Rode draad

Quiringh Gerritsz. van Brekelenkam : Oude vrouw leest de bijbel
Pieter Bruegel de Oudere : De prediking van Johannes
Dieric Bouts : Triptiek met het laatste avondmaal
Ludolf van Saksen : Het Laatste Avondmaal
Onbekend : De heilige Mis
toegeschreven aan Pieter de Bloot : Dienst in een protestantse dorpskerk

Christelijke liturgie

Wanneer je zelden of nooit in de kerk komt, kan je bij het bezoeken van - bij voorbeeld - een mis het gevoel bekruipen dat er een spel gespeeld wordt waarvan je de regels niet kent. Mensen gaan staan en weer zitten, zeggen zo nu en dan ‘Amen’, slaan een kruis als het hun uitkomt, spreken gebeden mee met de priester, en weten ondertussen zonder enige moeite de psalmen, gezangen en lezingen te vinden in de boeken voor hen. Hoe doen ze dat? Wat betekenen al deze handelingen? Hebben ze überhaupt een betekenis of zijn het lege vormen?

Behandeling van deze laatste vraag voert hier te ver, aangezien die een discussie aanroert die al eeuwen - vooral sinds de Reformatie - speelt. Voor het beantwoorden van de andere twee vragen wordt u meegenomen in de geschiedenis van de (christelijke) liturgie. 'Liturgie' is een aanduiding voor de structuur van een (katholieke) mis of een (protestantse) dienst. De volgorde van de gebeden, gezangen en lezingen hoort hierbij, net zo goed als de handelingen van de voorgangers en de gelovigen. Het is een term die al gebruikt werd in de Joodse traditie, en die we nu ook nog kennen in de protestantse en katholieke tradities.

Dit woord 'liturgie' is afkomstig uit het Grieks en werd in het Oude Griekenland gebruikt als term voor een publieke bijeenkomst. In het Nieuwe Testament wordt de term gebruikt om de eredienst weer te geven (Lucas 1:23 en Hebr. 8:6). Zowel de bijeenkomsten zelf als de invulling ervan hebben een lange geschiedenis binnen de christelijke kerken. Hieronder wordt vooral ingegaan op de invulling van de erediensten zoals die nu nog wordt aangetroffen.

De eredienst zoals die vandaag de dag wordt gevierd in de protestanste en rooms-katholieke kerken gaat terug op gebruiken uit de Joodse tradities en de vroeg-Christelijke kerk uit het begin van onze jaartelling. In de Bijbel komen zowel in het Oude als het Nieuwe Testament teksten voor waarin mensen bij elkaar komen om te bidden, om met elkaar de maaltijd te delen, en verhalen waarin men dagelijks naar de tempel gaat voor gebed. Voorbeelden hiervan zijn Deut. 6:4-9 en 11:13-21; Num. 15:37-41; Hand. 2:41-47, 10:41 en 20:7; 1 Kor. 11:20. In alle genoemde situaties is de bijeenkomst georganiseerd om God te danken, te prijzen en te eren.

Gebeden vormen dus een belangrijk onderdeel van de dienst ter ere van God. We vinden in de Bijbel dan ook verschillende voorbeelden van gebeden en (lof)zangenCantica, die nog altijd gebruikt worden in de eredienst. Het Onzevader (Matt. 6:9-13) en de Psalmen zijn algemeen bekend. Ook het danklied van Maria (Magnificat) in Luc. 1:46-55 en bijvoorbeeld de lofzang van Simeon (Nunc dimittis) in Luc. 2:29-32 maken nog steeds deel uit van de liturgie en de getijdenGetijden. Deze teksten uit de Bijbel vormen samen met de vele niet-bijbelse gezangen en gebeden het liturgische corpus, waaruit gekozen kan worden bij de samenstelling van een dienst.

De zondagse eredienst wordt opgedeeld in tweeën, namelijk de dienst van het Woord, waarin de schriftlezingen en de preek centraal staan, en de dienst van de Tafel, waarin de eucharistie of het avondmaalEucharistie en Avondmaal centraal staat. Het verschil in gebruik in protestantse en katholieke kerken wordt hieronder verder uitgewerkt.

De rooms-katholieke traditie

De eerste directe bronnen met teksten die zijn gebruikt in de Roomse liturgie zijn te vinden in het Sacramentarium Veronense. Dit boek uit de 6de eeuw bevat zogenaamde misformulieren, dat zijn de gebeden die door de voorganger tijdens een eredienst uitgesproken werden, chronologisch geordend volgens het kerkelijk jaarLiturgisch jaar. Er ontstaan hierna verschillende sacramentaria met gebeden. Pas in 1570, naar aanleiding van het Concilie van TrenteContrareformatie, wordt er door Paus Paulus VI een misboek vastgelegd (het Missale Romanum) waarin niet langer slechts de gebeden genoteerd staan, maar alle teksten voor de eredienst én de handelingen die de voorganger moet verrichten.

De eredienst bestaat voor katholieken uit een vast gedeelte met telkens terugkerende teksten (het zogenaamde ordinarium) en een wisselend gedeelte (het proprium). De vaste teksten worden dus tijdens elke zondagsviering uitgesproken (of gezongen), terwijl het andere gedeelte wisselt en bijvoorbeeld te maken heeft met de heilige van die dag.

