Inhoudsopgave 1 Kronieken Volgende 5 hoofdstukken

1 Kronieken > Hoofdstuk 1 - 5

1 Kronieken 1

De generaties van Adam tot Abraham

Brussels tapijtatelier - Tapijt met Gods verbond met Noach
Nabije oosten en de verdeling van de bijbelse volkeren
Hans Mielich - Di Lasso's boetepsalmen geïllustreerd: Psalm 143:3

1Adam, Set, Enos, 2Kenan, Mahalalel, Jered, 3Henoch, Metuselach, Lamech, 4Noach, Sem, Cham en Jafet.Brussels tapijtatelier - Tapijt met Gods verbond met Noach

5Zonen van Jafet: Gomer, Magog, Madai, Jawan, Tubal, Mesech en Tiras.Nabije oosten en de verdeling van de bijbelse volkeren 6Zonen van Gomer: Askenaz, Difat en Togarma. 7Zonen van Jawan: Elisa en Tarsis; andere nakomelingen van Jawan: Kittiërs en Rodanieten.

8Zonen van Cham: Kus, Misraïm, Put en Kanaän. 9Zonen van Kus: Saba, Chawila, Sabta, Rama en Sabtecha. Zonen van Rama: Seba en Dedan. 10Kus was ook de vader van Nimrod, de eerste machthebber op aarde.Een boetepsalm met een apocalyptisch visioenHans Mielich - Di Lasso's boetepsalmen geïllustreerd: Psalm 143:3 11Misraïm was de stamvader van de Ludieten, de Anamieten, de Lehabieten, de Naftuchieten, 12de Patrusieten, de Kasluchieten – uit wie de Filistijnen zijn voortgekomen – en de Kretenzers. 13Kanaän was de vader van Sidon, die de oudste was, en van Chet, 14en de stamvader van de Jebusieten, Amorieten, Girgasieten, 15Chiwwieten, Arkieten, Sinieten, 16Arwadieten, Semarieten en Hamatieten.

17Nakomelingen van Sem: Elam, Assur, Arpachsad, Lud en Aram, Us, Chul, Geter en Mesech. 18Arpachsad was de vader van Selach, en Selach de vader van Eber. 19Eber kreeg twee zonen. De ene heette Peleg; in zijn tijd werd de aarde verdeeld. De andere heette Joktan. 20Joktan was de vader van Almodad, Selef, Chasarmawet, Jerach, 21Hadoram, Uzal, Dikla, 22Ebal, Abimaël, Seba, 23Ofir, Chawila en Jobab. Zij allen waren zonen van Joktan.

24Sem, Arpachsad, Selach, 25Eber, Peleg, Reü, 26Serug, Nachor, Terach, 27Abram, dat is Abraham.

Afstammelingen van Abraham

Kanaän ten tijde van Abraham en Isaak
A. Hordijk, J.C. Bensdorp en J.G Leeuwestijn - Stamboom van Abraham, Isaac en Jacob
Govert Flinck - Isaak zegent Jakob
Christiaan van Adrichom - Jeruzalem

28Zonen van Abraham: Isaak en Ismaël.Kanaän ten tijde van Abraham en IsaakA. Hordijk, J.C. Bensdorp en J.G Leeuwestijn - Stamboom van Abraham, Isaac en Jacob

29Dit zijn hun nakomelingen: Nebajot, Ismaëls oudste zoon, Kedar, Adbeël, Mibsam, 30Misma, Duma, Massa, Chadad, Tema, 31Jetur, Nafis en Kedema. Dit waren de zonen van Ismaël.

32Zonen van Ketura, een bijvrouw van Abraham: zij baarde Zimran, Joksan, Medan, Midjan, Jisbak en Suach. Zonen van Joksan: Seba en Dedan. 33Zonen van Midjan: Efa, Efer, Chanoch, Abida en Eldaä. Zij allen waren nakomelingen van Ketura.

