Rode draad

Jan Mostaert : De boom van Jesse
Noord Nederlands : Aanbidding der koningen
Rogier van der Weyden : De visitatie
Pieter Bruegel de Oudere : De volkstelling te Betlehem
Noord Nederlands : Aanbidding der herders
kopie naar Pieter Aertsen : Aanbidding der herders

Het kerstverhaal

De herders en de drie koningen die samen in de stal in aanbidding voor het kindeke Jezus liggen geknield, dat is voor veel mensen hét beeld van kerst. Zo wordt het immers letterlijk verbeeld in de talloze kerststallenFrauke LaarmannDe traditie van de kerststal die elk jaar in december weer worden opgetuigd. Maar in de bijbel komen de koningen niet voor; er is sprake van wijzen of magiërs. En die komen op hun beurt niet in hetzelfde bijbelgedeelte voor als de herders. In feite staan er twéé kerstverhalen in de bijbel, die later zijn geharmoniseerd en uitgebreid met allerlei legendarische elementen, zoals de os en de ezel.Os en ezel In deze Rode Draad wordt ingegaan op overeenkomsten en verschillen tussen de twee verhalen.

Om te beginnen is het opvallend, dat er weliswaar vier evangeliën zijn (van Matteüs, Marcus, Lucas, Johannes), maar dat slechts twee daarvan berichten over de geboorte en wat daaromheen plaats vond. Zowel Marcus als Johannes beginnen hun verhaal in medias res met de prediking van Johannes de Doper en het begin van Jezus' openbare optreden als inmiddels volwassen man (Mar. 1; Joh. 1). Alleen de evangeliën van Matteüs en Lucas verhalen van de geboorte van Jezus.

Het geboorteverhaal volgens Matteüs

Matteüs begint zijn evangelie met de stamboom van Jezus (Mat. 1:1-17): 'Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham'. Daarmee geeft hij aan dat Jezus voluit wortelt in het Joodse volk (Zie: 'De wortel Jesse'De wortel Jesse). Lucas geeft overigens ook een stamboom van Jezus, maar pas verderop in het verhaal, bij het begin van Jezus' prediking (Luc. 3:23-38).

Matteüs vervolgt:

De afkomst van Jezus Christus was als volgt. Toen zijn moeder Maria al was uitgehuwelijkt aan Jozef maar nog niet bij hem woonde, bleek ze zwanger te zijn door de heilige Geest. Haar man Jozef, die een rechtschapen mens was, wilde haar niet in opspraak brengen en dacht erover haar in het geheim te verstoten. Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer. De engel zei: 'Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest. Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.' (Mat. 1:18-21)

Jozef doet wat hem door de engel is opgedragen. Hij neemt Maria bij zich als zijn vrouw, en als de geboorte heeft plaatsgevonden geeft hij het kind de naam Jezus. Dan verplaatst de aandacht zich:

Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea, tijdens de regering van Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan. Ze vroegen: 'Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen.' (Mat. 2:1-2)

Herodes schrikt als hij hoort van een potentiële concurrent en laat navraag doen waar de messias - de langverwachte redder van het Joodse volk - volgens de Hebreeuwse bijbel geboren zou moeten worden. Dat blijkt Betlehem te zijn, en Herodes stuurt de magiërs op weg, met de huichelachtige bezwering om hem achteraf te komen vertellen waar ze het kind gevonden hebben, 'zodat ook ik erheen kan gaan om het eer te bewijzen.' (vs. 8)

Nadat ze geluisterd hadden naar wat de koning hun opdroeg, gingen ze op weg, en nu ging de ster die ze hadden zien opgaan voor hen uit, totdat hij stil bleef staan boven de plaats waar het kind was. Toen ze dat zagen, werden ze vervuld van diepe vreugde. Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud en wierook en mirre. Nadat ze in een droom waren gewaarschuwd om niet naar Herodes terug te gaan, reisden ze via een andere route terug naar hun land. (Mat. 2:9-12)

Als Herodes merkt dat de magiërs hem misleid hebben, ontsteekt hij in woede en beveelt hij alle jongetjes van twee jaar en jonger in Betlehem en omgeving om te brengen. Jezus ontsnapt aan deze afschuwelijke slachtpartij doordat Jozef vooraf in een droom is gewaarschuwd om met zijn gezin naar Egypte te vluchten. Pas als Herodes dood is keren ze terug naar hun geboorteland, en gaan in Nazaret wonen.

