Inhoudsopgave Johannes Volgende 5 hoofdstukken

Johannes > Hoofdstuk 1 - 5

Johannes 1

Het Woord is mens geworden

1In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God.Gerrit Achterberg - TekortFrans Hals - Johannes de evangelistDe biddende heremietAnoniem - De werking van de TriniteitFrans Hals - Johannes de EvangelistJan van Schayck - God de Vader 2Het was in het begin bij God. 3Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. Het begin in de kleinkunstPaul Claes - De Zoon van de Panter 4In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen.Unit Gloria - In the beginningWillem Boogman - La Passione della ParoleAnoniem: Mechelen - Madonna met schrijvend Christuskind 5Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.Licht brengen in de duisternisHet Luikse Diatessaron van 1260Noord Nederlands - Johannes de EvangelistMiddelburg (?) - Johannes

6Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes.Johannes de Doper 7Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. 8Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: 9het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam. 10Het Woord was in de wereld, de wereld is door hem ontstaan en toch kende de wereld hem niet. 11Hij kwam naar wat van hem was, maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen.Jacob Jordaens - De Heilige Familie 12Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. 13Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.Gerard David - Drieluik met de geboorte van ChristusQuinten Massys - Maagd en KindHugo van der Goes - Maria triptiek

14Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.Frans Kellendonk - Letter en geestHet woord is vlees gewordenLucebert - het vlees is woord gewordenMeester van de Tiburtijnse Sibille - De profetie van de Tiburtijnse Sibylle 15Van hem getuigde Johannes toen hij uitriep: ‘Hij is het over wie ik zei: “Die na mij komt is meer dan ik, want hij was er vóór mij!”’Rembrandt - De preek van Johannes de Doper 16Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt.Genade voor genade ontvangen 17De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen.Onbekend - Mozes met de tafelen der wet 18Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen.Aan Abrahams borst rustenIn Abrahams schoot zitten

Getuigenissen

19Dit is het getuigenis van Johannes. De Joden hadden vanuit Jeruzalem priesters en Levieten naar hem toe gestuurd om hem te vragen: ‘Wie bent u?’ 20Hij gaf zonder aarzelen antwoord en verklaarde ronduit: ‘Ik ben niet de messias.’ 21Toen vroegen ze hem: ‘Wie dan? Bent u Elia?’ Hij zei: ‘Die ben ik ook niet.’ ‘Bent u de profeet?’ ‘Nee,’ antwoordde hij.Elia - Jezus - Johannes 22‘Maar wie bent u dan?’ vroegen ze hem. ‘Wij moeten antwoord kunnen geven aan degenen die ons gestuurd hebben – wie zegt u zelf dat u bent?’ 23Hij zei: ‘Ik ben de stem die roept in de woestijn: “Maak recht de weg van de Heer,” zoals de profeet Jesaja gezegd heeft.’Onbekend - JesajaGeertgen tot Sint Jans - Johannes de Doper in de woestijn 24De afgevaardigden die uit de kring van de Farizeeën kwamen, 25vroegen verder: ‘Waarom doopt u dan, als u niet de messias bent, en ook niet Elia of de profeet?’ 26‘Ik doop met water,’ antwoordde Johannes. ‘Maar in uw midden is iemand die u niet kent,Jean Bellegambe - Johannes de DoperRogier van der Weyden - Middenpaneel van Johannesaltaar met de doop van Christus 27hij die na mij komt – ik ben het niet eens waard om de riemen van zijn sandalen los te maken.’Abraham Govaerts - Prediking van Johannes 28Dit gebeurde in Betanië, aan de overkant van de Jordaan, waar Johannes doopte.Dopen in de woestijnGwendolyn van Essen - De doop van Jezus