34Abraham verwekte Isaak. Zonen van Isaak: Esau en Israël.Govert Flinck - Isaak zegent Jakob 35Zonen van Esau: Elifaz, Reüel, Jeüs, Jalam en Korach. 36Zonen van Elifaz: Teman, Omar, Sefi, Gatam, Kenaz, Timna en Amalek. 37Zonen van Reüel: Nachat, Zerach, Samma en Mizza.

38Zonen van Seïr: Lotan, Sobal, Sibon, Ana, Dison, Eser en Disan. 39Zonen van Lotan: Chori en Homam; de zuster van Lotan was Timna. 40Zonen van Sobal: Aljan, Manachat, Ebal, Sefi en Onam. Zonen van Sibon: Ajja en Ana. 41Zoon van Ana: Dison. Zonen van Dison: Chamran, Esban, Jitran en Keran. 42Zonen van Eser: Bilhan, Zaäwan en Jaäkan. Zonen van Disan: Us en Aran.

43Dit zijn de koningen die in Edom geregeerd hebben nog voordat er een koning regeerde over de Israëlieten. Eerst Bela, de zoon van Beor; de stad waar hij zetelde heette Dinhaba. 44Na de dood van Bela werd Jobab uit Bosra koning, de zoon van Zerach. 45Na de dood van Jobab werd Chusam uit het land van de Temanieten koning. 46Na de dood van Chusam werd Hadad koning, de zoon van Bedad; hij versloeg de Midjanieten in Moab en de stad waar hij zetelde heette Awit. 47Na de dood van Hadad werd Samla uit Masreka koning. 48Na de dood van Samla werd Saül uit Rechobot aan de rivier koning. 49Na de dood van Saül werd Baäl-Chanan, de zoon van Achbor, koning. 50Na de dood van Baäl-Chanan werd Hadad koning; de stad waar hij zetelde heette Paï, en zijn vrouw was Mehetabel, die een dochter was van Matred, de dochter van Me-Zahab. 51Toen stierf Hadad.

Er waren ook stamvorsten in Edom: Timna, Alja, Jetet,Christiaan van Adrichom - Jeruzalem 52Oholibama, Ela, Pinon, 53Kenaz, Teman, Mibsar, 54Magdiël en Iram. Dit waren de stamvorsten van Edom.

1 Kronieken 2

Afstammelingen van Juda

Arent de Gelder - Juda en Tamar
Cornelis Cornelisz. van Haarlem - Juda bevestigt de onschuld van Tamar
Anoniem, Holland - Memorietafel van Elisabeth van Culemborg
Nederlands - Welkom in 't leven
Jan Gossaert - Tweeluik met Jean Carondelet

1Dit zijn de zonen van Israël: Ruben, Simeon, Levi en Juda, Issachar en Zebulon, 2Dan, Jozef en Benjamin, Naftali, Gad en Aser.

3Zonen van Juda: Er, Onan en Sela. Deze drie zonen werden hem gebaard door Batsua uit Kanaän. Juda’s oudste zoon Er was slecht in de ogen van de HEER, en daarom liet de HEER hem sterven. 4Bij zijn schoondochter Tamar verwekte Juda Peres en Zerach. In totaal had hij dus vijf zonen.Arent de Gelder - Juda en TamarCornelis Cornelisz. van Haarlem - Juda bevestigt de onschuld van Tamar 5Zonen van Peres: Chesron en Chamul. 6Zerach had vijf zonen: Zimri, Etan, Heman, Kalkol en Dara.

7Zoon van Karmi: Achar, die Israël in het ongeluk stortte doordat hij zich vergreep aan goederen die onvoorwaardelijk aan de HEER waren gewijd. 8Zoon van Etan: Azarja.

9Chesron kreeg de volgende zonen: Jerachmeël, Ram en Kelubai. 10Ram verwekte Amminadab en Amminadab verwekte Nachson, stamhoofd van Juda. 11Nachson verwekte Salma, Salma verwekte Boaz, 12Boaz verwekte Obed en Obed verwekte Isaï. 13Isaï verwekte de volgende kinderen: zijn oudste zoon was Eliab, de tweede Abinadab, de derde Sima, 14de vierde Netanel, de vijfde Raddai, 15de zesde Osem en de zevende David; 16hun zusters heetten Seruja en Abigaïl. Seruja had drie zonen: Absai, Joab en Asaël. 17Abigaïl was de moeder van Amasa, zijn vader was de Ismaëliet Jeter.

