Inhoudsopgave Jona

Jona > Hoofdstuk 1 - 4

Jona 1

1Eens richtte de HEER zich tot Jona, de zoon van Amittai:Jona 2‘Maak je gereed en ga naar Nineve, die grote stad, om haar aan te klagen, want het kwaad dat ze daar doen is ten hemel schreiend.’Ten hemel schreienC. Visscher kopie naar H.Wierix - Jona vlucht voor het bevel van God om naar Nineve te gaan 3En Jona maakte zich gereed, maar vluchtte naar Tarsis, weg van de HEER. Hij ging naar Jafo en vond er een schip met bestemming Tarsis. Hij betaalde de overtocht en ging aan boord om mee te varen naar Tarsis, weg van de HEER.Naar Jaffa gaanAlbert Kuyle - JonasHet verhaal van Jona op tegelsAnoniem, Rotterdam - Tegel met Jona, vluchtend voor het bevel om naar Nineve te gaanOnbekend - Tegel: Jona vlucht voor het bevel van God om naar Nineve te gaan.Pieter Hendriksz. Schut - Iona gesonden na Ninive, vliet voor den Heere en varende na Tharsis wert in zee geworpen.

4Maar de HEER wierp een hevige storm op de zee, en de zee werd zo wild dat het schip dreigde te breken. 5De zeelieden werden bang, en ieder riep tot zijn eigen god om hulp. Ook gooiden ze, om het gevaar af te wenden, de lading in zee. Maar Jona was in het ruim van het schip afgedaald, was daar gaan liggen en in een diepe slaap gevallen. 6De schipper ging naar hem toe en zei tegen hem: ‘Wat lig jij hier te slapen! Sta op, roep je God aan! Misschien dat hij zich om ons bekommert, zodat we niet vergaan.’ 7Intussen overlegden de zeelieden: ‘Laten we het lot werpen om te weten te komen wiens schuld het is dat deze ramp ons treft.’ Ze wierpen het lot, en het lot viel op Jona.Het lot valt altijd op JonasMark Boog - Het lot valt altijd op Jona 8Toen zeiden ze tegen hem: ‘Vertel ons: Hoe komt het dat deze ramp ons treft? Wat doe je hier aan boord? Waar kom je vandaan? Uit welk land kom je? Bij welk volk hoor je?’ 9Jona antwoordde: ‘Ik ben een Hebreeër en ik vereer de HEER, de God van de hemel, de God die de zee en het land gemaakt heeft.’ 10De mannen werden doodsbang, en toen ze van hem hoorden dat hij was weggevlucht van de HEER, zeiden ze tegen hem: ‘Hoe heb je dat kunnen doen?’ 11En ze vroegen hem: ‘Wat moeten we met je doen, dat de zee ons met rust laat?’ Want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger. 12Hij antwoordde: ‘Gooi me in zee, dan zal de zee jullie met rust laten. Want ik weet dat het mijn schuld is dat deze storm zo tegen jullie tekeergaat.’Dirck Pietersz. Crabeth - De profeet Jona komend uit de grote vis. 13Maar de mannen roeiden uit alle macht om weer aan land te komen; dat lukte hun echter niet, want de zee ging steeds onstuimiger tegen hen tekeer. 14Toen riepen ze tot de HEER: ‘Ach HEER, laat ons toch niet vergaan als wij het leven van deze man opofferen. Reken het ons niet aan als hier een onschuldige sterft. U bent de HEER, al wat u wilt dat doet u!’ 15Toen tilden ze Jona op en gooiden hem in zee, en de woede van de zee bedaarde.Iemand jonassenJan Tetteroo - BozocJona in de Biblia pauperumAnoniem, Holland - Biblia Pauperum, p. 27 (.g.)Fiep Westendorp - Jip gejonastOnbekend - Jona wordt in de zee gegooidn.v.t - Theelepel 16De mannen werden vervuld met bang ontzag voor de HEER. Ze brachten hem een offer en deden hem geloften.1. Jona op de vlucht

Jona 2

1De HEER liet Jona opslokken door een grote vis. Drie dagen en drie nachten zat Jona in de buik van de vis. Albert Kuyle - JonasJona en de grote visHans Teeuwen - Hard en zieligMeester van Zweder van Culemborg - Jona wordt opgeslokt door de visn.v.t - Jona kraamzorg 2Toen begon hij in de buik van de vis tot de HEER, zijn God, te bidden:


3‘In mijn nood roep ik de HEER aan
en hij antwoordt mij.
Uit het rijk van de dood schreeuw ik om hulp –
u hoort mijn stem!Kijken als Jonas in de walvisOnbekend - Jona wordt aan land geworpen door de grote vis

4U slingerde mij de diepte in, naar het hart van de zee.
Door kolkend water ben ik omgeven,
zwaar slaan uw golven over mij heen.
5Ik dacht: Verstoten ben ik, verbannen uit uw ogen.
Maar eens zal ik opnieuw
uw heilige tempel aanschouwen.

6Het water stijgt tot aan mijn lippen,
muren van water storten op mij neer,
zeewier om mijn hoofd verstikt mij.
7Ik zink tot de bodem, waar de bergen oprijzen,
naar het rijk dat zijn grendels voorgoed achter mij sluit.
Maar u trekt mij levend uit de dood omhoog,
o HEER, mijn God!
8Nu mijn levensadem mij verlaat
roep ik u aan, HEER,
en mijn gebed komt tot u
in uw heilige tempel.