29De volgende dag zag hij Jezus naar zich toe komen, en hij zei: ‘Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.Van offerrituelen tot het offer van ChristusAls een lam ter slachtbank geleid wordenHet lam GodsJan van Eycks Lam GodsJan van Eyck - Lam GodsHans Mielich - Di Lasso's boetepsalmen geïllustreerd: Psalm 130:4Nederlands of Duits - Roemer met lam godsHendrik van Wieringen - Johannes Jezus zag, en riep met vollen monde 30Hij is het over wie ik zei: “Na mij komt iemand die meer is dan ik, want hij was er vóór mij.” 31Ook ik wist niet wie hij was, maar ik kwam met water dopen opdat hij aan Israël geopenbaard zou worden.’ 32En Johannes getuigde: ‘Ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien neerdalen, en hij bleef op hem rusten.Abraham Bloemaert - De prediking van Johannes de DoperAlexander Keirincx - Boslandschap met de doop van Christus 33Nog wist ik niet wie hij was, maar hij die mij gezonden heeft om met water te dopen, zei tegen mij: “Wanneer je ziet dat de Geest op iemand neerdaalt en blijft rusten, dan is dat degene die doopt met de heilige Geest.” 34En dat heb ik gezien, en ik getuig dat hij de Zoon van God is.’Johannes de Doper

35De volgende dag stond Johannes er weer met twee van zijn leerlingen. 36Toen hij Jezus voorbij zag komen, zei hij: ‘Daar is het lam van God.’Lambertus T.C. Lourijsen - Lam Gods 37De twee leerlingen hoorden wat hij zei en gingen met Jezus mee. 38Jezus draaide zich om, en toen hij zag dat ze hem volgden, zei hij: ‘Wat zoeken jullie?’ ‘Rabbi,’ zeiden zij tegen hem (dat is in onze taal ‘meester’), ‘waar logeert u?’ 39Hij zei: ‘Kom maar mee, dan zul je het zien.’ Ze gingen met hem mee en zagen waar hij onderdak had gevonden; het was ongeveer twee uur voor zonsondergang en ze bleven die dag bij hem.Franse zilversmid - Eerste discipelen

40Een van de twee die gehoord hadden wat Johannes zei en Jezus gevolgd waren, was Andreas, de broer van Simon Petrus. 41Vlak daarna kwam hij zijn broer Simon tegen, en hij zei tegen hem: ‘Wij hebben de messias gevonden’ (dat is Christus, ‘gezalfde’),Onbekend - Andreas met Andreaskruis en boek 42en hij nam hem mee naar Jezus. Jezus keek hem aan en zei: ‘Jij bent Simon, de zoon van Johannes, maar voortaan zul je Kefas heten’ (dat is Petrus, ‘rots’).

43De volgende dag besloot Jezus naar Galilea te gaan en daar ontmoette hij Filippus. Hij zei tegen hem: ‘Ga met mij mee.’ 44Filippus kwam uit Betsaïda, uit dezelfde stad als Andreas en Petrus.Onbekend - Filippus met kruisstaf en boek 45Hij kwam Natanaël tegen en zei tegen hem: ‘We hebben de man gevonden over wie Mozes in de wet geschreven heeft en over wie ook de profeten spreken: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret!’ 46‘Uit Nazaret?’ zei Natanaël. ‘Kan daar iets goeds vandaan komen?’ ‘Ga zelf maar kijken,’ zei Filippus. 47Jezus zag Natanaël aankomen en zei: ‘Dat is nu een echte Israëliet, een mens zonder bedrog.’Kan uit Nazareth iets goeds komen?Een Jozua's besluit 48‘Waar kent u mij van?’ vroeg Natanaël. Jezus antwoordde: ‘Ik had je al gezien voordat Filippus je riep, toen je onder de vijgenboom zat.’Een nathanaëlEen Israëliet zonder bedrog 49Rabbi, u bent de Zoon van God, u bent de koning van Israël!’ zei Natanaël. 50Jezus vroeg: ‘Geloof je omdat ik tegen je zei dat ik je onder de vijgenboom zag zitten? Je zult nog grotere dingen zien.’ 51‘Waarachtig, ik verzeker jullie,’ voegde hij eraan toe, ‘jullie zullen de hemel geopend zien, en de engelen van God zien omhooggaan en neerdalen naar de Mensenzoon.’JakobsladderVoorwaar, voorwaar, ik zeg u

Johannes 2

Bruiloft in Kana

Kopie naar Jheronimus Bosch - De bruiloft in Kana
Jan Cornelisz Vermeyen - De bruiloft te Kana
amfora's
atelier Maerten de Vos - Bruiloft te Kana
Meesters van de donkere ogen - Scènes uit het leven van Christus

