Inhoudsopgave Handelingen Volgende 5 hoofdstukken

Handelingen > Hoofdstuk 1 - 5

Handelingen 1

Jezus opgenomen in de hemel

1In mijn eerste boek, Theofilus, heb ik de daden en het onderricht van Jezus beschreven,Kees Glimmerveen - Judas 2vanaf het begin tot aan de dag waarop hij in de hemel werd opgenomen, nadat hij de apostelen die hij door de heilige Geest had uitgekozen, had gezegd wat hun opdracht was.Noord Nederlands - Opstanding en Hemelvaart van Christus 3Na zijn lijden en dood heeft hij hun herhaaldelijk bewezen dat hij leefde; gedurende veertig dagen is hij in hun midden verschenen en sprak hij met hen over het koninkrijk van God.

4Toen hij eens bij hen was, droeg hij hun op: ‘Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan. 5Johannes doopte met water, maar binnenkort worden jullie gedoopt met de heilige Geest.’Noord Nederlands - Doop van christus in de Jordaan 6Zij die bijeengekomen waren, vroegen hem: ‘Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’ 7Hij antwoordde: ‘Het is niet jullie zaak om te weten wat de Vader in zijn macht heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen plaatsvinden. 8Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’Jan Dijker - De Heilige Geest

9Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen.Constantijn Huygens - HemelvaertHemelvaartRembrandt - HemelvaartAnoniem, Holland - Biblia Pauperum, p. 34 (.o.)omgeving van Lucas van Leyden - Drieluik met nederdaling van de H. GeestLudolf van Saksen - De hemelvaart 10Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen.Onbekend - Hemelvaart 11Ze zeiden: ‘Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.’Hieronymus van Alphen - De hemelvaartPhilips Wouwerman - De hemelvaart van Christus

12Daarop keerden de apostelen van de Olijfberg terug naar Jeruzalem. Deze berg ligt vlak bij de stad, op een sabbatsreis afstand.Een sabbatsreis maken 13Toen ze in de stad waren aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jakobus.Noord Nederlands - Matteüs 14Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers.HemelvaartsdagHugo van der Goes - De dood van MariaFrans-Vlaams - Dood van Maria

Judas vervangen

Brouwerij Alken-Maes - Judasbier
Onbekend - Mattias met bijl en hellebaard
Oppergelders beeldsnijder - Matthias
Claes Brouwer - Het lot valt op Mattias
Anoniem Maasgebied - Christus met apostelen

15In die dagen stond Petrus op te midden van de leerlingen – er was een groep van ongeveer honderdtwintig mensen bijeen – en zei: 16‘Broeders en zusters, het schriftwoord waarin de heilige Geest bij monde van David heeft gesproken over Judas, de gids van hen die Jezus gevangen hebben genomen, moest in vervulling gaan.Kees Glimmerveen - Judas 17Judas was een van ons en had deel aan onze dienende taak.Brouwerij Alken-Maes - Judasbier 18Van de beloning voor zijn schanddaad kocht hij een stuk grond, maar bij een val werd zijn buik opengereten, zodat zijn ingewanden naar buiten kwamen.De vloek van JudasSimon Vestdijk - De grootheid van Judas 19Alle inwoners van Jeruzalem hebben van deze gebeurtenis gehoord, en daarom noemen ze dat stuk grond in hun eigen taal Akeldama, wat ‘bloedgrond’ betekent. 20In het boek van de Psalmen staat namelijk geschreven: “Laat zijn woonplaats een woestenij worden en laat niemand daar meer verblijven.” En ook: “Laat een ander zijn taak overnemen.” 21Daarom moet een van de mannen die steeds bij ons waren toen de Heer Jezus onder ons verkeerde, 22vanaf de doop door Johannes tot de dag waarop hij in de hemel werd opgenomen, samen met ons getuigen van zijn opstanding.’

