Rode draad

Cornelis van Hoek : Snuifdoos met doop van de kamerling.
Anoniem Friesland : Plaquette: Mozes gevonden door de dochter van de farao
Onbekend : Hakkebord: Christus in de hof van Getsemane
Anoniem, Delft : Theebusje: doop van Christus in de Jordaan
Anoniem, Hindeloopen : Deurpaneel bedschot: koningin van Seba bezoekt Salomo
Adam Sijbel : Avondmaalskan: Zacheüs in de vijgenboom

De Schutbijbel toegepast

Merians navolger

Pieter Hendriksz. Schut is een van de graveurs die zich heeft willen meten met Mattheüs Merian de Oude. Merian, die misschien beter bekend is om zijn topografische prenten in zijn Theatrum Europeanum, is minstens zo belangrijk geweest voor de bijbelillustratie. Een eeuw lang werden de houtsneden uit de Lutherbijbel ongewijzigd herdrukt. Merian vernieuwde deze illustraties door ze als kopergravure uit te voeren en de composities te wijzigen. Zijn Icones Biblicae verschenen tussen 1625 en 1627, aangevuld met gedichten in verschillende talen. Merian ontwierp hiervoor eigen composities, maar nam daarnaast ook voorstellingen van kunstenaars als Holbein, Tempesta, Wierix, Galle, Rubens, Bril en Van Veen direct over. Rubens eindeloos gekopieerd Zijn voorliefde voor topografie stak Merian niet onder stoelen of banken; de achtergrond van menig bijbels tafereel vulde hij in met landschappen uit zijn Zuid-Duitse geboortestreek. Door geldgebrek moest Merian kort na 1627 de koperplaten van de Icones Biblicae verkopen. De nieuwe eigenaar, uitgever Lazarus Zetzners Erben te Straatsburg, bracht in het vervolg de zogenaamde ‘Merianbibel’ op de markt, met 233 prenten van Merians hand, die de maatstaf zou worden voor toekomstige bijbelillustraties.

Van deze 'Merianbibel' volgden verscheidene goedkopere kopieën, waaronder de Amsterdamse prentbijbels van de uitgevers Danckerts en Visscher. Pieter Hendriksz. Schut, die door Claes Jansz. Visscher omstreeks 1635 in dienst werd genomen, vervaardigde de bijbelillustraties van Visschers prentbijbel. Schut graveerde de 233 beroemde prenten van Merian na in het koper, zodat de uiteindelijke afdruk in de prentbijbel van Visscher het spiegelbeeld was van het origineel. Deze prentbijbel staat beter bekend als de Schutbijbel; de eerste druk moet rond 1650 zijn uitgekomen.

Pieter Hendriksz. Schut
Goddelyke wonderwerkers te hoog ge-eert.

Er bestaan twee soorten Schutbijbels: de grote Schutbijbel met gravures naar het voorbeeld van de prenten van Merian op originele grootte, en de kleine Schutbijbel met gravures die kleiner zijn dan het origineel van Merian. Van Merian tot theebusjeHet lijkt alsof de kleine prenten simpelweg uitsneden zijn van de grote Schutprenten; toch zijn er wijzigingen aangebracht, met name in de achtergrond. Groot en klein op een plaquetteMogelijk heeft Schut ook de prentbijbel van Danckerts gebruikt als voorbeeld. Overigens steekt Visscher in de voorrede de loftrompet over Merian, terwijl in de uitgaven van Danckerts de naam Merian niet eens voorkomt. Daarnaast vulde Schut de serie prenten aan met eigen ontwerpen, aanvankelijk met 25 in de eerste druk. De grote Schutbijbel biedt links een prozatekst in vijf talen over een bijbelpassage en rechts een gravure met gedicht in vijf talen over hetzelfde onderwerp.

Pieter Hendriksz. Schut
Iona van een Visch ingeslockt, wert na 3 dagen weder van hem gespogen op het drooge.