9Zij die armzalige afgoden vereren,
verlaten u, trouwe God.
10Maar ik zal mijn stem in dank verheffen
en u offers brengen;
mijn geloften los ik in.
Het is de HEER die redt!’Een onschuldige visC. Visscher kopie naar H.Wierix - Jona wordt door de vis op het land geworpenOnbekend - Jona wordt aan land gespuwd

11Toen, op bevel van de HEER, spuwde de vis Jona uit op het land.2. Jona in de visOmer Gielliet - JonaWillem Brakman - Heer op kamerHet verhaal van Jona op tegelsJona in de Biblia pauperumDe biebel in ‘t ZêêuwsAnoniem, Holland - Biblia Pauperum, p. 29 (.i.)Omer Gielliet - JonaOnbekend - Jona wordt op het land geworpenJan (I) Brueghel - Jona wordt door de walvis aan land gebrachtOnbekend - Scènes uit het Oude Testament: 'Jona wordt op het droge gespuwd' en 'De oprichting van de koperen slang'Pieter Hendriksz. Schut - Iona van een Visch ingeslockt, wert na 3 dagen weder van hem gespogen op het drooge.Meesters van de donkere ogen - Christus bevrijdt de zielen uit het voorgeborchte van de hel

Jona 3

Onbekend - De profeet Jona spreekt voor de inwoners van Nineve
Pieter Hendriksz. Schut - Iona predickt tot Ninive 't gedreijgde verderf der Stadt, waer over sij haer bekeeren.

1Opnieuw richtte de HEER zich tot Jona: 2‘Maak je gereed en ga naar Nineve, die grote stad, om haar aan te klagen met de woorden die ik je zeg.’ 3En Jona maakte zich gereed en ging naar Nineve, zoals de HEER hem opgedragen had.

Nineve was een reusachtige stad, ter grootte van drie dagreizen.Martinus Nijhoff - Awater 4Jona trok de stad in, één dagreis ver, en riep: ‘Nog veertig dagen, dan wordt Nineve weggevaagd!’ 5De inwoners van Nineve geloofden God: ze riepen een vasten uit en iedereen, van hoog tot laag, hulde zich in een boetekleed.Het verhaal van Jona op tegelsOnbekend - De profeet Jona spreekt voor de inwoners van NinevePieter Hendriksz. Schut - Iona predickt tot Ninive 't gedreijgde verderf der Stadt, waer over sij haer bekeeren. 6Toen de profetie de koning van Nineve bereikte, stond hij op van zijn troon, legde zijn staatsiegewaad af en ging, gehuld in een boetekleed, op de grond zitten.Albert Kuyle - JonasIn zak en as zittenRouwen 7En hij liet in Nineve omroepen: ‘Volgens bevel van de koning en zijn edelen is het niemand toegestaan te eten of te drinken, mens noch dier, rund noch schaap of geit. De dieren mogen niet grazen of water drinken. 8Iedereen, mens en dier, moet zich hullen in een boetekleed en luidkeels God aanroepen. Laat iedereen anders gaan leven en breken met het onrecht dat hij doet. 9Misschien dat God van gedachten verandert en op zijn besluit terugkomt; wie weet zal hij zijn woede laten varen, zodat wij niet te gronde gaan.’ 10Toen God zag dat zij inderdaad anders begonnen te leven, kwam hij terug op wat hij gedreigd had hun aan te doen, en hij deed het niet.Vasten

Jona 4

Maarten van Heemskerck - Jona onder de wonderboom
Hendrik van Wieringen - God beschikt een wonderboom

1Dit wekte grote ergernis bij Jona en hij werd kwaad. 2Hij bad tot de HEER: ‘Ach HEER, heb ik het niet gezegd toen ik nog thuis was? Daarom wilde ik naar Tarsis vluchten. Ik wist het wel: u bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid.Boeli van Leeuwen - Het teken van JonaG. van der Graft - De duif in het ei 3Laat mij maar sterven, HEER: ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.’ 4Maar de HEER zei: ‘Is het terecht dat je zo kwaad bent?’

5Nadat Jona Nineve had verlaten, was hij aan de oostkant van de stad gaan zitten. Hij had er een hut gemaakt om in de schaduw af te wachten wat er met de stad zou gebeuren.Maarten van Heemskerck - Jona onder de wonderboom 6Nu liet God, de HEER, een wonderboom opschieten om Jona schaduw boven zijn hoofd te geven en zijn ergernis te verdrijven. Jona was opgetogen over de plant.De bijbel in rebusvormHendrik van Wieringen - God beschikt een wonderboom 7Maar de volgende morgen, bij het aanbreken van de dag, liet God de plant door een worm aanvreten, zodat hij verdorde.Wormen als straf van God 8En toen de zon opkwam, liet God een verzengende wind uit het oosten waaien; de zon brandde zo op Jona’s hoofd dat hij door de hitte werd bevangen. Hij bad om te mogen sterven: ‘Ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.’ 9Maar God zei tegen Jona: ‘Is het terecht dat je zo kwaad bent over die plant?’ Jona antwoordde: ‘Ik ben verschrikkelijk kwaad, en terecht!’ 10Toen zei de HEER: ‘Als jij al verdriet hebt om die wonderboom, waar jij geen enkele moeite voor hebt hoeven doen en die jij niet hebt laten groeien, een plant die in één nacht opkwam en in één nacht verging, 11zou ik dan geen verdriet hebben om Nineve, die grote stad, waar meer dan honderdtwintigduizend mensen wonen die het verschil tussen links en rechts niet eens kennen, en dan nog al die dieren?’Een kind van Ninevé zijn3. Jona en NineveRick de Gier - NineveJona in de koran