Inhoudsopgave Job Volgende 5 hoofdstukken

Job > Hoofdstuk 1 - 5

Job 1

Jobs beproeving

Anoniem, Holland - Biblia Pauperum, p. 39 (.t.)
Annelies van der Sman - Satan beproeft Job
Marten Toonder - Hocus Pas sluit een weddenschap met Alma
Jacob Cornelisz. van Oostsanen - Scènes uit het Oude Testament 'Martelaren'
Jan Luyken - Boodschapper bij Job
Hendrick Goltzius - Jobs beproeving

1In het land Us woonde een man die Job heette. Hij was rechtschapen en onberispelijk, hij had ontzag voor God en meed het kwaad.Job 2Job had zeven zonen en drie dochters. 3Hij bezat zevenduizend schapen en geiten, drieduizend kamelen, vijfhonderd span runderen, vijfhonderd ezelinnen en een groot aantal slaven en slavinnen. Hij was de aanzienlijkste man van het Oosten. 4Zijn zonen hadden de gewoonte om de beurt een feest te geven, ieder in zijn eigen huis, en nodigden dan hun drie zusters uit om bij hen te komen eten en drinken.Anoniem, Holland - Biblia Pauperum, p. 39 (.t.) 5Nadat elk van zijn zonen zo’n feest had gegeven, liet Job hen bij zich komen voor een reinigingsritueel. Hij stond dan ’s ochtends vroeg op om voor elk van hen een offer te brengen, want hij dacht bij zichzelf: Misschien hebben mijn kinderen wel gezondigd en God in hun hart vervloekt. Job deed dit telkens weer.

6Op een dag kwamen de hemelbewoners hun opwachting maken bij de HEER, en ook Satan bevond zich onder hen. 7De HEER vroeg aan Satan: ‘Waar kom je vandaan?’ Hij antwoordde: ‘Ik heb rondgezworven en rondgedoold op aarde.’ 8De HEER vroeg aan Satan: ‘Heb je ook op mijn dienaar Job gelet? Zoals hij is er niemand op aarde: hij is rechtschapen en onberispelijk, hij heeft ontzag voor God en mijdt het kwaad.’Annelies van der Sman - Satan beproeft Job 9Satan antwoordde de HEER: ‘Zou Job werkelijk zonder reden zoveel ontzag voor God hebben?Satan 10U beschermt hem immers, evenals zijn gezin en alles wat hem toebehoort. U hebt het werk dat hij doet gezegend, zodat zijn bezit zich steeds meer uitbreidt.Kees van der Zwaard - Job, een man uit het land Utz 11Maar als u uw hand naar hem uitstrekt en aantast wat hem toebehoort, zal hij u ongetwijfeld in uw gezicht vervloeken.’Jacob Cats - Sinne- en minnebeelden 12Toen zei de HEER tegen Satan: ‘Goed, met alles wat van hem is mag je doen wat je wilt, maar raak Job zelf niet aan.’ Hierop vertrok Satan.Marten Toonder - De zelfkantHenk van Ulsen - Job op SchoklandMarten Toonder - Hocus Pas sluit een weddenschap met AlmaJacob Cornelisz. van Oostsanen - Scènes uit het Oude Testament 'Martelaren'

13Toen Jobs zonen en dochters op een dag weer in het huis van hun oudste broer zaten te eten en te drinken, 14kwam er een boodschapper bij Job en zei: ‘De runderen trokken de ploeg en de ezelinnen liepen vlakbij in de wei te grazen,Jobsbode e.a.Jan Luyken - Boodschapper bij Job 15maar plotseling werden we overvallen door de Sabeeërs, die het vee roofden en de knechten met hun zwaarden doodden. Ik ben als enige ontkomen om u te zeggen wat er gebeurd is.’Jobstijding 16Nog voordat de boodschapper uitgesproken was, kwam er een volgende met het bericht: ‘Een verwoestende bliksem uit de hemel trof de schapen en geiten en de knechten, en het vuur verbrandde en verteerde allen. Ik ben als enige ontkomen om u te zeggen wat er gebeurd is.’ 17En ook hij was nog niet uitgesproken, of er kwam een volgende met het bericht: ‘De Chaldeeën overvielen ons van drie kanten en roofden de kamelen, en ze doodden de knechten met hun zwaarden. Ik ben als enige ontkomen om u te zeggen wat er gebeurd is.’ 18Ook deze boodschapper was nog niet uitgesproken, of er kwam een volgende met het bericht: ‘Uw zonen en uw dochters zaten in het huis van hun oudste broer te eten en wijn te drinken. 19Maar plotseling werd het huis getroffen door een hevige storm uit de woestijn, zodat de vier muren instortten, en uw kinderen onder het puin bedolven werden en de dood vonden. Ik ben als enige ontkomen om u te zeggen wat er gebeurd is.’ 20Toen stond Job op, hij scheurde zijn kleren, schoor zijn hoofd kaal en wierp zich neer in het stof. 21En hij zei: ‘Naakt ben ik uit de schoot van mijn moeder gekomen en naakt zal ik in haar schoot terugkeren. De HEER heeft gegeven, de HEER heeft genomen, de naam van de HEER zij geprezen.’De HEER heeft gegeven, ...Janne IJmker - Achtendertig nachtenGuido Gezelle - ZielgedichtjesStefan Brijs - De engelenmakerHendrick Goltzius - Jobs beproeving 22Ondanks alles zondigde Job niet en maakte hij God geen enkel verwijt.JobsgeduldZo arm als Job