18Chesrons zoon Kaleb verwekte bij zijn vrouw Azuba een dochter, Jeriot. Haar zonen waren Jeser, Sobab en Ardon. 19Na de dood van Azuba nam hij Efrat tot vrouw. Zij baarde hem Chur. 20Chur verwekte Uri en Uri verwekte Besaleël.

21Op zestigjarige leeftijd trouwde Chesron met een dochter van Machir, de vader van Gilead. Hij sliep met haar en zij baarde hem Segub.Anoniem, Holland - Memorietafel van Elisabeth van Culemborg 22Segub verwekte Jaïr. Jaïr bezat drieëntwintig nederzettingen in het gebied van Gilead. 23Deze zogeheten Dorpen van Jaïr werden ingenomen door Gesur en Aram, zestig nederzettingen in totaal, waaronder Kenat en de omringende dorpen, die allemaal werden bewoond door nakomelingen van Machir, de vader van Gilead.

24Ook na de dood van Chesron, die getrouwd was met Abia, sliep Kaleb met Efrat. Toen baarde zij hem Aschur, de stichter van Tekoa.

25De zonen van Chesrons oudste zoon Jerachmeël waren Ram, de oudste, en Buna, Oren, Osem en Achia. 26Jerachmeël had nog een andere vrouw, die Atara heette. Zij was de moeder van Onam. 27De zonen van Jerachmeëls oudste zoon Ram waren Maäs, Jamin en Eker. 28De zonen van Onam waren Sammai en Jada. Zonen van Sammai: Nadab en Abisur. 29De vrouw van Abisur heette Abihaïl, zij baarde hem Achban en Molid. 30Zonen van Nadab: Seled en Appaïm. Seled stierf kinderloos, 31Appaïm had een zoon, Jisi. Zoon van Jisi: Sesan. Zoon van Sesan: Achlai. 32Zonen van Sammais broer Jada: Jeter en Jonatan. Jeter stierf kinderloos, 33Jonatan had de zonen Pelet en Zaza. Zij allen waren nakomelingen van Jerachmeël. 34-35Sesan had geen zonen, alleen dochters. Een van zijn dochters gaf hij tot vrouw aan zijn dienaar, de Egyptenaar Jarcha. Zij baarde Attai. 36Attai verwekte Natan, Natan verwekte Zabad, 37Zabad verwekte Eflal, Eflal verwekte Obed, 38Obed verwekte Jehu, Jehu verwekte Azarja, 39Azarja verwekte Cheles, Cheles verwekte Elasa, 40Elasa verwekte Sisemai, Sisemai verwekte Sallum, 41Sallum verwekte Jekamja en Jekamja verwekte Elisama.

42Nakomelingen van Jerachmeëls broer Kaleb: zijn oudste zoon Mesa was de stichter van Zif, Maresa was de stichter van Hebron. 43Uit Hebron zijn voortgekomen: Korach, Tappuach, Rekem en Sema. 44Sema verwekte Racham, de stichter van Jorkeam, en Rekem verwekte Sammai. 45Sammai had een zoon, Maon, en Maon was de stichter van Bet-Sur.

46Kalebs bijvrouw Efa baarde Charan, Mosa en Gazez. Charan verwekte Gazez. 47Zonen van Jodai: Regem, Jotam, Gesan, Pelet, Efa en Saäf.

48Kalebs bijvrouw Maächa baarde Seber en Tirchana. 49Zij bracht ook Saäf ter wereld, de stichter van Madmanna, en Sewa, de stichter van Machbena en Gibea.

Kaleb had ook een dochter, Achsa.