De vaste delen van de mis zijn het Kyrie (Heer, ontferm u), het Gloria (Ere zij God in den hoge), het Credo (Ik geloof in één God), het Sanctus (Heilig, heilig, heilig), het Benedictus (Gezegend is hij die komt) en het Agnus Dei (Het lam Gods).

Het hoogtepunt van de rooms-katholieke mis is de eucharistieEucharistie en Avondmaal.

Offerande Augustinuskerk

De protestantse traditie

De protestantse kerken zijn voortgekomen uit de Reformatie. En hoewel er vele verschillende stromingen zijn ontstaan binnen de protestantse kerken, zoals de Lutherse, hervormde, gereformeerde en evangelische, hebben ze een aantal dingen gemeen. Een van de belangrijkste veranderingen die de Reformatie teweeg heeft gebracht is de terugkeer naar de Bijbel als allerbelangrijkste bron voor het geloof, zonder wereldlijke zaken daar omheen. Drie Latijnse spreuken kenmerken de basis van het protestantisme: Sola Scriptura, alleen de Bijbel als Woord van God heeft gezag; Sola fide, alleen door het geloof in Christus kan de mens verlost worden van zijn zonden; Sola gratia, alleen door de genade van God kan de mens verlossing ontvangen. Dit betekent onder andere dat de Bijbellezingen tijdens de eredienst en de uitleg van deze teksten (de preek) het belangrijkste onderdeel gaan vormen van de zondagse eredienst. Het eerste gedeelte van de katholieke mis, de dienst van het Woord, krijgt dus het volle gewicht; de dienst van de Tafel wordt zeker niet meer wekelijks gevierd.

Bijbellezing

Daarmee wordt ook de opbouw van de liturgie anders en - ten opzichte van de katholieke mis - ontdaan van opsmuk. De Psalmen gaan een nog belangrijker rol spelen in de protestantse erediensten. Ze zijn daarom sinds de zestiende eeuw veelvuldig in het Nederlands vertaald. Er bestaan vele verschillende berijmde en onberijmde vertalingen en melodieën voor de Psalmen. Werd er in de eerste tijd na de Reformatie helemaal geen muziek meer gemaakt tijdens de erediensten, al gauw werd dit door verschillende mensen (o.a. Calvijn) als een gemis gezien. Vanaf dat moment is het orgel een belangrijke rol gaan spelen in de protestantse liturgie en eredienst. De Psalmen werden vaak eenstemmig en op hele noten gezongen; dit gebeurt nog steeds in enkele kerkgemeenschappen. Daarnaast zijn er ook vele nieuwe melodieën geschreven, die we bijvoorbeeld kennen uit het Liedboek der Kerken. Van de eenstemmige Psalmmelodieën bestaan ook weer allerlei meerstemmige zettingen, van zestiende-eeuwse tot hedendaagse.

Muziek

Muziek speelt zowel in de katholieke als in de protestantse kerken een grote rol in de liturgie. Beide kerken hebben hun eigen liedboeken, die teruggaan op eeuwenlange tradities aangevuld met hedendaagse varianten. In de rooms-katholieke kerk bestaat er een traditie van koorscholen van jongenskoren (intussen ook met meisjes), die (bijna) elke zondagse dienst opluisterden met muziek, vaak aangevuld met mannenstemmen voor de lage partijen. Vaak genoeg werden deze nog verder aangevuld met een orkest. Voor dat gebruik werden bijvoorbeeld Mozartmissen gecomponeerd. Maar ook nu nog wordt er in die traditie muziek gemaakt - zowel in het bisdom Utrecht als Haarlem bevindt zich nog een koorschool verbonden aan de kathedraal - en wordt er muziek gecomponeerd voor de eredienst. Belangrijke twintigste- en eenentwintigste-eeuwse katholieke componisten zijn bijvoorbeeld Hendrik Andriessen en Herman Strategier.

Ook de protestantse kerken kennen een lange traditie van liturgische muziek. In de protestantse kerk is het juist de gemeente die zingt, in tegenstelling tot de katholieke kerk, waar doorgaans een koor de muziek verzorgt. Het is dan ook niet vreemd dat er in de protestantse kerken een veel groter repertoire aan kerkliederen is en dat nieuwe composities zich vooral richten op het herdichten en opnieuw op muziek zetten van de bestaande psalmen en gezangen. Bekende namen binnen deze kerk zijn bijvoorbeeld Willem Vogel en Frits Mehrtens, die ook - bijna onlosmakelijk - verbonden zijn met de schrijvers van teksten, Sytze de Vries en Willem Barnard.

Drie recente voorbeelden van hoe de muziek in de kerk leeft: het project Psalmen van nuPsalm 142 in de berijming van 'Psalmen voor nu' (2005), de PsalmenwedstrijdDe uitslag van de Psalmenwedstrijd (2006) (in 2006 uitgeschreven door de redactie van deze website) en de in 2007 gepresenteerde Canon van het Protestantse kerklied.

  • Toon terzijde Eucharistie en Avondmaal
  • Toon terzijde Liturgisch jaar
  • Toon terzijde Getijden
  • Toon terzijde Cantica
  • Toon terzijde De beeldenstorm van 1566