Job 2

1Op een dag kwamen de hemelbewoners hun opwachting maken bij de HEER, en ook Satan maakte bij hem zijn opwachting. 2De HEER vroeg aan Satan: ‘Waar kom je vandaan?’ Hij antwoordde: ‘Ik heb rondgezworven en rondgedoold op aarde.’ 3De HEER vroeg aan Satan: ‘Heb je ook op mijn dienaar Job gelet? Zoals hij is er niemand op aarde: hij is rechtschapen en onberispelijk, hij heeft ontzag voor God en mijdt het kwaad. Ja, hij is nog even onberispelijk als altijd, en jij hebt mij ertoe aangezet hem zonder reden te gronde te richten.’ 4Hierop zei Satan: ‘Zijn leven is hem alles waard. Daarvoor geeft hij zijn hele bezit. 5Maar als u uw hand naar hem uitstrekt en zijn lichaam aantast, zal hij u ongetwijfeld in uw gezicht vervloeken.’ 6Toen zei de HEER tegen Satan: ‘Goed, doe met hem wat je wilt, maar spaar zijn leven.’Jan de Beus - De aankondiging van Jobs lijden 7Hierop vertrok Satan en overdekte Job van voetzool tot kruin met kwaadaardige zweren.Jobviering in BrabantMeester van de Barbaralegende - Scenes uit het leven van Job 8Job pakte een potscherf om zich te krabben, terwijl hij in het stof en het vuil zat.Marnix Gijsen - Het huisJob op de mestvaaltMarten Toonder - De zelfkantMarten Toonder - Bommel als Job op de mestvaaltBernard Picart - Job op de mesthoopNoord-Nederland - Job op de mesthoop krabt zich met een scherf op de borst 9Zijn vrouw zei tegen hem: ‘Waarom blijf je zo onberispelijk? Vervloek God toch en sterf.’Kees van der Zwaard - Lied van de vrouw van JobKees van der Zwaard - Job, een man uit het land UtzJan Swart van Groningen - Job door zijn vrouw bespot 10Maar Job zei tegen haar: ‘Je woorden zijn de woorden van een dwaas. Al het goede aanvaarden we van God, zouden we dan het kwade niet aanvaarden?’ Ondanks alles zondigde Job niet en sprak hij geen onvertogen woord.Arthur van Schendel - De grauwe vogelsJanne IJmker - Achtendertig nachtenStefan Brijs - De engelenmakerLucas Vorsterman (I) naar Peter Paul Rubens - Job woordt door de duivel geplaagd

11Drie vrienden van Job, Elifaz uit Teman, Bildad uit Suach en Sofar uit Naäma, hoorden van de rampspoed die hem had getroffen, en ze besloten hem op te zoeken. Onderweg ontmoetten ze elkaar, en samen gingen ze naar hem toe om hun medeleven te tonen en hem te troosten.Cornelis Monsma - Drie vriendenCaspar Luyken - Jobs vrienden komen hem troosten 12Toen ze Job vanuit de verte zagen herkenden ze hem niet, en ze barstten uit in luid geweeklaag, ze scheurden hun kleren en wierpen stof omhoog over hun hoofd.Maarten van Heemskerck - De rampspoed van JobJ.H. Isings - Job 13Zeven dagen en zeven nachten bleven ze naast hem op de grond zitten zonder iets tegen hem te zeggen, want ze zagen hoe vreselijk hij leed.1. ProloogJ.M.A. Biesheuvel - Een Job van onze tijdJan Luyken - Job in de ellendeMeesters van Otto van Moerdrecht - Job bespot door zijn vrouw en beklaagd door zijn vrienden