1Op de derde dag was er een bruiloft in Kana, in Galilea. De moeder van Jezus was er, 2en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd.Kopie naar Jheronimus Bosch - De bruiloft in Kana 3Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’Jan Cornelisz Vermeyen - De bruiloft te Kana 4‘Wat wilt u van me?’ zei Jezus. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’ 5Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: ‘Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is.’ 6Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten, elk met een inhoud van twee à drie metrete. 7Jezus zei tegen de bedienden: ‘Vul de vaten met water.’ Ze vulden ze tot de rand.amfora's 8Toen zei hij: ‘Schep er nu wat uit, en breng dat naar de ceremoniemeester.’ Dat deden ze. 9En toen de ceremoniemeester het water dat wijn geworden was, proefde – hij wist niet waar die vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept hadden wisten het wel – riep hij de bruidegomBijbelse teksten, muziek van nuWater in wijn veranderen 10en zei tegen hem: ‘Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!’ 11Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste wonderteken; hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in hem.atelier Maerten de Vos - Bruiloft te KanaMeesters van de donkere ogen - Scènes uit het leven van Christus

12Daarna ging hij naar Kafarnaüm, met zijn moeder, zijn broers en zijn leerlingen, en daar bleven ze een paar dagen.Pé Hawinkels - 'De bruiloft van Kana'

Jezus in de tempel

Onbekend - De voorbereiding van het Pesachfeest
Onbekend - De tempelreiniging
Marlene Dumas - Jezus is boos
Rembrandt - Christus verjaagt de wisselaars uit de tempel
Leendert Schouten - Fragment van de Tempel van Herodes

13Kort voor Pesach, het Joodse paasfeest, reisde Jezus naar Jeruzalem.PesachOnbekend - De voorbereiding van het Pesachfeest 14Daar trof hij op het tempelplein de handelaars in runderen, schapen en duiven aan, en de geldwisselaars die daar altijd zaten.Onbekend - De tempelreiniging 15Hij maakte een zweep van touw en joeg ze allemaal de tempel uit, met hun schapen en runderen. Hij smeet het geld van de wisselaars op de grond, gooide hun tafels omverMarlene Dumas - Jezus is boosRembrandt - Christus verjaagt de wisselaars uit de tempel 16en riep tegen de duivenverkopers: ‘Weg ermee! Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!’J.A. Deelder - Bijbelsch 17Zijn leerlingen dachten aan wat er geschreven staat: ‘De hartstocht voor uw huis zal mij verteren.’ 18Maar de Joden vroegen: ‘Met welk teken kunt u bewijzen dat u dit mag doen?’ 19Jezus antwoordde hun: ‘Breek deze tempel maar af, en ik zal hem in drie dagen weer opbouwen.’ 20‘Zesenveertig jaar heeft de bouw van deze tempel geduurd,’ zeiden de Joden, ‘en u wilt hem in drie dagen weer opbouwen?’Leendert Schouten - Fragment van de Tempel van Herodes 21Maar hij sprak over de tempel van zijn lichaam. 22Na zijn opstanding uit de dood herinnerden zijn leerlingen zich dat hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en alles wat Jezus gezegd had.

Gesprek met Nikodemus

23Toen Jezus op Pesach in Jeruzalem was, kwamen veel mensen tot geloof in zijn naam, omdat ze de wondertekenen zagen die hij deed. 24Maar Jezus had geen vertrouwen in hen, omdat hij hen allemaal kende, 25en niemand hoefde hem iets over de mens te vertellen, want hij wist zelf wat er in een mens omgaat.

Johannes 3

Onbekend - Het gesprek van Jezus met Nikodemus
Monique Bruis - Stairway to heaven
Cornelis Cornelisz. van Haarlem - De bewening van Christus
Michiel Versteegh - Christus en Nicodemus