50Andere afstammelingen van Kaleb waren de zonen van Efrats oudste zoon Chur: Sobal, de stichter van Kirjat-Jearim,Nederlands - Welkom in 't leven 51Salma, de stichter van Betlehem, en Charef, de stichter van Bet-Gader.Jan Gossaert - Tweeluik met Jean Carondelet 52Van Sobal, de stichter van Kirjat-Jearim, stamt Haroë af en de helft van de inwoners van Menuchot. 53Uit Kirjat-Jearim komen de families Jeter, Put, Suma en Misra, uit wie de bewoners van Sora en Estaol zijn voortgekomen. 54Van Salma stammen de bewoners van Betlehem, Netofa en Atrot-bet-Joab af, half Manachat, de Sorieten 55en de families in Jabes die zich op de schrijfkunst hebben toegelegd, namelijk de families Tira, Sima en Sucha, Kenieten uit Chammat, waar ook de Rechabieten vandaan komen.

1 Kronieken 3

Afstammelingen van David

Pieter Schoubroeck - Landschap met David en Abigaïl
Jan Mostaert - De boom van Jesse

1Dit zijn de zonen die David in Hebron kreeg: de oudste was Amnon, een zoon van Achinoam uit Jizreël; de tweede was Daniël, een zoon van Abigaïl uit Karmel;Davids kinderenPieter Schoubroeck - Landschap met David en Abigaïl 2de derde was Absalom, een zoon van Maächa, die een dochter was van koning Talmai van Gesur; de vierde was Adonia, een zoon van Chaggit; 3de vijfde was Sefatja, een zoon van Abital; de zesde was Jitream, een zoon van zijn vrouw Egla. 4Zes zonen kreeg hij in Hebron, waar hij zeven jaar en zes maanden regeerde. In Jeruzalem regeerde hij drieëndertig jaar 5en daar kreeg hij de volgende kinderen: Sima, Sobab, Natan en Salomo, de vier zonen van Batsua, de dochter van Ammiël; 6-9verder nog negen zonen: Jibchar, Elisama en Elifelet, Noga, Nefeg en Jafia, Elisama, Eljada en Elifelet, en dan nog de zonen van zijn bijvrouwen; hun zuster was Tamar.

10Salomo was de vader van Rechabeam, die de vader was van Abia, de vader van Asa, de vader van Josafat, 11de vader van Joram, de vader van Achazja, de vader van Joas, 12de vader van Amasja, de vader van Azarja, de vader van Jotam, 13de vader van Achaz, de vader van Hizkia, de vader van Manasse, 14de vader van Amon, de vader van Josia.

15Zonen van Josia: Jochanan, de oudste, Jojakim, de tweede, Sedekia, de derde, en Sallum, de vierde. 16Zonen van Jojakim: Jechonja en Sidkia. 17De zoon van Jechonja was Assir; diens zonen waren Sealtiël, 18Malkiram, Pedaja en Senassar, Jekamja, Hosama en Nedabja. 19Zonen van Pedaja: Zerubbabel en Simi. Zonen van Zerubbabel: Mesullam en Chananja; hun zuster was Selomit. 20Chasuba, Ohel, Berechja, Chasadja en Jusab-Chesed waren vijf andere zonen van Zerubbabel. 21Zonen van Chananja: Pelatja en Jesaja. Diens zoon was Refaja, diens zoon was Arnan, diens zoon was Obadja, diens zoon was Sechanja. 22Sechanja had zes nakomelingen: zijn zoon Semaja en diens zonen Chattus, Jigal, Bariach, Nearja en Safat. 23Nearja had drie zonen: Eljoënai, Chizkia en Azrikam. 24Eljoënai had zeven zonen: Hodawja, Eljasib, Pelaja, Akkub, Jochanan, Delaja en Anani.Jan Mostaert - De boom van Jesse

1 Kronieken 4

Andere afstammelingen van Juda

Jan Hein - Familiekroniek op schutbladen van bijbel

1Nakomelingen van Juda: Peres, Chesron, Karmi, Chur en Sobal.Jan Hein - Familiekroniek op schutbladen van bijbel 2Sobals zoon Reaja verwekte Jachat en Jachat verwekte Achumai en Lahad; al deze families komen uit Sora.