Job 3

Jobs klacht

Esaias van de Velde - Gestrande potvis bij Noordwijk

1Daarna opende Job zijn mond en vervloekte de dag van zijn geboorte.Arthur van Schendel - De grauwe vogels 2Hij zei:

3‘Laat de dag dat ik geboren ben vergaan,
en ook de nacht die zei: “Een jongen is verwekt.”
4Laat die dag een dag van duisternis worden,
laat God in de hemel er geen acht op slaan.
Laat die dag niet baden in het licht.
5Laat het diepste donker hem omhullen,
een dichte wolk hem bedekken
en een zonsverduistering hem teisteren.
6Laat het donker die nacht wegnemen,
zodat hij geen dag van het jaar vergezelt,
en geen plaats vindt in de reeks van maanden.
7Laat die nacht onvruchtbaar worden –
een nacht waarin geen vreugdekreet opklinkt.
8Laten zij die het licht wekken die dag vervloeken,
zij die het wagen om Leviatan te verstoren.P.F. Thomése - LeviathanEsaias van de Velde - Gestrande potvis bij Noordwijk
9Zelfs de ochtendsterren zullen niet verschijnen,
die dag verwacht vergeefs de komst van het licht
en zal nooit de wimpers van het morgenrood zien.
10Hij opende de deuren van mijn moeders buik,
hij hield het ongeluk niet voor mij verborgen.
11Waarom ben ik niet in haar schoot gestorven,
niet gestikt toen ik ter wereld kwam!
12Hadden knieën mij maar niet ontvangen
en borsten mij maar niet gezoogd!
13Dan zou ik nu geborgen in de aarde liggen,
dan zou ik geen zorgen hebben, ik zou slapen,
14omringd door koningen en raadsheren,
bouwers van paleizen, al vergaan tot puin,
15tussen machtigen die goud bezaten
en die hun huis met zilver vulden.Kees van der Zwaard - Job, een man uit het land Utz
16Was ik maar als een misgeboorte weggestopt,
als een kind dat het licht nooit heeft gezien.
17In het dodenrijk worden de goddelozen stil,
zij die uitgeput zijn, vinden daar hun rust.
18Gevangenen worden niet meer opgejaagd,
de stem van de drijver horen ze niet meer.
19Daar zijn hoog en laag verzameld
en is de slaaf vrij van zijn meester.
20Waarom geeft God het licht aan ongelukkigen,
het leven aan verbitterden?
21Zij wachten op de dood die uitblijft,
ze zoeken naar hem, meer dan naar schatten;
22hun vreugde kent geen grenzen,
ze jubelen als ze hun graf gevonden hebben.
23Waarom geeft God het licht aan hem
voor wie de weg verborgen blijft,
wie hij de weg verspert?Fons Jansen - Job's klacht
24Ik heb geen ander voedsel dan verdriet,
mijn klachten stromen in een vloed van tranen.
25Wat ik vreesde, komt nu over me,
wat mij angst aanjoeg, heeft me getroffen.
26Ik vind geen vrede, vind geen kalmte,
mijn rust is weg – onrust bevangt mij.’

Job 4

Elifaz’ eerste betoog

1Toen nam Elifaz uit Teman het woord:

2‘Kun je verdragen dat iemand het woord tot je richt?
Maar wie zou nu kunnen zwijgen?
3Velen stond je bij met raad en daad
en wie de moed ontzonk, heb je gesterkt.
4Je woorden richtten hem die struikelde weer op,
aan knikkende knieën gaf je nieuwe kracht.
5Maar nu word jij beproefd, en je verliest de moed,
nu treft jou het onheil, en je geeft het op.
6Vertrouw je niet op je ontzag voor God,
geeft je onbesproken levenswandel je geen hoop?
7Ken jij onschuldigen die hij te gronde richtte?
Werden rechtschapenen ooit in het ongeluk gestort?
8Ik heb gezien: wie onrecht ploegt,
wie rampspoed zaait, zal het ook oogsten.
9Eén ademstoot van God, en ze komen om,
één vlaag van zijn woede vaagt ze weg.De adem GodsHein de Bruin - Job
10De leeuw brult, de welp gromt,
maar hun tanden worden uitgeslagen.
11De leeuw gaat zonder prooi te gronde,
de jonge leeuwen zwerven hongerend rond.