23Ze stelden twee kandidaten voor: Josef Barsabbas, die de bijnaam Justus had, en Mattias.Onbekend - Mattias met bijl en hellebaard 24Daarna baden ze als volgt: ‘U, Heer, doorgrondt ieders gedachten. Wijs van deze beide mannen degene aan die u gekozen hebt 25om als apostel zijn dienende taak te verrichten en de plaats in te nemen van Judas, die zijn ondergang tegemoet is gegaan.’ 26Ze lieten hen loten en het lot viel op Mattias. Hij werd aan de elf apostelen toegevoegd.De apostelen en hun attributen1. De hemelvaartDe restauratie van een middeleeuwse beeldengroepChristus en de twaalf apostelenOppergelders beeldsnijder - MatthiasClaes Brouwer - Het lot valt op MattiasAnoniem Maasgebied - Christus met apostelen

Handelingen 2

De komst van de heilige Geest

Noord Nederlands - Nederdaling van de H. Geest
Noord Nederlands - Nederdaling van de H. Geest
Anoniem, Holland - Biblia Pauperum, p. 35 (.p.)
Jan Dijker - Het uitdijend heelal (detail: de Heilige Geest)
De verspreiding van het joodse volk
De eerste christelijke zending

1Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar.Luilak 2Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde.Noord Nederlands - Nederdaling van de H. Geest 3Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten,Vurige tongenNoord Nederlands - Nederdaling van de H. Geest 4en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.Anoniem, Holland - Biblia Pauperum, p. 35 (.p.)Jan Dijker - Het uitdijend heelal (detail: de Heilige Geest)

5In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde.Griekse diaspora 6Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken. 7Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? 8Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen? 9Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia,A.J. Klei - Behaarde armen bij de halte 10Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben,De verspreiding van het joodse volk 11Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië – wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.’ 12Verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze aan elkaar: ‘Wat heeft dit toch te betekenen?’De eerste christelijke zending 13Maar sommigen zeiden spottend: ‘Ze zullen wel dronken zijn.’Jos de Haes - Avond en morgen IPinksteren

Toespraak van Petrus

Pieter Paul Rubens - De profeet Joël
Anoniem Noord-Nederland/ Holland/ Utrecht (?) - Maria met kind op de maansikkel
Onbekend - Reconstructie van de tombe van David
Jan van Eyck - Logo Genesis-site, detail uit het Lam Gods
Anonieme zilversmid - Ciborie

14Daarop trad Petrus naar voren, samen met de elf andere apostelen, verhief zijn stem en sprak de menigte toe: ‘U, Joden en inwoners van Jeruzalem, luister naar mijn woorden en neem ze ter harte. 15Deze mensen zijn niet dronken, zoals u denkt; het is immers pas het derde uur na zonsopgang. 16Wat hier nu gebeurt, is aangekondigd door de profeet Joël:Pieter Paul Rubens - De profeet Joël

17“Aan het einde der tijden, zegt God,
zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten.
Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren,
jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten.
18Ja, over al mijn dienaren en dienaressen
zal ik in die tijd mijn geest uitgieten,
zodat ze zullen profeteren.
19Ik zal wonderen doen verschijnen aan de hemel boven
en tekenen geven op de aarde beneden, bloed en vuur en rook.
20De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed
voordat de grote, stralende dag van de Heer komt.Maria in de middeleeuwse beeldhouwkunstAnoniem Noord-Nederland/ Holland/ Utrecht (?) - Maria met kind op de maansikkel
21Dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept worden gered.”

22Israëlieten, luister naar wat ik u zeg: Jezus uit Nazaret is door God tot u gezonden, hetgeen gebleken is uit de grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door zijn toedoen onder u heeft verricht. 23Deze Jezus, die overeenkomstig Gods bedoeling en voorkennis is uitgeleverd, hebt u door heidenen laten kruisigen en doden. 24God heeft hem echter tot leven gewekt en de last van de dood van hem afgenomen, want de dood kon zijn macht over hem niet behouden. 25David zegt immers over hem:

“Steeds houd ik de Heer voor ogen,
hij is aan mijn zijde, ik wankel niet.
26Daarom verheugt zich mijn hart
en jubelt mijn tong van blijdschap.
Ja, mijn lichaam zal behouden blijven,
27want u zult mij niet overleveren aan het dodenrijk
en het lichaam van uw trouwe dienaar zal niet tot ontbinding overgaan.
28U hebt mij de weg naar het leven getoond,
Uw nabijheid zal mij vervullen met vreugde.”