3Dit zijn de nakomelingen van de stichter van Etam: Jizreël, Jisma en Jidbas. Hun zuster heette Hasselelponi.

4Penuël, de stichter van Gedor, en Ezer, de stichter van Chusa. Dit waren de nakomelingen van Chur, de oudste zoon van Efrat en de stichter van Betlehem.

5Aschur, de stichter van Tekoa, had twee vrouwen, Chela en Naära. 6Naära baarde hem Achuzzam, Chefer en de stamvaders van de families Temen en Achastar, allemaal nakomelingen van Naära. 7Zonen van Chela: Seret, Jesochar en Etnan.

8Kos verwekte Anub en Hassobeba en was de stamvader van de families van Acharchel, de zoon van Harum.

9Jabes stond in hoger aanzien dan zijn broers. Zijn moeder had hem Jabes genoemd, ‘want,’ zei ze, ‘ik heb hem in pijn gebaard.’ 10Jabes bad tot de God van Israël: ‘Zegen mij: maak mijn grondgebied groot en bescherm me tegen het kwaad, zodat ik geen pijn hoef te lijden.’ God gaf hem wat hij gevraagd had.

11Kelub, de broer van Sucha, verwekte Mechir, de vader van Eston. 12Eston verwekte Bet-Rafa, Paseach en Techinna, de stichter van de stad Nachas. Zij waren inwoners van Recha.

13Zonen van Kenaz: Otniël en Seraja. Zoon van Otniël: Chatat. 14Meonotai verwekte Ofra en Seraja verwekte Joab, de stichter van Gai-Charasim. Deze plaats werd zo genoemd omdat er handwerkslieden woonden.

15Zonen van Kaleb, de zoon van Jefunne: Iru, Ela en Naäm. Zoon van Ela: Kenaz.

16Zonen van Jehallelel: Zif en Zifa, Tireja en Asarel.

17-18Zonen van Ezra: Jeter, Mered, Efer en Jalon. Mered nam Bitja tot vrouw, een dochter van de farao. Zij werd zwanger en baarde Mirjam, Sammai en Jisbach, de stichter van Estemoa. Dit waren de nakomelingen van Bitja. Zijn Judese vrouw baarde hem Jered, de stichter van Gedor, Cheber, de stichter van Socho, en Jekutiël, de stichter van Zanoach.

19Afstammelingen van de vrouw van Hodia, de zuster van Nacham: de stichter van Keïla, de stad van de Garmieten, en Estemoa, de stad van de Maächatieten.

20Zonen van Simon: Amnon en Rinna, Ben-Chanan en Tilon.

Zonen van Jisi: Zochet en Ben-Zochet.

21Nakomelingen van Juda’s zoon Sela: Er, de stichter van Lecha; Lada, de stichter van Maresa; de families van linnenwevers in Bet-Asbea; 22en verder Jokim, de burgers van Kozeba, en Joas en Saraf, die in Moabitische families trouwden en later terugkeerden naar Betlehem, zoals oude bronnen vermelden. 23Zij waren pottenbakkers in dienst van de koning en woonden in Netaïm en Gedera.

Afstammelingen van Simeon

Pieter Paul Rubens - Koning Hizkia
Juda ten tijde van Hizkia

24Zonen van Simeon: Nemuël, Jamin, Jarib, Zerach en Saül. 25Saül was de vader van Sallum, die de vader was van Mibsam, de vader van Misma. 26Nakomelingen van Misma: Misma was de vader van Chammuël, die de vader was van Zakkur, de vader van Simi. 27Simi had zestien zonen en zes dochters; zijn broers hadden niet veel kinderen. Al deze families waren samen minder talrijk dan de nakomelingen van Juda. 28Zij woonden in Berseba, Molada en Chasar-Sual, 29in Bilha, Esem en Tolad, 30in Betuël, Chorma en Siklag, 31in Bet-Hammarkabot, Chasar-Susim, Bet-Biri en Saäraïm. Tot koning David aan de macht kwam behoorden deze steden 32en de omliggende dorpen aan hen toe. Vijf andere plaatsen waar zij zich hadden gevestigd waren Etam, Aïn, Rimmon, Tochen en Asan, 33elk met de omliggende dorpen, tot aan Baäl.

