Rode draad

kopie naar Rogier van der Weyden : De duivel martelt een verdoemde
Aad de Haas : Christus door de duivel bekoord
Anoniem, Holland : Biblia Pauperum, p. 20 (v)
Richard Roland Holst : Lucifer
Onbekend : De slang verleidt Eva
Meester van de Barbaralegende : Scenes uit het leven van Job

Duivelse gedaanten

Anoniem, Haarlem
De Hollandse apocalyps

Hoe moet je als kunstenaar de duivel verbeelden? De bijbeltekst is daarbij niet erg behulpzaam. Het wemelt er weliswaar van de verwijzingen naar deze kwade kracht, Satan of duivel genoemd, maar een beschrijving ervan ontbreekt. Op een uitzondering na. In het boek Openbaring is sprake van een draak, getypeerd als 'de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd' (Openb. 12:9). Hij wordt uitgebreid beschreven als een vuurrood wezen met zeven koppen en tien horens, en met een machtige staart (12:3-4). Hier konden kunstenaars wel wat mee, al beeldden ze de draak zelden precies zo uit als de bijbeltekst dicteert. Van de zeven koppen blijft meestal maar een enkele over. Zo'n eenkoppige draak is dan te vinden onder de voeten van aartsengel Michaël, die hem heeft verslagen in een hemels gevecht (12:7-8).

Anoniem, Haarlem
De Hollandse apocalyps
Onbekend
Aartsengel Michaël

Uit het boek Openbaring kunnen we opmaken dat de draak inwisselbaar is met de slang, als symbool van het kwaad. Ook het gebruik van het woord draak wijst daarop. Het is afkomstig van het Latijnse draco, dat zowel draak als slang betekent. Dat kunstenaars dit eveneens zo hebben opgevat, blijkt wel uit het feit dat de slang, die volgens de letterlijke tekst van het boek Genesis (3:1-7) Eva verleidde tot het eten van de verboden vrucht, soms wordt afgebeeld als een draakAdam en Eva - Rembrandt. Toch zien we deze scène meestal verbeeld met echte slangen, kronkelend om de stam van de boom van kennis van goed en kwaad. Vervaarlijk realistisch is de cobra op een ets van J.H. Isings, een 20e-eeuwse kunstenaar die vooral bekend werd door zijn schoolplaten. Soms heeft de slang het hoofd van een mens of zelfs het bovenlichaam van een bevallige jonge vrouwDe zondeval. Ook mengvormen van draak en slang komen voor. Een schilderij van Pieter Pouwels uit 1949 toont een enorme slang met hagedisachtige pootjes.

Rembrandt
Adam en Eva
Hugo van der Goes
Diptiek van Wenen (linkerluik: De zondeval)
Pieter Pouwels
Eva verleid door de slang, pakt de appel van de boom der kennis

De kenmerken van de draak, zoals ze in de bijbeltekst te vinden zijn, gaan terug op voor-christelijke legenden, die in oostelijke streken als Perzië en Egypte circuleerden. Geleidelijk aan vormde zich hieruit in de westerse beeldende kunst een Satansfiguur als een mensachtig wezen, voorzien van klauwen en een staart. Naast deze oosterse invloeden was er de klassieke oudheid waarop kunstenaars teruggrepen. Het was de sater, half mens half bok, die zich uitstekend leende om het kwaad te verbeelden. Al in de 4e eeuw werden deze wellustige wezens door de kerkvader Hiëronymus geïnterpreteerd als symbolen van de duivel. Ze waren immers afkomstig uit een heidense cultuur, en dus vijandig aan de christelijke kerk. Zo verschenen er ruwharige duivels in de beeldende kunst, voorzien van horens en gespleten hoeven.

navolger Jheronimus Bosch
Jobtriptiek
Meesters van de donkere ogen
Het Laatste Oordeel

Op een paar plaatsen in de bijbel wordt Satan juist geassocieerd met licht. Zo vermeldt Lucas dat hij Satan als een 'lichtflits uit de hemel' heeft zien vallen (10:18). In 2 Korintiërs wordt gesproken over een vermomming van Satan als 'engel van het licht' (11:14). Ze verwijzen naar een passage in het bijbelboek Jesaja, waarin wordt verhaald hoe een opstandige engel, in de Latijnse bijbelvertaling Lucifer (lichtdrager) genoemd, uit de hemel valt en op aarde ellende begint aan te richten (14:12). De engelen die hij meesleept in zijn val, krijgen op afbeeldingen van deze gebeurtenis onderweg vaak duivelse kenmerken, maar behouden meestal hun vleugels, die gaandeweg op die van vleermuizen gaan lijken. Het thema versmelt in de beeldende kunst uiteindelijk met dat van de Apocalyps.

Frans Floris (I)
De val van de opstandige engelen

Ook het monster Leviatan, dat in de bijbelboeken Jesaja (27:1) en Job (3:8) en in enkele psalmen voorkomt, kan vereenzelvigd worden met de duivel. Het woord dat Hebreeuwse wortels heeft, zou 'slinks' of 'kronkelig' betekenen. Jesaja spreekt inderdaad van een kronkelende slang, maar ook van 'een monster in de zee'. Deze laatste gedaante is terug te voeren op de mythologie van Ugarit, een heidense beschaving ten noorden van Libanon. Het monster zou zich op de bodem van de hel bevinden om daar de verdoemden op te slokken. In de kunst wordt het fabeldier vaak afgebeeld als een afschrikwekkend grote vis met een gapende muil.

Pieter Bruegel de Oudere
Dulle Griet

Kunstenaars konden dus putten uit een heel reservoir aan mogelijkheden om de duivel aanschouwelijk te maken. En dat deden ze uiterst fantasievol. Vooral Hiëronymus Bosch was een meester in het bedenken van bizarre duivelse gedrochten. Hij werd dan ook eindeloos nagevolgd, zodat echo’s van zijn inventies nog decennialang na zijn dood in de beeldende kunst te traceren zijn. Zelfs in de beeldcultuur van de 21e eeuw zijn de oeroude kenmerken van de duivel terug te vinden. Wie het woord Satan of duivel intypt in 'Google afbeeldingen' kan in een oogopslag zien hoe deze kenmerken tot een cliché verworden zijn, getuige bijvoorbeeld het etiket van het biermerk DuvelBier, waarop de duivel te zien is als een rood mannetje met hoorntjes en een pijlstaart.

Jheronimus Bosch
De tuin der lusten (detail van het rechterluik: de hel)
  • Anoniem, Haarlem
    De Hollandse apocalyps
  • Toon terzijde Satan