29Broeders en zusters, u zult mij wel toestaan dat ik over de aartsvader David zeg dat hij gestorven en begraven is; zijn graf bevindt zich immers nog steeds hier.AartsvaderOnbekend - Reconstructie van de tombe van David 30Maar omdat hij een profeet was en wist dat God hem onder ede beloofd had dat een van zijn nakomelingen zijn troon zou bestijgen, 31heeft hij de opstanding van de messias voorzien en gezegd dat deze niet aan het dodenrijk zou worden overgeleverd en dat zijn lichaam niet tot ontbinding zou overgaan. 32Jezus is door God tot leven gewekt, daarvan getuigen wij allen. 33Hij is door God verheven, zit aan zijn rechterhand, en heeft van de Vader de heilige Geest, die ons beloofd is, ontvangen. Die Geest heeft hij op ons doen neerdalen, en dat is wat u ziet en hoort. 34David is weliswaar niet naar de hemel opgestegen, maar toch zegt hij: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, 35tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’” 36Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en messias is aangesteld.’Christus als heerserJan van Eyck - Logo Genesis-site, detail uit het Lam Gods

37Toen ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’ 38Petrus antwoordde: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden,Dopen in de bijbel 39want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.’ 40Ook op nog andere wijze legde hij getuigenis af, waarbij hij een dringend beroep op zijn toehoorders deed met de woorden: ‘Laat u redden uit dit verdorven mensengeslacht!’Godfried Bomans - De twaalfde koning

41Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. 42Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.Vondel - PinxterzangEucharistie en AvondmaalAnonieme zilversmid - Ciborie

Het leven van de eerste gemeente

43De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag. 44Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. 45Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. 46Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. 47Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.

Handelingen 3

Genezing van een verlamde

Rembrandt - Petrus en Johannes voor de tempelpoort
Claes Brouwer - Petrus en Johannes genezen een verlamde
Joan Collette - Genezing van de lamme

1Op een dag gingen Petrus en Johannes zoals gewoonlijk omstreeks het negende uur naar de tempel voor het middaggebed. 2Men had ook een man die al sinds zijn geboorte verlamd was naar de tempel gebracht; hij werd daar elke dag neergelegd bij de poort die de Schone heet, om te bedelen bij de bezoekers van de tempel. 3Toen hij zag dat Petrus en Johannes de tempel wilden binnengaan, vroeg hij om een aalmoes. 4Petrus richtte zijn blik op hem, evenals Johannes, en zei: ‘Kijk ons aan.’ 5De bedelaar keek naar hen op, in de verwachting iets van hen te krijgen.Rembrandt - Petrus en Johannes voor de tempelpoort 6Maar Petrus zei: ‘Geld heb ik niet, maar wat ik wel heb, geef ik u: in de naam van Jezus Christus van Nazaret, sta op en loop.’ 7Hij pakte hem bij zijn rechterhand om hem overeind te helpen. Onmiddellijk kwam er kracht in zijn voeten en enkels.Claes Brouwer - Petrus en Johannes genezen een verlamde 8Hij sprong op, ging staan en begon te lopen. Daarna ging hij samen met hen de tempel binnen, lopend en springend en God lovend. 9Alle tempelbezoekers zagen hem lopen en hoorden hem God loven.Joan Collette - Genezing van de lamme 10Ze herkenden hem als de bedelaar die altijd bij de tempelpoort had gezeten en waren buiten zichzelf van verbazing over wat er met hem was gebeurd.