1Zo was er een Farizeeër, een van de Joodse leiders, met de naam Nikodemus.Een nicodemus (of nicodemiet)Farizeeën en Sadduceeën 2Hij kwam in de nacht naar Jezus toe. ‘Rabbi,’ zei hij, ‘wij weten dat u een leraar bent die van God gekomen is, want alleen met Gods hulp kan iemand de wondertekenen doen die u verricht.’Onbekend - Het gesprek van Jezus met Nikodemus 3Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien.’Wederom geboren worden 4‘Hoe kan iemand geboren worden als hij al oud is?’ vroeg Nikodemus. ‘Hij kan toch niet voor de tweede keer de moederschoot ingaan en weer geboren worden?’ 5Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, ik verzeker u: niemand kan het koninkrijk van God binnengaan, tenzij hij geboren wordt uit water en geest. 6Wat geboren is uit een mens is menselijk, en wat geboren is uit de Geest is geestelijk. 7Wees niet verbaasd dat ik zei dat jullie allemaal opnieuw geboren moeten worden. 8De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is.’ 9‘Maar hoe kan dat?’ vroeg Nikodemus. 10‘Begrijpt u dit niet,’ zei Jezus, ‘terwijl u een leraar van Israël bent? 11Waarachtig, ik verzeker u: wij spreken over wat we weten en we getuigen van wat we gezien hebben, maar jullie accepteren ons getuigenis niet. 12Wanneer jullie me niet geloven als ik over aardse dingen spreek, hoe zouden jullie me dan geloven als ik over hemelse dingen spreek? 13Er is toch nooit iemand opgestegen naar de hemel behalve degene die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon? Monique Bruis - Stairway to heavenCornelis Cornelisz. van Haarlem - De bewening van Christus

14De Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhooggeheven heeft, 15opdat iedereen die gelooft, in hem eeuwig leven heeft. 16Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. 17God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden. 18Over wie in hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon. 19Dit is het oordeel: het licht kwam in de wereld en de mensen hielden meer van de duisternis dan van het licht, want hun daden waren slecht. 20Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn daden bekend worden.Dat kan het daglicht niet verdragen/velen 21Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet.’H.J. Schimmel - Een verwelkte knopGerard Walschap - Bejegening van ChristusMichiel Versteegh - Christus en Nicodemus

Getuigenis van Johannes de Doper

Hans Aarsman - Doopplechtigheid

22Daarna ging Jezus met zijn leerlingen naar Judea. Daar bleef hij enige tijd en hij doopte er.Dopen in de bijbel 23Johannes doopte toen ook, in Enon, dicht bij Salim, een waterrijk gebied. Daar kwamen de mensen naartoe om zich te laten dopen.Dopen in de woestijn 24Johannes was immers nog niet gevangengezet. 25Er ontstond een discussie tussen de leerlingen van Johannes en een Jood over het reinigingsritueel. 26Ze gingen naar Johannes en zeiden tegen hem: ‘Rabbi, de man die bij u aan de overkant van de Jordaan was, over wie u een getuigenis afgelegd hebt, is aan het dopen en iedereen gaat naar hem toe!’Hans Aarsman - Doopplechtigheid 27Johannes antwoordde: ‘Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt. 28Jullie kunnen van mij getuigen dat ik gezegd heb: “Ik ben de messias niet, maar ik ben voor hem uit gezonden.” 29De bruidegom krijgt de bruid; de vriend van de bruidegom staat te luisteren en is blij dat hij de stem van de bruidegom hoort. Dat vervult mij met grote vreugde. 30Hij moet groter worden en ik kleiner.

31Hij die van boven komt staat boven allen, wie uit de aarde voortkomt is aards en spreekt de taal van de aarde. Hij die uit de hemel komt en boven allen staat, 32getuigt van wat hij gezien en gehoord heeft, en toch wordt zijn getuigenis door niemand aanvaard. 33Wie zijn getuigenis wel aanvaardt, bevestigt daarmee dat God betrouwbaar is. 34Hij die door God gezonden is, spreekt de woorden van God, en God schenkt de Geest in overvloed. 35De Vader heeft de Zoon lief en heeft alle macht aan hem overgedragen. 36Wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven, wie de Zoon niet wil gehoorzamen zal dat leven niet kennen; integendeel, Gods toorn blijft op hem rusten.’

