Rode draad

Jan van Eyck : Maria met kind
Erasmus Quellinus (II) en Joannes Fijt : Jezus bij Marta en Maria
Jan van Scorel : De doop van Jezus in de Jordaan
Anoniem : Dans der deugden rond Christus in het Paradijs
Jan (I) Brueghel : Kruisiging
Rembrandt : Jezus

Jezus' uiterlijk

Jezus’ tweeduizendste verjaardag, in het jaar 2000, was een mooi moment om terug te blikken op twee millennia beeldvorming van een persoon, zonder wie de westerse kunstgeschiedenis er heel anders uit zou zien. Als deze terugblik íets duidelijk maakt, dan zijn het wel de problemen die kunstenaars door de eeuwen heen ondervonden bij het vormgeven van een fenomeen dat goddelijk en menselijk tegelijk was. Nog afgezien van het feit dat het maken van beelden volgens bijbels gebod eigenlijk verboden is: de mensen zouden het beeld kunnen gaan vereren in plaats van de afgebeelde zelfDe beeldenstorm van 1566 (vgl. Wijsheid 13-15). Toch begreep de kerk al snel dat juist het beeld een krachtig middel was om vooral ongeletterden aan te spreken in hun geloof.

Maar hoe iemand te verbeelden van wie niemand wist hoe hij eruit zag? Een vraag die pas urgent werd in de Middeleeuwen, toen de behoefte ontstond om Jezus letterlijk vorm te geven. De bijbeltekst bood weinig houvast ten aanzien van het uiterlijk van Jezus. In de evangeliën waren geen bevredigende beschrijvingen te vinden, zodat christelijke theologen uitweken naar het Oude Testament en de Joodse beschrijvingen van de messias, die ze projecteerden op Jezus Christus. De profeet Jesaja beschrijft de lijdende dienaar van de Heer als een man met een 'onopvallend uiterlijk' dat ‘ons niet kon bekoren’ (Jesaja 53:2). In Psalm 45 daarentegen wordt de lof op de ‘mooiste van alle mensen’ (Psalm 45:3) gezongen, net als in het Hooglied (5:10-16), dat wel geïnterpreteerd wordt als beschrijving van de liefde tussen Christus en de gelovigeHooglied als allegorie.

Joos van Cleve
Drieluik met de H. Veronica, de bewening en Josef van Arimatea
Anoniem, Zuid Nederlands
Tweeluik met Lentulusbrief en portret van Christus

Het is niet verwonderlijk dat kunstenaars, bij gebrek aan bijbelse aanwijzingen, hun toevlucht zochten tot de vele legenden die rond de figuur van Jezus circuleerden. Een daarvan is het verhaal van Veronica, dat in de dertiende eeuw ontstond. Zij zou Jezus een doek hebben aangereikt om zijn gezicht mee af te drogen, toen hij tijdens zijn kruisweg ten val gekomen was; op de doek zou een afdruk van Jezus’ gezicht zijn achtergebleven. Authentieker kon het niet, dacht men: deze afbeelding was immers niet door mensenhanden gemaakt. Er ontspon zich in de Middeleeuwen dan ook een heuse cultus rond deze doek met daarop de ‘ware beeltenis’ (vera icon in het Latijn; de naam Veronica zou hiervan afgeleid zijn). Andere afbeeldingen van Christus die zonder tussenkomst van een menselijke schepper zijn ontstaan maar die als voorbeeld voor kunstenaars dienden, zijn de lijkwade van Turijn en het - voornamelijk door de oosterse kerken vereerde - mandilion van Edessa.

Naast deze doeken was er de zogeheten LentulusbriefTweeluik met Lentulusbrief en portret van Christus, een tekst die in de Middeleeuwen de ronde deed. Hij zou zijn opgesteld door een Romeinse stadhouder in Palestina en bevatte een nauwkeurige beschrijving van Jezus’ uiterlijk. Elementen uit deze tekst zijn vaak in ‘portretten’ van Jezus terug te vinden, zoals zijn ‘hazelnootkleurige’ haar met middenscheiding, dat in golvende lokken tot op zijn schouders hing, zijn enigszins gevorkte baard, zijn ‘gladde en kalme’ voorhoofd en heldere oogopslag. Kenmerken die ook nu nog springlevend zijn, getuige films als ‘Jesus Christ Superstar’ (1973).