In hun geslachtslijst staan: 34Mesobab, Jamlech en Josa, de zoon van Amasja, 35Joël en Jehu, die de zoon was van Josibja, de zoon van Seraja, de zoon van Asiël, 36Eljoënai, Jaäkoba, Jesochaja, Asaja, Adiël, Jesimiël, Benaja 37en Ziza, die de zoon was van Sifi, de zoon van Allon, de zoon van Jedaja, de zoon van Simri, de zoon van Semaja. 38Deze bij name genoemde personen waren familiehoofden. Omdat hun families sterk in omvang waren toegenomen, 39trokken ze naar Gedor, en van daar oostwaarts de vallei in, om nieuwe weidegronden te zoeken voor hun schapen en geiten. 40Ze vonden er een uitgestrekt gebied met vruchtbare, goede weidegronden. De bevolking, afstammelingen van Cham, leefde er rustig en onbezorgd. 41In de tijd van koning Hizkia van Juda vielen bovengenoemde familiehoofden het gebied binnen. Ze vernielden de tenten, maakten de bronnen onbruikbaar en verdreven de hele bevolking, die nooit meer is teruggekeerd. Ze zijn er zelf gaan wonen, omdat daar weidegronden voor hun kudden waren.Rubens in ItaliëPieter Paul Rubens - Koning Hizkia 42Vijfhonderd leden van de stam Simeon trokken onder aanvoering van Jisi’s zonen Pelatja, Nearja, Refaja en Uzziël naar het Seïrgebergte. 43Daar doodden ze de overgebleven Amalekieten, en sindsdien wonen ze er, tot op de dag van vandaag.Juda ten tijde van Hizkia

1 Kronieken 5

Afstammelingen van Ruben, Gad en Manasse

Hendrik van Wieringen - De leeuw uit de stam Juda

1Zonen van Ruben, de oudste zoon van Israël – Ruben was de oudste zoon, maar omdat hij zijn vaders bed had ontwijd, ging zijn eerstgeboorterecht over op de nakomelingen van Israëls zoon Jozef, hoewel deze niet als eerstgeborene staat ingeschreven. 2Juda was sterker dan zijn broers en er is een vorst uit hem voortgekomen, maar het eerstgeboorterecht ging over op Jozef –Hendrik van Wieringen - De leeuw uit de stam Juda 3zonen van Ruben, de oudste zoon van Israël: Chanoch en Pallu, Chesron en Karmi.

4Nakomelingen van Joël: Joël was de vader van Semaja, die de vader was van Gog, de vader van Simi, 5de vader van Micha, de vader van Reaja, de vader van Baäl, 6de vader van Beëra. Beëra, die door koning Tiglatpileser van Assyrië als balling werd weggevoerd, stond aan het hoofd van de stam Ruben. 7Zijn verwanten, zoals ze in de geslachtslijsten staan ingeschreven: Jeïel, de belangrijkste, Zecharja 8en Bela, die de zoon was van Azaz, de zoon van Sema, de zoon van Joël. Bela woonde in het gebied dat zich uitstrekt van Aroër tot aan Nebo en Baäl-Meon. 9Naar het oosten strekte het woongebied van de stam Ruben zich uit tot aan de woestijn langs de Eufraat, want Gilead was niet groot genoeg voor hun kudden. 10In de tijd van Saul vielen ze de Hagrieten aan. Ze overwonnen hen en gingen in hun tentenkampen wonen, in heel het gebied ten oosten van Gilead.