Toespraak van Petrus

11De bedelaar klampte zich aan Petrus en Johannes vast, terwijl de hele menigte stomverbaasd rond hen samenstroomde in de zuilengang van Salomo. 12Toen Petrus dat zag, richtte hij het woord tot het volk: ‘Israëlieten, waarom bent u zo verbaasd en waarom staart u ons aan alsof het aan onze eigen kracht of vroomheid te danken is dat deze man weer kan lopen? 13Dit kon gebeuren omdat de God van Abraham en de God van Isaak en de God van Jakob, de God van onze voorouders, aan Jezus, zijn dienaar, de hoogste eer heeft bewezen. Het is deze Jezus die door u is uitgeleverd en verstoten, ook toen Pilatus bereid was hem vrij te laten.Pilatus 14U hebt de Heilige en Rechtvaardige verstoten en geëist dat aan een moordenaar gratie verleend zou worden. 15Hem die de weg naar het leven wijst hebt u gedood, maar God heeft hem uit de dood doen opstaan, en daarvan getuigen wij. 16Het komt door zijn naam en door het geloof in zijn naam dat deze man, die u hier voor u ziet en die u kent, kan lopen; het geloof dat Jezus schenkt, heeft hem in aanwezigheid van u allen gezond gemaakt. 17Volksgenoten, ik weet dat u uit onwetendheid hebt gehandeld, evenals uw leiders. 18Zo heeft God echter in vervulling doen gaan wat hij bij monde van alle profeten had aangekondigd: dat zijn messias zou lijden en sterven. 19Wend u af van uw huidige leven en keer terug tot God om vergeving te krijgen voor uw zonden. 20Dan zal de Heer een tijd van rust doen aanbreken en zal hij de messias zenden die hij voor u bestemd heeft. Dat is Jezus, 21die in de hemel moest worden opgenomen tot de tijd aanbreekt waarover God van oudsher bij monde van zijn heilige profeten heeft gesproken en waarin alles zal worden hersteld. 22Mozes heeft al gezegd: “De Heer, uw God, zal in uw midden een profeet zoals ik laten opstaan; luister naar hem en naar alles wat hij u zal zeggen. 23Wie niet naar deze profeet luistert, zal uit het volk gestoten worden.” 24Samuël en alle profeten na hem hebben deze tijd aangekondigd. 25U bent de erfgenamen van de profeten; met uw voorouders heeft God zijn verbond gesloten toen hij tegen Abraham zei: “In jouw nageslacht zullen alle volken op aarde gezegend worden.” 26God heeft zijn dienaar allereerst voor u laten opstaan en hem naar u gezonden om ieder van u die zich afkeert van zijn slechte daden te zegenen.’

Handelingen 4

Ondervraging door de Joodse leiders

Anoniem, Zuid Nederlands - Tweeluik met Lentulusbrief en portret van Christus
Onbekend - De hoeksteen

1Terwijl Petrus en Johannes de menigte nog toespraken, kwamen de priesters, het hoofd van de tempelwacht en de Sadduceeën op hen af,Kees Glimmerveen - Judas 2hevig ontstemd omdat ze het volk onderrichtten en de opstanding uit de dood verkondigden op grond van wat er met Jezus was gebeurd. 3Ze grepen hen vast en zetten hen gevangen tot de volgende dag, omdat het al avond was. 4Maar van degenen die naar de toespraak hadden geluisterd, bekeerden velen zich, zodat het aantal gelovigen aangroeide tot ongeveer vijfduizend.

5De volgende dag kwamen de leiders, de oudsten en de schriftgeleerden bijeen in Jeruzalem, 6samen met Annas, de hogepriester, Kajafas, Johannes en Alexander, en allen die tot de hogepriesterlijke familie behoorden. 7Nadat ze Petrus en Johannes in het midden hadden doen plaatsnemen, begonnen ze het verhoor met de vraag: ‘Door welke kracht of in wiens naam hebt u die daad verricht?’ 8Petrus antwoordde, vervuld van de heilige Geest: ‘Leiders van het volk en oudsten, 9nu wij vandaag worden verhoord omdat we een zieke hebben geholpen, en nu ons wordt gevraagd hoe het komt dat hij is genezen, 10dient u allen en het hele volk van Israël te weten dat deze man hier gezond voor u staat dankzij de naam van Jezus Christus uit Nazaret, die door u gekruisigd is, maar die door God uit de dood is opgewekt.Tweeluik met Lentulusbrief en portret van ChristusAnoniem, Zuid Nederlands - Tweeluik met Lentulusbrief en portret van Christus 11Jezus is de steen die door u, de bouwlieden, vol verachting is weggeworpen, maar die nu de hoeksteen geworden is.Onbekend - De hoeksteen 12Door niemand anders kunnen wij worden gered, want zijn naam is de enige op aarde die de mens redding biedt.’