Het geboorteverhaal volgens Lucas

Lucas vertelt veel uitvoeriger over de geboorte van Jezus, en dat terwijl de magiërs en de kindermoord te Betlehem in zijn verhaal niet eens voorkomen. Na een korte inleiding waarin hij zijn werkwijze verantwoordt, vertelt hij over de geboorteaankondiging van Johannes de Doper (Lucas 1:5-25). Daarna beschrijft hij de aankondiging van de geboorte van Jezus, de zogenoemde Annunciatie of Maria-BoodschapMaria Boodschap/Annunciatie:

[Toen] zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria. Gabriël ging haar huis binnen en zei: 'Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.' Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had. Maar de engel zei tegen haar: 'Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. [...] Maria vroeg aan de engel: 'Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.' De engel antwoordde: 'De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God. Luister, ook je familielid Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap, want voor God is niets onmogelijk.' Maria zei: 'De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.' Daarna liet de engel haar weer alleen. (Luc. 1:26-38)

Maria reist naar genoemde Elisabet toe, die in verwachting is van Johannes de Doper. Bij de blijde ontmoeting heft Maria een lofzang aan die naar de Latijnse beginregel Magnificat wordt genoemd: 'Mijn ziel prijst en looft de Heer'. Dit bezoek van zo'n drie maanden staat in de traditie bekend als de Visitatie. In het slot van Lucas 1 staat de geboorte van Johannes de Doper beschreven.

Hoofdstuk 2 is gewijd aan de geboorte van Jezus. Vanwege een door keizer Augustus verordonneerde volkstelling moet iedereen zich in zijn geboorteplaats laten inschrijven. Jozef en de hoogzwangere Maria reizen van Nazaret naar Betlehem, waar de geboorte plaatsvindt.

Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad. Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. De engel zei tegen hen: 'Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: vandaag is in de stad van David voor jullie een redder geboren. Hij is de messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.' En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden: 'Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.' (Luc. 2:6-14)

De herders gaan op weg en treffen alles aan zoals de engel het heeft aangekondigd. 'De herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd.' (vs. 20)

Lucas besluit zijn verhaal over Jezus' eerste dagen op aarde met de zogenoemde toewijding in de tempel: 'Toen de tijd was aangebroken dat ze zich overeenkomstig de wet van Mozes rein moesten laten verklaren, brachten ze hem naar Jeruzalem om hem aan de Heer aan te bieden.' (vs. 22) Daar treffen ze Simeon en Anna, twee bejaarde profeten die door de Geest naar de tempel zijn gestuurd om de messias hulde te brengen. Lucas besluit het geboorteverhaal met de woorden: 'Toen ze alles overeenkomstig de wet van de Heer hadden gedaan, keerden ze terug naar Galilea, naar hun woonplaats Nazaret. Het kind groeide op, werd sterk en was begiftigd met wijsheid; Gods genade rustte op hem.' (vs. 39-40)

Resumerend: voor de traditionele kerststal bestaat in feite geen bijbelse grond. Lucas spreekt weliswaar over een voederbak, maar van een stal - laat staan een die met dieren gedeeld moet worden - is feitelijk geen sprake. Ook van een ontmoeting tussen herders en koningen wordt niet gerept: uit het feit dat Herodes alle kinderen tot twee jaar wil laten doden, wordt over het algemeen opgemaakt dat het bezoek van de magiërs geruime tijd na de geboorte moet hebben plaatsgevonden.