Johannes 4

Gesprek met een Samaritaanse vrouw

1Toen Jezus hoorde dat aan de Farizeeën verteld werd dat hij meer leerlingen maakte en er ook meer doopte dan Johannes 2– Jezus doopte overigens niet zelf, zijn leerlingen deden dat –, 3verliet hij Judea en ging weer naar Galilea. 4Daarvoor moest hij door Samaria heen. 5Zo kwam hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, 6waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. 7Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef mij wat te drinken.’Jan Toorop - De Toekomst (Jezus en de Samaritaanse vrouw bij de put)Onbekend - Jezus bij de put met de Samaritaanse vrouwRoelof Snoek - Christus en de Samaritaanse vrouwPieter Aertsen - Christus en de Samaritaanse vrouwMeesters van de donkere ogen - Scènes uit het leven van Christus 8Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. 9De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om.Cons van Straaten - Jezus en de Samaritaanse vrouw bij de waterput en Mozes slaat water uit de rots 10Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’Levend water 11‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘u hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt u dan levend water vandaan halen? 12U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.’ 13‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,’ zei Jezus, 14‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’ 15‘Geef mij dat water, heer,’ zei de vrouw, ‘dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.’ 16Toen zei Jezus tegen haar: ‘Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug.’ 17‘Ik heb geen man,’ zei de vrouw. ‘U hebt gelijk als u zegt dat u geen man hebt,’ zei Jezus,Paul Claes - Dochters van Eva 18‘u hebt vijf mannen gehad, en degene die u nu hebt is uw man niet. Wat u zegt is waar.’ 19Daarop zei de vrouw: ‘Nu begrijp ik, heer, dat u een profeet bent! 20Onze voorouders vereerden God op deze berg, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plek is waar God vereerd moet worden.’ 21‘Geloof me,’ zei Jezus, ‘er komt een tijd dat jullie noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden. 22Jullie weten niet wat je vereert, maar wij weten dat wel; de redding komt immers van de Joden. 23Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, hem aanbidt in Geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die hem zo aanbidden, 24want God is Geest, dus wie hem aanbidt, moet dat doen in Geest en in waarheid.’God aanbidden in geest en in waarheidtoegeschreven aan Pieter de Bloot - Dienst in een protestantse dorpskerk 25De vrouw zei: ‘Ik weet wel dat de messias zal komen’ (dat betekent ‘gezalfde’), ‘wanneer hij komt zal hij ons alles vertellen.’ 26Jezus zei tegen haar: ‘Dat ben ik, die met u spreekt.’school van Rembrandt - Christus en de Samaritaanse vrouw

27Op dat moment kwamen zijn leerlingen terug, en ze verbaasden zich erover dat hij met een vrouw in gesprek was. Toch vroeg niemand: ‘Wat wilt u daarmee?’ of ‘Waarom spreekt u met haar?’Abel Grimmer - Christus bij de Jacobsbron 28De vrouw liet haar kruik staan, ging terug naar de stad en zei tegen de mensen daar: 29‘Kom mee, er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de messias zijn?’ 30Toen gingen de mensen de stad uit, naar hem toe.

31Intussen zeiden de leerlingen tegen Jezus: ‘Rabbi, u moet iets eten.’ 32Maar hij zei: ‘Ik heb voedsel dat jullie niet kennen.’ 33‘Zou iemand hem iets te eten gebracht hebben?’ zeiden ze tegen elkaar. 34Maar Jezus zei: ‘Mijn voedsel is: de wil doen van hem die mij gezonden heeft en zijn werk voltooien. 35Jullie zeggen toch: “Nog vier maanden en dan komt de oogst”? Ik zeg jullie: kijk om je heen, dan zie je dat de velden rijp zijn voor de oogst!De velden zijn wit om te oogsten 36De maaier krijgt zijn loon al en verzamelt vruchten voor het eeuwige leven, zodat de zaaier en de maaier tegelijk feest kunnen vieren. 37Hier is het gezegde van toepassing: De een zaait, de ander maait.Een ander is het die zaait, een ander is het die maait 38Ik stuur jullie erop uit om een oogst binnen te halen waarvoor je geen moeite hebt hoeven doen; dat hebben anderen gedaan en jullie maken hun werk af.’

39In die stad kwamen veel Samaritanen tot geloof in hem door het getuigenis van de vrouw: ‘Hij weet alles van me.’ 40Ze gingen naar hem toe en vroegen hem bij hen te blijven. Toen bleef hij nog twee dagen. 41Nog veel meer mensen kwamen tot geloof door wat hij zei; 42ze zeiden tegen de vrouw: ‘Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt, maar we hebben hem zelf gehoord en we weten dat hij werkelijk de redder van de wereld is.’Redder

Genezing in Kana

Frans Francken (II) en Jacques D'Arthois - Boslandschap met Christus en de Centurio

43Na die twee dagen trok Jezus verder naar Galilea, 44want hij had zelf gezegd dat een profeet in zijn vaderland niet wordt geëerd.Een profeet wordt in zijn eigen land niet geëerd (Of: Niemand is profeet in zijn eigen land) 45Toen hij in Galilea kwam, ontvingen de mensen hem gastvrij; ze hadden alles gezien wat hij op het feest in Jeruzalem gedaan had, want daar waren ze zelf bij geweest. 46Hij ging in Galilea weer naar Kana, waar hij van water wijn had gemaakt.