13Toen de leden van het Sanhedrin zagen hoe vrijmoedig Petrus en Johannes optraden en begrepen dat het gewone, ongeletterde mensen waren, stonden ze verbaasd, en ze realiseerden zich dat beiden in Jezus’ gezelschap hadden verkeerd. 14Maar omdat ze de man die genezen was bij hen zagen staan, konden ze niets tegen hun woorden inbrengen. 15Nadat ze hun bevolen hadden de raadszaal te verlaten, overlegden ze met elkaar. 16Ze zeiden: ‘Wat moeten we met hen doen? Voor alle inwoners van Jeruzalem is het duidelijk dat ze een wonder hebben verricht, en wij kunnen dat niet ontkennen. 17Maar om te voorkomen dat het gerucht zich nog verder onder het volk verspreidt, moeten we hen waarschuwen met niemand meer over Jezus te spreken en hun verbieden zijn naam nog te gebruiken.’ 18Ze riepen hen terug en bevalen hun de naam van Jezus op geen enkele manier meer te gebruiken en het volk niet meer over hem te onderrichten. 19Maar Petrus en Johannes zeiden: ‘Kunnen wij het tegenover God verantwoorden om wel naar u te luisteren en niet naar hem? Oordeelt u zelf! 20We moeten immers wel spreken over wat we gezien en gehoord hebben.’ 21Na hen nogmaals dreigend te hebben toegesproken lieten ze hen vrij, want ze wisten niet hoe ze hen konden straffen nu de mensen God loofden en eerden om wat er was gebeurd. 22De man die zo wonderbaarlijk was genezen, was namelijk meer dan veertig jaar verlamd geweest.

Gebed van de gelovigen

23Nadat Petrus en Johannes waren vrijgelaten, gingen ze naar de leerlingen en vertelden wat de hogepriesters en de oudsten hadden gezegd. 24Toen de leerlingen dat hoorden, riepen ze God eensgezind aan met de woorden: ‘Heer, u hebt de hemel en de aarde en de zee geschapen en alles wat daar leeft, 25u hebt door de heilige Geest, bij monde van onze voorvader David, uw dienaar, gezegd:

“Waarom snoeven de volken
en beramen de volksstammen zinloze plannen?
26De koningen van de aarde zijn aangetreden
en de heersers spannen samen
tegen de Heer en zijn gezalfde.”

27Want inderdaad, in deze stad hebben allen samengespannen tegen Jezus, uw heilige dienaar, die door u is gezalfd: Herodes, Pontius Pilatus, alle volken en ook de stammen van Israël, 28om datgene te doen waarvan u had bepaald en voorbestemd dat het moest gebeuren. 29Welnu, Heer, sla ook nu acht op hun dreigementen en stel ons, uw dienaren, in staat om vrijmoedig over uw boodschap te spreken 30door ons bij te staan, zodat zieken genezing vinden en er tekenen en wonderen gebeuren in de naam van Jezus, uw heilige dienaar.’ 31Toen ze hun gebed beëindigd hadden, begon de plaats waar ze bijeen waren te beven, en allen werden vervuld van de heilige Geest en spraken vrijmoedig over de boodschap van God.

Het gemeenschappelijke bezit

32De groep mensen die het geloof had aanvaard, leefde eendrachtig samen. Geen van hen beschouwde zijn bezittingen als zijn persoonlijk eigendom, want ze hadden alles gemeenschappelijk.Ze zijn één hart en één ziel 33De apostelen bleven met grote kracht getuigen van de opstanding van de Heer Jezus, en God begunstigde allen rijkelijk. 34Niemand onder hen leed enig gebrek: wie een stuk grond of een huis bezat, verkocht het, bracht de opbrengst naar de apostelen 35en legde die aan hun voeten neer, waarna het geld naar behoefte onder de gelovigen werd verdeeld.

