn offer had hij geen oog. Dat maakte Kaïn woedend, zijn blik werd donker.J.H. Isings - BroederhaatNederland (?) - Offers van Kaïn en Abel 6De HEER vroeg hem: ‘Waarom ben je zo kwaad, waarom kijk je zo donker? 7Handel je goed, dan kun je toch iedereen recht in de ogen kijken? Handel je slecht, dan ligt de zonde op de loer, begerig om jou in haar greep te krijgen; maar jij moet sterker zijn dan zij.’ 8Kaïn zei tegen zijn broer Abel: ‘Laten we het veld in gaan.’ Toen ze daar waren, viel hij zijn broer aan en sloeg hem dood.Zoutvat met Kaïn en AbelBoudewijn de Groot - EvaAdam van Vianen - Zoutvat met het offer van AbrahamMary Velthoen - BroedermoordHans Mielich - Di Lasso's boetepsalmen geïllustreerd: Psalm 6:4 9Toen vroeg de HEER: ‘Waar is Abel, je broer?’ ‘Dat weet ik niet,’ antwoordde Kaïn. ‘Moet ik soms waken over mijn broer?’Ben ik mijn broeders hoeder? 10‘Wat heb je gedaan?’ zei de HEER. ‘Hoor toch hoe het bloed van je broer uit de aarde naar mij schreeuwt.Ten hemel schreiend 11Daarom: vervloekt ben jij! Ga weg van deze plek, waar de aarde haar mond heeft opengesperd om het bloed van je broer te ontvangen, het bloed dat jij vergoten hebt. 12Ook al bewerk je het land, het zal je niets meer opbrengen. Dolend en dwalend zul je over de aarde gaan.’Maerten de Vos - Kaïn en Abel 13Kaïn zei tegen de HEER: ‘Die straf is te zwaar. 14U verjaagt mij nu van deze plek en ik mag u niet meer onder ogen komen, en als ik dan dolend en dwalend over de aarde moet gaan, kan iedereen die mij tegenkomt mij doden.’Jan Toorop - De Zang der Tijden 15Maar de HEER beloofde hem: ‘Als iemand jou doodt, zal dat zevenmaal aan hem worden gewroken.’ En hij merkte Kaïn met een teken, opdat niemand die hem tegenkwam hem zou doodslaan.Hij draagt het kaïnsteken aan zijn voorhoofdHet Abelsteken 16Toen ging Kaïn bij de HEER vandaan en hij vestigde zich in Nod, een land ten oosten van Eden.Alexander Cohen - In opstandDer IX Quaesten

17Kaïn had gemeenschap met zijn vrouw, en zij werd zwanger en bracht Henoch ter wereld. Kaïn was toen een stad aan het bouwen en hij noemde die Henoch, naar zijn zoon. 18Henoch kreeg een zoon, Irad. Irad was de vader van Mechujaël, Mechujaël was de vader van Metusaël en Metusaël was de vader van Lamech. 19Lamech nam twee vrouwen; de ene heette Ada, de andere Silla. 20Ada bracht Jabal ter wereld; hij werd de stamvader van hen die in tenten leven en vee houden. 21Zijn broer heette Jubal; hij werd de stamvader van allen die op de lier of de fluit spelen.Johannes Sadeler I - Jubal en de Muziek 22Ook Silla bracht een zoon ter wereld, Tubal-Kaïn; hij was smid en werd de stamvader van allen die brons en ijzer bewerken. De zuster van Tubal-Kaïn heette Naäma. 23Lamech zei tegen zijn vrouwen:

‘Ada en Silla, hoor wat ik zeg!
Vrouwen van Lamech, luister naar mij!
Wie mij verwondt, die sla ik dood,
zelfs wie mij maar een striem toebrengt.
24Kaïn wordt zevenmaal gewroken,

25Opnieuw had Adam gemeenschap met zijn vrouw, en zij bracht een zoon ter wereld. Ze noemde hem Set, ‘want,’ zei ze, ‘God heeft mij in de plaats van Abel, die door Kaïn is gedood, een ander kind gegeven.’Pieter Lastman - De bewening van Abel 26Ook Set kreeg een zoon, die hij Enos noemde. In die tijd begon men de naam van de HEER aan te roepen.1. De schepping

Genesis 5

Van Adam tot Noach

Marlene Dumas - The first people I-IV
Jan van Eyck - Linkerpaneel van het altaar 'Het Lam Gods' met de voorstelling van Adam
Anoniem, Holland - Biblia Pauperum, p. 34 (.o.)

1Dit is de lijst van Adams nakomelingen.

Toen God Adam schiep, de mens, maakte hij hem zo dat hij leek op God.Van Adams wege 2Mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen. Hij zegende hen en noemde hen mens toen zij werden geschapen.Marlene Dumas - The first people I-IV

3Toen Adam 130 jaar was, verwekte hij een zoon die op hem leek, die zijn evenbeeld was. Hij noemde hem Set. 4Na de geboorte van Set duurde Adams leven nog 800 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 5In totaal leefde hij 930 jaar. Daarna stierf hij.Boec vanden houteJan van Eyck - Linkerpaneel van het altaar 'Het Lam Gods' met de voorstelling van Adam

6Toen Set 105 jaar was, verwekte hij Enos. 7Na de geboorte van Enos leefde Set nog 807 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 8In totaal leefde hij 912 jaar. Daarna stierf hij.

9Toen Enos 90 jaar was, verwekte hij Kenan. 10Na de geboorte van Kenan leefde Enos nog 815 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 11In totaal leefde hij 905 jaar. Daarna stierf hij.

12Toen Kenan 70 jaar was, verwekte hij Mahalalel. 13Na de geboorte van Mahalalel leefde Kenan nog 840 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 14In totaal leefde hij 910 jaar. Daarna stierf hij.

15Toen Mahalalel 65 jaar was, verwekte hij Jered. 16Na de geboorte van Jered leefde Mahalalel nog 830 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 17In totaal leefde hij 895 jaar. Daarna stierf hij.

18Toen Jered 162 jaar was, verwekte hij Henoch. 19Na de geboorte van Henoch leefde Jered nog 800 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 20In totaal leefde hij 962 jaar. Daarna stierf hij.

21Toen Henoch 65 jaar was, verwekte hij Metuselach. 22Na de geboorte van Metuselach leefde Henoch nog 300 jaar, in nauwe verbondenheid met God. Hij verwekte zonen en dochters. 23In totaal leefde hij 365 jaar. 24Henoch leefde in nauwe verbondenheid met God; aan zijn leven kwam een einde doordat God hem wegnam.Anoniem, Holland - Biblia Pauperum, p. 34 (.o.)

25Toen Metuselach 187 jaar was, verwekte hij Lamech. 26Na de geboorte van Lamech leefde Metuselach nog 782 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 27In totaal leefde hij 969 jaar. Daarna stierf hij.Zo oud als Methúsalem

28Toen Lamech 182 jaar was, verwekte hij een zoonNoach 29die hij Noach noemde. ‘Deze zoon,’ zei hij, ‘zal ons troost geven voor het werken en zwoegen dat ons deel is omdat de HEER het akkerland heeft vervloekt.’ 30Na de geboorte van Noach leefde Lamech nog 595 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 31In totaal leefde hij 777 jaar. Daarna stierf hij.

32Toen Noach 500 jaar oud was, verwekte hij Sem, Cham en Jafet.