Dieric Bouts
Christus in het huis van Simon de Farizeeër met stichtersportret

Problematischer nog dan Jezus’ gezicht was zijn lichaam. Het lichaam, en dan vooral de zinnelijke kanten ervan, was een moeilijk onderwerp in de christelijke kerk. Toch speelt juist Jezus’ lichaam een essentiële rol in de christelijke godsdienst: het vertegenwoordigt de menswording van God en is een belangrijk onderdeel van de eucharistieDe maaltijd van de Heer. Aan kunstenaars de hachelijke taak om dat lichaam zowel een menselijke als een goddelijke uitstraling mee te geven.

Naar Anthonie van Dyck
Gekruisigde Christus

Het meest dramatisch wordt Jezus’ lichamelijkheid benadrukt in de talloze kruisigingsscènes. Ontdaan van zijn kleren, zoals de bijbeltekst dicteert (Matt. 27:35, Marc. 15:24, Luc. 23:34, Joh. 19:23-24), wordt Jezus’ lichaam daar in al zijn kwetsbaarheid getoond. Wie de kruisigingsscènes in chronologische volgorde bekijkt, ziet hoe de kunstenaars geworsteld hebben met de realistische weergave van het hangende en dode lichaam, maar ook met de theologische visies op Christus in hun tijd. De vroegste uitbeeldingen van Christus aan het kruis staan in de byzantijnse traditie van de triomferende Christus die de dood heeft overwonnen. Rond het jaar 1000 begon men aandacht te krijgen voor de lijdende en stervende Christus. In de Middeleeuwen zien we daarom vaak een uitgemergelde, met bloedende wonden bedekte Christus aan het kruis, die de beschouwer moest aanzetten tot medelijden. Tijdens de barok groeide de overtuiging dat de nadruk op de wonden afstotend kon werken. Ook al bleef de uitbeelding van Christus aan het kruis die van een lijdende, zijn lichaam veranderde steeds meer in een ideaalbeeld van sensuele schoonheid.

Gerard David
De doop van Christus
Alexander Keirincx
Boslandschap met de doop van Christus

Dat geldt eveneens voor het afbeelden van Jezus’ levende lichaam, zoals in voorstellingen van zijn doop in de Jordaan. Meestal staat Jezus met zijn voeten, soms zelfs tot zijn middel in het water. Dat hij hier vrijwel naakt is, ligt voor de hand, hoewel de bijbel er niets over zegt (Matt. 3:13-17, Marc. 1:9-11, Luc. 3:21-22, Joh. 1:29-34). Net zomin als over de engel die soms aan de scène is toegevoegd, om Jezus’ kleren te dragen.

Anoniem, Zuid Nederlands, Brussel
Maria met kind gekroond door twee engelen

Niet alleen de gedaante van de volwassen Jezus, ook die van het goddelijke kind bracht problemen met zich mee. Aanvankelijk werd hij weergegeven als een miniatuur-volwassene, compleet met toga of pronkgewaad. Pas geleidelijk aan ontstond bij kunstenaars het inzicht dat een kind niet hetzelfde is als een verkleinde volwassene: de verhoudingen liggen anders, de vormen zijn ronder. Zo werd ook Jezus steeds meer een echte baby, ‘poezelig van vlees, met vouwtjes en plooien en kuiltjes in de handen’, om met de zestiende-eeuwse schrijver en schilder Karel van Mander te spreken. Hoe meer de kleine Jezus op een echt kind leek, hoe sterker de gevoelens van vertedering en liefde waren die hij opriep. En dat was precies de bedoeling van de vele honderden geboortescènes en afbeeldingen van Maria met kind, die de afgelopen eeuwen het licht zagen.

omgeving Jacob Jordaens
Heilige Familie

Bibliografische referenties

Kunstschrift 6 (1999), themanummer ‘Jezus’

  • Toon terzijde Tweeluik met Lentulusbrief en portret van Christus
  • Toon terzijde Crucifix met 3 of 4 spijkers?
  • Toon Rode draad Bijbels bloot