36Een van hen was Josef, een Leviet uit Cyprus, die van de apostelen de bijnaam Barnabas had gekregen, wat in onze taal ‘zoon van de vertroosting’ betekent.Barnabas 37Hij bezat een akker, die hij verkocht, waarna hij het geld naar de apostelen bracht.

Handelingen 5

1Een zekere Ananias verkocht samen met zijn vrouw Saffira eveneens een stuk grond, 2maar hield een deel van de opbrengst achter – ook zijn vrouw wist daarvan – en bracht de rest van het geld naar de apostelen. 3Maar Petrus zei: ‘Ananias, waarom heb je je door Satan laten misleiden en heb je de heilige Geest bedrogen door een deel van de opbrengst van het stuk grond achter te houden? 4Je had het immers niet hoeven te verkopen, en nu je het wel verkocht hebt, had je met de opbrengst toch kunnen doen wat je wilde? Wat heeft je bezield om je zo te gedragen? Niet de mensen heb je bedrogen, maar God zelf.’ 5Bij het horen van deze woorden viel Ananias neer en stierf, en iedereen wie dit ter ore kwam schrok hevig. 6Enkele jongemannen wikkelden hem in een lijkwade, droegen hem naar buiten en begroeven hem.

7Ongeveer drie uur later kwam zijn vrouw binnen, die niet wist wat er gebeurd was. 8Petrus vroeg haar: ‘Zeg me, heb je het stuk grond voor dit bedrag verkocht?’ Ze antwoordde: ‘Ja, voor dit bedrag.’ 9Daarop zei Petrus: ‘Hoe heb je durven besluiten om de Geest van de Heer te trotseren? Kijk, degenen die je man begraven hebben staan voor de deur, en ze zullen ook jou naar je graf dragen.’ 10Onmiddellijk viel ze voor zijn voeten neer en stierf. Toen de jongemannen binnenkwamen, troffen ze haar dood aan. Ze droegen haar naar buiten en begroeven haar bij haar man. 11De hele gemeente en allen die hiervan hoorden, werden door grote schrik bevangen.Rob Schouten - Gestolen goed

Wonderbaarlijke genezingen

Jeruzalem in de tijd van Jezus
Claes Brouwer - Petrus bezoekt de zieken bij de zuilengang van Salomo
Jacob van Oost - De H. Maagd geneest de zieken

12De apostelen verrichtten vele tekenen en wonderen onder het volk. De gelovigen kwamen eensgezind bijeen in de zuilengang van Salomo,Jeruzalem in de tijd van Jezus 13en ofschoon niemand zich daar bij hen durfde te voegen, sprak het volk vol lof over hen. 14Steeds meer mensen gingen in de Heer geloven, een groot aantal mannen zowel als vrouwen, 15en ze legden zelfs zieken op draagbedden of matrassen buiten op straat, in de hoop dat toch ten minste de schaduw van Petrus, wanneer hij voorbijkwam, op een van hen zou vallen.Claes Brouwer - Petrus bezoekt de zieken bij de zuilengang van Salomo 16Ook vanuit de steden rondom Jeruzalem stroomden de mensen toe; ze brachten zieken mee en mensen die door onreine geesten gekweld werden, en allen werden genezen.Jacob van Oost - De H. Maagd geneest de zieken

Gevangenneming van de apostelen

Hendrik van Steenwijck (II) - De bevrijding van de Petrus
Anthonie van Dyck - "Eloï, Eloï..."
Bert Verhoeff - Tekst op muur in Jodenbreestraat tegen volkstelling

17Daarop besloten de hogepriester en zijn medestanders, de Sadduceeën, in te grijpen. Vervuld van jaloezie als ze waren, 18lieten ze de apostelen gevangennemen en opsluiten. 19’s Nachts opende een engel van de Heer echter de deuren van de gevangenis, bracht hen naar buiten en zei:Hendrik van Steenwijck (II) - De bevrijding van de Petrus 20‘Ga naar de tempel en spreek daar tot het volk over alles wat dit nieuwe leven aangaat.’ 21De apostelen gaven hieraan gehoor en gingen bij het aanbreken van de dag naar de tempel, waar ze hun onderricht voortzetten.