11De nakomelingen van Gad woonden in het gebied dat grensde aan dat van de stam Ruben, in Basan, tot aan Salka. 12De belangrijkste was Joël; Safam was de tweede man. Ook Janai en Safat woonden in Basan. 13Hun stamgenoten waren Michaël, Mesullam, Seba, Jorai, Jakan, Zia en Eber: zeven families. 14Zij waren nakomelingen van Abichaïl, die de zoon was van Churi, de zoon van Jaroach, de zoon van Gilead, de zoon van Michaël, de zoon van Jesisai, de zoon van Jachdo, de zoon van Buz. 15Achi, de zoon van Abdiël, de zoon van Guni, stond aan het hoofd van deze families. 16Ze woonden in de dorpen van Gilead en Basan, tot in de verste uithoeken van de weidegronden van Saron. 17Al deze families lieten zich inschrijven in de tijd van koning Jotam van Juda en koning Jerobeam van Israël.

18Ruben, Gad en Oost-Manasse hadden een legermacht van vierenveertigduizend zevenhonderdzestig geoefende en strijdvaardige krijgslieden, bewapend met kleine schilden, zwaarden en bogen. 19Ze deden een aanval op de Hagritische stammen Jetur, Nafis en Nodab. 20Daar de Israëlieten in hun strijd geholpen werden, vielen de Hagrieten en hun bondgenoten hun in handen. Tijdens de gevechten riepen ze God aan, en omdat ze hun vertrouwen in hem stelden, stond hij hen bij. 21Ze maakten vee buit: vijftigduizend kamelen, tweehonderdvijftigduizend schapen en geiten, en tweeduizend ezels, en ze namen honderdduizend mensen gevangen. 22Het aantal gesneuvelden was enorm, want God had de strijd gevoerd. De overwinnaars bleven in het veroverde gebied wonen tot aan de tijd van de ballingschap.

23De leden van de oostelijke helft van de stam Manasse woonden in het gebied tussen Basan en de Baäl-Hermon en de Senir in het Hermonmassief. Ze waren zeer talrijk. 24Hun familiehoofden waren Efer, Jisi, Eliël, Azriël, Jirmeja, Hodawja en Jachdiël, dappere krijgslieden en achtenswaardige familiehoofden.

25-26Na verloop van tijd werden Ruben, Gad en Oost-Manasse de God van hun voorouders ontrouw en begonnen ze zich af te geven met de goden van de volken die God voor hen uit het land had verdreven. Daarom zette de God van Israël koning Pul van Assyrië, ook bekend als Tiglatpileser, ertoe aan om hen als ballingen weg te voeren. Hij bracht hen naar Chalach, Chabor, Hara en de rivier van Gozan, en daar wonen ze tot op de dag van vandaag.

Afstammelingen van Levi; hun taken en woongebieden

Koperen ambtsjubileum van de burgemeester van Muiden, J.L. de Raadt
Constantijn á Renesse - Josia en de priester Chilkia

27Zonen van Levi: Gerson, Kehat en Merari. Koperen ambtsjubileum van de burgemeester van Muiden, J.L. de Raadt 28Zonen van Kehat: Amram, Jishar, Chebron en Uzziël. 29Kinderen van Amram: Aäron, Mozes en Mirjam. Zonen van Aäron: Nadab en Abihu, Eleazar en Itamar. 30Eleazar verwekte Pinechas, Pinechas verwekte Abisua, 31Abisua verwekte Bukki, Bukki verwekte Uzzi, 32Uzzi verwekte Zerachja, Zerachja verwekte Merajot, 33Merajot verwekte Amarja, Amarja verwekte Achitub, 34Achitub verwekte Sadok, Sadok verwekte Achimaäs, 35Achimaäs verwekte Azarja, Azarja verwekte Jochanan, 36Jochanan verwekte Azarja, die als eerste het priesterambt bekleedde in de tempel die Salomo in Jeruzalem bouwde. 37Deze Azarja verwekte Amarja, Amarja verwekte Achitub, 38Achitub verwekte Sadok, Sadok verwekte Sallum, 39Sallum verwekte Chilkia, Chilkia verwekte Azarja,Constantijn á Renesse - Josia en de priester Chilkia 40Azarja verwekte Seraja en Seraja verwekte Josadak, 41die als balling werd meegevoerd toen de HEER de inwoners van Juda en Jeruzalem door Nebukadnessar liet wegvoeren.Joden in ballingschap