Er was daar een hoveling uit Kafarnaüm wiens zoon ziek was. 47Omdat hij gehoord had dat Jezus uit Judea naar Galilea was teruggekeerd, was hij naar hem toe gekomen, en nu vroeg hij of Jezus mee wilde gaan om zijn zoon, die op sterven lag, te genezen. 48Jezus zei tegen hem: ‘Als jullie geen tekenen en wonderen zien, geloven jullie niet!’ 49Maar de hoveling drong aan: ‘Heer, ga toch mee, voordat mijn kind sterft.’ 50‘Ga maar naar huis,’ zei Jezus, ‘uw zoon leeft.’ De man geloofde wat Jezus tegen hem zei en ging weg. 51En terwijl hij nog onderweg was, kwamen zijn dienaren hem al tegemoet om te zeggen dat zijn kind in leven was. 52Hij vroeg hun sinds wanneer het beter met hem was gegaan. Ze zeiden: ‘Gisteren, een uur na de middag, is de koorts verdwenen.’ 53De vader besefte dat dat het moment was dat Jezus tegen hem gezegd had ‘uw zoon leeft’. Hij kwam tot geloof, hij en al zijn huisgenoten. 54Dit deed Jezus toen hij uit Judea naar Galilea was teruggekeerd; het was zijn tweede wonderteken.Frans Francken (II) en Jacques D'Arthois - Boslandschap met Christus en de Centurio

Johannes 5

Genezing in het bad van Betzata

Joost Cornelisz Droochsloot - Het bad van Betzata
Onbekend - De genezing van de verlamde te Betesda

1Daarna was er een Joods feest, en Jezus ging naar Jeruzalem. 2In Jeruzalem is bij de Schaapspoort een bad met vijf zuilengangen dat in het Hebreeuws Betzata heet.P.C. Boutens - Bad 3Daar lag een groot aantal zieken, blinden, kreupelen en misvormden. Joost Cornelisz Droochsloot - Het bad van Betzata 5Er was ook iemand bij die al achtendertig jaar ziek was. 6Jezus zag hem liggen; hij wist hoe lang hij al ziek was en zei tegen hem: ‘Wilt u gezond worden?’ 7De zieke antwoordde: ‘Heer, als het water gaat bewegen is er niemand om mij erin te helpen; ik probeer het wel, maar altijd is een ander al vóór mij in het water.’ 8Jezus zei: ‘Sta op, pak uw mat op en loop.’Sta op en wandel 9En meteen werd de man gezond: hij pakte zijn slaapmat op en liep. Nu was het die dag sabbat.Onbekend - De genezing van de verlamde te Betesda 10De Joden zeiden dan ook tegen de man die genezen was: ‘Het is sabbat, het is niet toegestaan een slaapmat te dragen!’ 11Maar hij zei tegen hen: ‘Degene die mij genezen heeft, zei tegen mij: “Pak uw mat op en loop.”’ 12‘Wie zei dat tegen u?’ vroegen ze. 13Maar de man die genezen was kon niet zeggen wie het was, want Jezus was al verdwenen omdat daar zoveel mensen waren.

14Later kwam Jezus hem tegen in de tempel en toen zei hij tegen hem: ‘U bent nu gezond; zondig daarom niet meer, anders zal u iets ergers overkomen.’ 15De man ging aan de Joden vertellen dat het Jezus was die hem gezond gemaakt had. 16Het was omdat Jezus zulke dingen deed op sabbat, dat de Joden tegen hem optraden. 17Maar Jezus zei: ‘Mijn Vader werkt aan één stuk door, en daarom doe ik dat ook.’ 18Vanaf dat moment probeerden de Joden hem te doden, omdat hij niet alleen de sabbat ondermijnde, maar bovendien God zijn eigen Vader noemde, en zichzelf zo aan God gelijkstelde.