Toen de hogepriester en de Sadduceeën gearriveerd waren, riepen ze het Sanhedrin bijeen, de hele raad van oudsten van de Israëlieten, en zonden ze tempelwachters naar de gevangenis om de apostelen te halen. 22Maar toen de wachters daar kwamen, troffen ze hen er niet aan. Ze keerden terug om verslag uit te brengen 23en zeiden: ‘De gevangenis was zorgvuldig afgesloten en de bewakers stonden bij de deuren, maar nadat we die geopend hadden, troffen we er niemand aan.’ 24Toen het hoofd van de tempelwacht en de priesters dit hoorden, vroegen ze zich vertwijfeld af wat de gevolgen hiervan zouden zijn. 25Kort daarop kwam iemand zeggen: ‘De mannen die u gevangen hebt gezet, zijn in de tempel en onderrichten het volk.’ 26Daarop ging het hoofd van de tempelwacht hen met zijn wachters halen, maar zonder geweld te gebruiken, omdat ze bang waren dat het volk hen zou stenigen.

27Ze namen de apostelen mee en leidden hen voor het Sanhedrin. De hogepriester begon het verhoor met de vraag: 28‘Hebben wij u niet nadrukkelijk verboden de naam van Jezus nog te gebruiken en onderricht over hem te geven? En toch verspreidt u uw leer in heel Jeruzalem en stelt u ons aansprakelijk voor de dood van deze man.’Uw bloed zal op uw hoofd zijn 29Petrus en de andere apostelen antwoordden: ‘Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen. 30De God van onze voorouders heeft Jezus weer tot leven gewekt, nadat u hem had vermoord door hem aan een kruishout te hangen.Crucifix met 3 of 4 spijkers?Anthonie van Dyck - "Eloï, Eloï..." 31God heeft hem een plaats gegeven aan zijn rechterhand, hem tot leidsman en redder verheven om de Israëlieten tot inkeer te brengen en hun zonden te vergeven. 32Daarvan getuigen wij, en daarvan getuigt ook de heilige Geest, die God geschonken heeft aan wie hem gehoorzamen.’

33Toen de leden van het Sanhedrin dit hoorden, ontstaken ze in woede en wilden ze de apostelen ter dood brengen. 34Maar toen stond een van hen op, een Farizeeër die Gamaliël heette en die als wetsleraar bij het hele volk in aanzien stond. Hij gaf opdracht de apostelen een ogenblik naar buiten te brengen 35en zei vervolgens: ‘Israëlieten, overweeg nog eens goed wat u van plan bent met deze mensen te doen. 36Immers, enige tijd geleden wierp Teudas zich op als een man die het volk zou leiden, en ongeveer vierhonderd mensen sloten zich bij hem aan; hij werd gedood, zijn aanhang viel uiteen en verdween in het niets. 37Na hem was er Judas de Galileeër, die ten tijde van de volkstelling met zijn volgelingen in opstand kwam; ook hij ging ten onder, en al zijn volgelingen werden uiteengedreven.Bert Verhoeff - Tekst op muur in Jodenbreestraat tegen volkstelling 38Daarom zeg ik u: houd u afzijdig van deze mensen en laat hen begaan, want als het mensenwerk is wat ze nastreven, zal het op niets uitlopen, 39maar als het Gods werk is, zult u niets tegen hen kunnen uitrichten, of het zou weleens kunnen blijken dat u tegen God strijdt.’ De leden van het Sanhedrin stemden met hem in 40en riepen de apostelen weer binnen. Ze lieten hen geselen, bevalen hun de naam van Jezus niet meer te gebruiken en lieten hen vrij.

41De apostelen verlieten het Sanhedrin, verheugd dat ze waardig bevonden waren deze vernedering te ondergaan omwille van de naam van Jezus. 42Ze bleven dagelijks onderricht geven in de tempel of bij iemand thuis en gingen door met het verkondigen van het goede nieuws dat Jezus de messias is.