Rode draad

Pieter Coecke van Aelst : Drieluik met in het midden de kruisiging, op de linkervleugel Adam en Eva en op de rechtervleugel het offer van Abraham
Karel van Mander (I) : De mensheid voor de zondvloed
Jan (I) Brueghel : Sodom en Gomorra en Lot en zijn dochters
school van Rembrandt : Batseba bij haar toilet door David bespied
Jan van Scorel : De doop van Jezus in de Jordaan
Naar Anthonie van Dyck : Gekruisigde Christus

Bijbels bloot

Jacob Adriaensz. Backer
Het aardse paradijs

De bijbel is niet bepaald een boek dat geassocieerd wordt met het naakte lichaam. Toch komt dat er wel in voor, zij het zelden expliciet. Het meest logisch, ‘functioneel’ zou je kunnen zeggen, is de naaktheid van Adam en Eva voor de zondeval (Gen. 2:25). Na de zondvloed treffen we Noach aan, dronken en naakt (Gen. 9:20-27). Verder zijn er de badende vrouwen Susanna en Batseba (resp. Daniël-toevoegingen en 2 Samuël), de voormalige ‘zondares’ Maria Magdalena (Luc. 7) en verleidsters zoals de vrouw van Potifar (Gen. 39) en de dochters van Lot (Gen. 19). Hun (gedeeltelijke) naaktheid blijkt niet zozeer uit de bijbeltekst zelf als wel uit de context van het verhaal.

Jan Massys
Judit met het zwaard

Een andere vrouw die soms naakt wordt afgebeeld is Judit, hoewel de bijbeltekst vermeldt dat zij juist haar mooiste kleren aandeed voor zij haar wrede daad ging verrichten (Judit 12).

Pieter Lastman
Christus aan het kruis

Naast naakte vrouwen zijn er naakte mannen. De gekruisigde Jezus is hiervan de bekendste. Bovendien konden scènes als de zondvloed (Gen. 7) en de kindermoord (Matt. 2) kunstenaars tot een heel scala aan naaktfiguren inspireren.

Cornelis Cornelisz. van Haarlem
De kindermoord te Betlehem

Voor de kerk was het naakte lichaam een ambivalent onderwerp. Het werd in de bijbel zowel uitbundig bezongen, zoals het vrouwenlichaam in het Hooglied (bijv. hoofdstuk 4), alsook verbonden met schaamte, ontstaan na de zondeval (Gen. 3). Veelzeggend is de bijbelse passage waarin Jeremia in een van zijn waarschuwende toespraken dreigt de zondige mens zijn mantel uit te trekken zodat zijn naaktheid - ‘schande’ in oude vertalingen - zichtbaar wordt (Jer. 13:26). De middeleeuwse kerk onderscheidde vier soorten naaktheid: nuditas naturalis (naakt zonder schaamte van voor de zondeval), nuditas temporalis (naakt door het ontbreken van werelds bezit, zoals bij Job het geval was), nuditas virtualis (naakt dat vrij is van zonde) en de nuditas criminalis (zondig naakt). Het spreekt vanzelf dat het niet de bedoeling was dat kunstenaars die laatste vorm van naaktheid uitbeeldden. Zelfs Batseba en Susanna werden lange tijd meestal gekleed weergegeven. Zo konden kunstenaars bovendien verhullen dat ze niet goed raad wisten met het overtuigend weergeven van de anatomie van het menselijk lichaam.

Jan van Eyck
Linkerpaneel van het altaar 'Het Lam Gods' met de voorstelling van Adam
Meesters van Otto van Moerdrecht
Job bespot door zijn vrouw en beklaagd door zijn vrienden

In de loop van de zestiende eeuw veranderde dat. Kunstenaars kregen steeds meer belangstelling voor het natuurgetrouw afbeelden van het menselijk lichaam. Deze interesse was ontstaan tijdens de renaissance in Italië. De overblijfselen van antieke beelden, die daar overal te vinden waren, dienden de Italiaanse kunstenaars tot voorbeeld. In de loop van de tijd werden deze kunstenaars steeds vindingrijker in het uitbeelden van allerlei ingewikkelde houdingen en bewegingen. Er ontstond een gekunstelde stijl, die ook wel maniërismeManiërisme wordt genoemd.