12Een verholen stem drong tot mij door,
mijn oor ving een fluisteren op,
13in de verontrustende visioenen van de nacht,
die de mensen dompelt in een diepe slaap.
14Opeens werd ik door angst gegrepen,
een siddering voer door mijn gebeente.
15Een adem streek langs mijn gezicht
en de haren rezen mij te berge.De haren rezen hem te berge
16Een verschijning doemde op,
een gestalte voor mijn ogen.
Stilte – en toen zei een zachte stem:
17“Kan een mens zich gedragen zoals God het wil,
kan iemand zonder smet zijn voor zijn schepper?”
18Zelfs in zijn dienaren stelt God geen vertrouwen,
ook bij zijn engelen bespeurt hij nog gebreken.
19Hoeveel te meer dan bij de mens, wonend in zijn huis van leem,
met fundamenten in het stof.
Hij is een mot: men drukt hem dood.
20Van de ochtend tot de avond afgepijnigd
gaat hij onbemerkt ten onder, voor eeuwig weggevaagd.
21De koorden van zijn tent zijn losgerukt,
hij sterft en heeft de wijsheid niet gekend.

Job 5

Meester van de Barbaralegende - Maria Magdalena en Job
Hendrik Nicolaas Werkman - De engelen van de laatste troost
1Roep dan, is er iemand die jou antwoordt?
Tot wie in de hemel kun jij je wenden?
2Aan ergernis gaat de dwaas ten onder,
van afgunst sterft de domme.
3Ik zag een dwaas die het voor de wind ging,
maar plotseling was zijn huis vervloekt.
4Zijn kinderen vonden hulp noch bescherming,
ze werden in de poort vertrapt en niemand schoot te hulp.
5Wat de dwaas oogst, eet de hongerige,
zelfs tussen dorens haalt hij weg al wat hij kan,
en de dorstige smacht naar zijn bezit.
6Nee, niet uit de aarde spruit het kwaad,
niet uit de grond komt het ongeluk voort.
7De mens is voor het ongeluk geboren –
zoals vonken uit het vuur omhoog spatten.Meester van de Barbaralegende - Maria Magdalena en Job
8Ik zou me in jouw plaats tot God wenden,
aan God zou ik het oordeel overlaten.
9Hij doet grote, ondoorgrondelijke dingen,
ontelbaar zijn de wonderen die hij verricht.
10Hij zendt de regen die op aarde valt,
hij laat het water over de akkers vloeien.
11Onaanzienlijken brengt hij tot aanzien,
treurenden geeft hij weer vertrouwen.
12Hij doorkruist de listen van de sluwen,
wat zij ondernemen zal mislukken.
verraderlijke plannen lopen op niets uit.
14Overdag stuiten ze op duisternis,
ze tasten in de middag rond alsof het nacht is.
15Maar de armen redt hij van de gesel van hun tong,
hij redt hen uit de greep van de sterken.Hendrik Nicolaas Werkman - De engelen van de laatste troost
16Er is hoop voor de weerlozen –
het kwaad wordt de mond gesnoerd.

17Gelukkig de mens die door God wordt getuchtigd,
wijs daarom de straf van de Ontzagwekkende niet af!De Heer kastijdt wie hij liefheeft
18Want hij verwondt en hij verbindt,
hij slaat en zijn handen genezen.Hein de Bruin - Job
19Zesmaal zal hij je redden in gevaar,
ook de zevende maal zal je niets overkomen.
20In tijden van honger behoedt hij je voor de dood,
in tijden van oorlog voor de macht van het zwaard.
21Voor de gesel van de tong ben je veilig,
bij naderend geweld zul je niet bang zijn.
22Met honger en geweld kun je spotten,
de wilde dieren van de aarde hoef je niet te vrezen.
23Je hebt een verbond met de stenen van het veld,
met de dieren van het veld leef je in vrede.
24Je weet dat er vrede in je huis heerst,
je kijkt uit over je weiden – niets ontbreekt je.
25Je weet dat je kroost talrijk zal zijn,
dat je nageslacht de aarde als gras zal bedekken.
26Verzadigd van het leven zul je in het graf dalen,
als een rijpe korenschoof die wordt binnengehaald.
27Dit hebben wij onderzocht, en zo is het;
luister naar ons en neem het ter harte.’