De vroegst bekende kleine Schutbijbel betreft 42 foliobladen met acht prenten op ieder blad. De acht voorstellingen waren samen op één koperplaat gegraveerd. Deze bladen waren in eerste instantie niet bedoeld om als zelfstandig boek te worden uitgegeven, maar om in foliobijbels, zoals de Statenbijbel, bijgebonden te worden. Schuts eigen bijdrage was ten opzichte van de vroegere grote Schutbijbel gegroeid; naast de 233 prenten naar Merian voegde hij 103 prenten van eigen ontwerp toe. De enige Schutbijbel die voorzien is van een datering is het Toneel ofte Vertooch der Bybelsche Historien uit 1659. Hiervoor zijn de koperplaten van de 42 foliobladen versneden zodat de voorstellingen los van elkaar konden worden afgedrukt. Deze kleine Schutbijbel is aanvankelijk verschenen met één prent per blad en later in 1659 met twee prenten per blad.

Zowel de grote als de kleine Schutbijbel waren een groot succes. Deze ongekende populariteit vertaalde zich in tientallen uitgaven van prentbijbels met de prenten van Schut in de achttiende eeuw. Schut was kopiist van Merian, maar voor zijn eigen ontwerpen liet hij zich inspireren door tal van andere kunstenaars. Maar ook Schuts prenten werden nagestoken, hetgeen heeft geresulteerd in gravures die steeds meer afwijken van de oorspronkelijke compositie.

Schuts illustraties als decoratie

De populariteit van de Schutbijbel in met name de achttiende eeuw ging hand in hand met het gebruik van Schuts voorstellingen in de toegepaste kunst. Op werkelijk allerlei alledaagse objecten werden de bijbelse prenten van Schut overgenomen: tabaks- en snuifdoosjes, tegels, kannen, haardschermen, bedschotten, kasten, mangelbakjes en ga zo maar door. Het decoratieve aspect stond bij de ambachtslieden vaak hoger in het vaandel dan originaliteit en artistieke waarde. Men verlangde alleen aantrekkelijke bijbelse taferelen op gebruiksvoorwerpen, en dikwijls was er geen enkele relatie tussen de voorstelling en de functie van het object. In bepaalde doopsgezinde gemeenten had deze bijbelse toegepaste kunst een didactische functie, maar dat was lang niet altijd zo. Kwalitatief gezien waren de voorstellingen vaak van een gemiddeld tot laag niveau, uitzonderingen daargelaten, maar dat betekende niet dat iedereen zich dergelijke objecten kon veroorloven. Aanvankelijk waren ze alleen weggelegd voor welgestelden, later ook voor mensen met een minder goed gevulde portemonnee.

Versieringstechnieken

Elk medium vraagt om een andere versieringstechniek en een eigen methode waarop de illustraties worden overgebracht. Achtereenvolgens komen hier aan bod: aardewerk, metalen doosjes, beschilderd houten huisraad en houtsnijwerk.

Onbekend
Tegel: Rebekka en Abrahams knecht bij de put

Aardewerk

Tot aan het eind van de negentiende eeuw werd een tegel van natte klei op maat gesneden, door deze eerst op een snijbord met twee tot vier spijkers te plaatsen om verglijden te voorkomen; later zijn deze snijborden vervangen door spijkerloze borden. Na droging werd de tegel voor de eerste keer gebakken, waardoor hij steen werd (vandaar het woord ‘steentje’ als oude benaming voor tegel). Vervolgens werd een laagje witbakkend tinglazuur aangebracht. Daarna werd een zogenaamde spons op de tegel doorstoven met koolpoeder. Het resultaat was een tekening van zwarte stipjes op het tinglazuur. De tegelschilder verbond vervolgens de stipjes met elkaar door de hoofdlijnen te schilderen: de trek. Nadat de details waren ingevuld, werd de tegel voor de tweede keer gebakken. Overigens was het formaat van de tegels vergelijkbaar met de prenten van Schut. De prent zelf kon dus ook als spons dienen door deze van gaatjes te voorzien. Decorateurs van andere aardewerken objecten hanteerden een soortgelijke techniek. Honderd 'basterde storis' voor een gulden Het verhaal van Jona op tegels

Cornelis van Hoek
Snuifdoos met doop van de kamerling.