Jezus en de Vader

Kopie naar Maerten de Vos - Laatste oordeel
Jan Luyken - De verrezen man uit het graf van Elisa

19Jezus reageerde hierop met de volgende woorden: ‘Waarachtig, ik verzeker u: de Zoon kan niets uit zichzelf doen, hij kan alleen doen wat hij de Vader ziet doen; en wat de Vader doet, dat doet de Zoon op dezelfde manier. 20De Vader heeft de Zoon immers lief en laat hem alles zien wat hij doet. Hij zal hem nog grotere dingen laten zien, u zult verbaasd staan! 21Want zoals de Vader doden opwekt en levend maakt, zo maakt ook de Zoon levend wie hij wil. 22De Vader zelf velt over niemand een oordeel, maar hij heeft het oordeel geheel aan de Zoon toevertrouwd.Kopie naar Maerten de Vos - Laatste oordeel 23Dan zal iedereen de Zoon eer betuigen zoals men de Vader eert. Wie de Zoon niet eert, eert ook de Vader niet die hem gezonden heeft.

24Waarachtig, ik verzeker u: wie luistert naar wat ik zeg en hem gelooft die mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven. 25Ik verzeker u: er komt een tijd, en het is nu al zover, dat de doden de stem van Gods Zoon zullen horen en dat wie hem horen, zullen leven. 26Zoals de Vader leven heeft in zichzelf, zo heeft ook de Zoon leven in zichzelf; dat heeft de Vader hem gegeven. 27En omdat hij de Mensenzoon is, heeft hij hem ook gezag gegeven om het oordeel te vellen. 28Wees hierover niet verwonderd, er komt een moment waarop alle doden zijn stem zullen horen 29en uit hun graf zullen komen: wie het goede gedaan heeft staat op om te leven, wie het slechte gedaan heeft staat op om veroordeeld te worden.Jan Luyken - De verrezen man uit het graf van Elisa

30Ik kan niets doen uit mijzelf: ik oordeel naar wat ik hoor, en mijn oordeel is rechtvaardig omdat ik mij niet richt op wat ik zelf wil, maar op de wil van hem die mij gezonden heeft. 31Als ik nu over mezelf zou getuigen, dan was mijn verklaring niet betrouwbaar, 32maar iemand anders getuigt over mij, en ik weet dat zijn verklaring over mij betrouwbaar is. 33U hebt boden naar Johannes gestuurd en hij heeft een betrouwbaar getuigenis afgelegd. 34Niet dat ik het getuigenis van een mens nodig heb, maar ik zeg dit om u te redden. 35Johannes was een lamp die helder brandde, en u hebt zich een tijd in zijn licht verheugd. 36Maar ik heb een belangrijker getuigenis dan Johannes: het werk dat de Vader mij gegeven heeft om te volbrengen. Wat ik doe getuigt ervan dat de Vader mij heeft gezonden. 37De Vader die mij gezonden heeft, heeft dus zelf een getuigenis over mij afgelegd. Maar u hebt zijn stem nooit gehoord en zijn gestalte nooit gezien, 38en u hebt zijn woord niet blijvend in u opgenomen, want aan degene die hij gezonden heeft, schenkt u geen geloof.

39U bestudeert de Schriften en u denkt daardoor eeuwig leven te hebben. Welnu, de Schriften getuigen over mij, 40maar bij mij wilt u niet komen om leven te ontvangen. 41Niet dat de mensen mij moeten eren, 42maar ik ken u: u hebt geen liefde voor God in u. 43Ik ben gekomen namens mijn Vader, maar u accepteert mij niet, terwijl u iemand die namens zichzelf komt, wel zou accepteren. 44Hoe zou u ooit tot geloof kunnen komen? Van elkaar wilt u wel eer ontvangen, maar u zoekt niet de eer die de enige God u kan geven. 45U moet niet denken dat ik u bij de Vader zal aanklagen; Mozes, op wie u uw hoop hebt gevestigd, klaagt u aan. 46Als u Mozes zou geloven, zou u ook mij geloven, hij heeft immers over mij geschreven. 47Maar als u niet gelooft wat hij geschreven heeft, hoe zou u dan geloven wat ik zeg?’