Joachim Wtewael
De zondvloed

En zo sloop ook het ‘niet-functionele’ naakt de religieuze kunst binnen. De kerk was daar niet blij mee en nam in het Concilie van Trente, een achttien jaar durende kerkvergadering die in 1563 eindigde, een decreet aan dat kunstenaars verbood voorstellingen te maken die lust konden opwekken. Met terugwerkende kracht werden kunstwerken die aanstootgevend waren in de ogen van de kerk, aangepast. Al te prikkelend naakt werd meedogenloos weggeschilderd of bedekt met schaamlapjes, vaak in de vorm van een vijgenblad. Dit in navolging van Adam en Eva, toen zij uit het paradijs werden verdreven.

Onbekend
In 't Paradijs

Maar de ontwikkelingen binnen de kunsten waren niet meer te stuiten. Onder invloed van vooral het Italiaanse maniërisme gingen in de zestiende eeuw kunstenaars in meer noordelijke contreien zich eveneens toeleggen op het naakte lichaam. Adam en Eva bleven onveranderlijk populair, evenals de tot de verbeelding sprekende bijbelse vrouwen Batseba, Lots dochters, Susanna, Judit en de vrouw van Potifar. De allergrootste uitdaging vormden de bijbelse episodes waar massale hoeveelheden lichamen in het geding waren, zoals de zondvloedDe zondvloed als staaltje van artistiek meesterschap en de kindermoord. Hoe gruwelijk ook, ze werden door kunstenaars graag aangegrepen om de eigen virtuositeit te etaleren.

Rembrandt
Adam en Eva
Rembrandt
Jozef en de vrouw van Potifar

In de zeventiende eeuw raakte de overdreven aandoende maniëristische stijl uit de mode. Schilders zochten naar een meer realistische weergave van de bijbelse personages. Geïdealiseerde naakten veranderden in blote mannen en vrouwen. Adam en Eva, Susanna en Batseba (van respectievelijk Rembrandt, Willem Drost of Jan Steen) werden gewone Hollandse mensen met hun eigen schoonheid. Vooral Rembrandt was er een meester in om het lichaam in zijn alledaagse blootheid te tonen, soms zelfs op het schokkende af, zoals zijn ets Jozef en de vrouw van Potifar laat zien. Bijbels bloot werd ook in de zeventiende eeuw niet door iedereen geapprecieerd. Al in 1625 verzuchtte de dichter Jacob Cats dat men ‘geyle beelden’ beter uit de weg kon gaan; ze zouden maar ‘onkuysheyt’ veroorzaken. Uit andere teksten blijkt dat zulke afbeeldingen vaak juist een moraliserende lading hadden. Ze waarschuwden de beschouwer bijvoorbeeld voor verleidelijke vrouwen.

Rembrandt
Batseba met de brief van Koning David

Als reactie op het gekunstelde maniërisme en de al te grote alledaagsheid die daarop volgde, ontstond er later in de zeventiende eeuw een artistieke stroming die opnieuw teruggreep op de klassieke oudheid. Schilders streefden naar rustige, evenwichtige composities met een gelijkmatige belichting. Naast mythologische onderwerpen bleven zij ook bijbelse geschiedenissen schilderen, met een voorkeur voor bijbels naakt. Deze naakten waren vaak monumentale figuren, neergezet in een paleisachtige omgeving of niet bestaande, idyllische landschappen, zoals De Grebbers en Jan van Necks Batseba's of Jan van Noordts en Salomon de Brays Susanna's. Maar wie ze goed bekijkt, ziet er nog steeds de Hollandse huisvrouw doorheen schemeren.

Salomon de Bray
Susanna en de ouderlingen
  • Overzicht van alle naakten op deze site.

  • Toon terzijde De zondvloed als staaltje van artistiek meesterschap
  • Toon terzijde Maria Magdalena