Metalen doosjes

De metalen doosjes met voorstellingen van Schut zijn meestal vervaardigd van zilver of koper; met (geel)koper wordt vaak ook messing bedoeld. Er bestonden verschillende versieringstechnieken waarvan drijven, stampwerk en graveren voor het kopiëren van illustraties de meest belangrijke waren. Handzame tabaksdoosjes Grote Schutprenten op een tabaksdoos Snuiven in stijl

Drijven gebeurde met een hamer, diverse drijfbeitels en ponsen op een pekkogel of zandkussen. Met de pons konden reliëfs in het metaal geslagen worden, waarbij het metaal op veerkrachtig pek lag. Door middel van ciseleren, met een ciseleerpons, kon het decor aangescherpt worden; delen metaal werden dan ingesneden of weggestoken.

Voor het graveren gebruikte men burijnen oftewel stalen graveernaalden, waarmee groefjes in het metaal aangebracht werden.

Met stampwerk werd geprobeerd gedreven decors te imiteren. Een metalen plaat werd met de voorkant op een stalen of bronzen matrijs, met een decor in spiegelbeeld, gelegd en vervolgens bedekt met een loden plaat. Door op de loden plaat te slaan met een hamer werd het decor van de matrijs in de metalen plaat geperst. Hiervoor werden later ook schroefpersen gebruikt, om het proces te versnellen. Vervolgens kon met een ciseleerpons de voorstelling weer aangescherpt worden.

Anoniem, Hindeloopen
Deurpaneel bedschot: Jozef door zijn broers verkocht

Beschilderd houten huisraad

Hoe men vroeger meubels en dergelijke beschilderde is niet geheel duidelijk. Een spons doorstuiven, zoals bij de tegel gebeurde, was niet mogelijk, omdat houten huisraad vaak veel groter was dan prenten. Mogelijk zijn er sponsen vergroot om een uitvergroting van de voorstelling te verkrijgen. Gezien het veelvuldig voorkomen van fantasierijkere schilderingen, waarbij minder op het oorspronkelijk ontwerp gelet werd, ligt vrije naschildering van de prenten meer voor de hand. Uitzonderingen zijn enkele meubels waarop de prenten van een prentbijbel gewoonweg geplakt en vervolgens ingekleurd zijn. Het probleem van beschilderde meubels Beschilderde mangelbakken Vrije interpretatie op Hindelooper bedschotten

Onbekend
Hakkebord: Christus in de hof van Getsemane

Houtsnijwerk

Houtsnijwerk van bijvoorbeeld hakkeborden en beeldenkasten begon met een tekening op hout, die door middel van een sjabloon of uit de losse pols werd aangebracht. Met diverse mesjes, beitels en gutsen kon daarna het overtollige hout, in de tekening de loze ruimte, weggestoken worden. Weliswaar kan men met houtsnijwerk vrij nauwkeurig de oorspronkelijke compositie van een prent volgen door de contouren van de figuren over te nemen, maar de nuancering van een prent is veel moeilijker na te bootsen. Op stilistisch gebied zijn daarom de nodige verschillen te ontdekken tussen houtsnijwerk en prenten. Hakkeborden: Schut te water

  • Toon terzijde Rubens eindeloos gekopieerd
  • Toon terzijde Hakkeborden: Schut te water
  • Toon terzijde Honderd 'basterde storis' voor een gulden
  • Toon terzijde Handzame tabaksdoosjes
  • Toon terzijde Grote Schutprenten op een tabaksdoos
  • Toon terzijde Snuiven in stijl
  • Toon terzijde Het verhaal van Jona op tegels
  • Toon terzijde Het probleem van beschilderde meubels
  • Toon terzijde Beschilderde mangelbakken
  • Toon terzijde Vrije interpretatie op Hindelooper bedschotten
  • Toon terzijde Van Merian tot theebusje
  • Toon terzijde Groot en klein op een plaquette
  • Toon terzijde Jan Luyken en de prentbijbel