Rode draad

n.v.t : Lennaert Nijgh
Jheronimus Bosch : De tuin der lusten
Tinus van Doorn : Apocalytische ruiters
Hendrik Nicolaas Werkman : Het bruidspaar onder de baldakijn
Onbekend : De Drie Wijzen bezoeken koning Herodes
Onbekend : Het Geloof Hoop en Liefden

De bijbel volgens Lennaert Nijgh

Lennaert Nijgh (1945-2002) was de tekstschrijver achter heel wat grote Nederlandstalige successen. Malle Babbe van Rob de Nijs, Pastorale van Ramses Shaffy en Liesbeth List, Ik doe wat ik doe van zijn vrouw Astrid Nijgh, Liefde van later van Herman van Veen (Nijghs vertaling van een chanson van Jacques Brel). En natuurlijk de talloze klassiekers van Boudewijn de Groot: Meisje van zestien, Welterusten, meneer de president!, Testament, Het land van Maas en Waal, Verdronken vlinder, Meester Prikkebeen, Eva, ...

Vorm en inhoud

Nijgh werkte graag met oude literaire vormen als de rederijkersballade, het referein en zelfs het acrostichon. Ook bewerkte hij met succes de nodige traditionals, zoals De Noordzee. Voor de inhoud koos Nijgh, afgezien van eigentijdse en tijdloze thema's als Vietnam, Haarlem, hoeren, liefde en vrede, uit een breed cultureel spectrum: Jeroen Bosch, Vondel, Reve, Mozart, Freud, Jung, Hans Christian Andersen, Fellini, Frans Hals, Leonardo da Vinci, Tacitus en andere klassieken.
Ook de bijbel komt regelmatig terug in Nijghs teksten, al is het niet altijd even bewust gekozen. Zo vertelt Nijgh zelf dat hij ooit Belinda Meuldijk uit de brand moest helpen met een tekst tegen de Koude Oorlog, voor een lp van Rob de Nijs. "Ik wist aanvankelijk ook niet wat ik ermee aan moest. Toen greep ik naar de bijbel – iets wat Bob Dylan ook menigmaal had gedaan – en ziedaar: psalm 150, vers 1: 'Al wat adem heeft lofzingt den Heere' leverde de oplossing." De tekst van Alles wat ademt ('Laat alles wat ademt / in vrede bestaan') was geboren. (De bedoelde regel komt overigens uit Psalm 150:6.)

Verwijzingen

Soms gaat het om niet meer dan een vergelijking: 'ik kwam zo naakt als Eva bij hem binnen' (De zomeravond was zo zwoel), 'we liggen met z'n allen in de buik van het schip, / geborgen bij elkaar als in Noachs ark' (Welterusten, goedenacht). Of het is slechts een bijbels klinkende regel, zoals het slot van Jan Klaassen de trompetter: 'hij is niet dood, hij leeft!'

Met de eenvoudige verwijzing naar de Tien geboden in de sarcastische tekst van de jaren-60-protestsong Welterusten, meneer de president! is iets bijzonders aan de hand:

Meneer de president, welterusten,
slaap maar lekker in uw mooie witte huis.
Denk maar niet te veel aan al die verre kusten
waar uw jongens zitten, eenzaam, ver van thuis.
Denk vooral niet aan die zesenveertig doden,
die vergissing laatst met dat bombardement.
En vergeet het vierde van die tien geboden,
die u als goed christen zeker kent.
Denk maar niet aan al die jonge frontsoldaten,
eenzaam stervend in de verre tropennacht.
Laat die weke pacifistenkliek maar praten,
meneer de president, slaap zacht!
(...)

Nijgh: "We kregen heel rechts Nederland over ons heen, er werd zelfs vanaf de kansel gewaarschuwd tegen de gevaarlijke rebelse gedachten waarmee wij middels dit lied de Nederlandse jeugd trachtten te vergiftigen. Dat ik Lyndon Johnson [de toenmalige Amerikaanse president] ervan beschuldigde 'het vierde van de tien geboden' overtreden te hebben - 'Eert uw vader en uw moeder' - terwijl ik natuurlijk 'Gij zult niet doden' bedoelde, mocht de pret niet drukken. De volgorde van de gebodenDe tien geboden is niet voor alle godsdienstige richtingen dezelfde, maar dat was ik me niet bewust."

Bijbelboeken

Enkele keren verwees Nijgh meer algemeen naar een bepaald bijbelboek. Voor het album Salvation (1971) met vertaalde songs van Peter Link en Ch. Courtney, schreef hij voor Rob de Nijs Deuteronomium, een vertaling van Deuteronomy 17:12.
Onder de titel Apocalyps (= Openbaring) liet hij Boudewijn de Groot een ballade zingen over een soldaat en zijn meisje. De soldaat wil de laatste nacht met haar vieren ('want morgen moet ik gaan marcheren / voor het lieve vaderland'), maar zij is heel bezorgd:

Maar ik durf niet te dansen, mijn liefste,
de nacht is zo duister en koud
en ik hoor vier ruiters rijden,
daarbuiten in 't donkere woud.
Ze komen op magere paarden,
ze hebben geen haast en geen tijd,
och waarom zijn ze gekomen,
ik wil er mijn liefste niet kwijt.

Het beeld van de vier ruiters met hun paarden is rechtstreeks afkomstig uit Openbaring 6.
Nijghs Hooglied ten slotte is een vertaling van een van de Mauthausen-liederen van Mikis Theodorakis:

Asma asmaton

O mijn liefde is zoeter dan honing is.
Zoals een bloem het zonlicht het liefste is,
zo lief is hij mij, die mijn koning is.
Ik heb hem lief maar niemand weet
dat hij mijn liefste is.
Ik heb hem lief, maar er is niemand die dit weet.
Ik heb hem lief.

O meisjes van Auschwitz,
o meisjes van Dachau,
vertel mij toch waar mijn liefste is, vertel mij toch waar hij is.
Ik heb hem lief.

- Wij hebben hem vandaag voorbij zien komen,
vanwaar hij kwam, kan hij nog dromen,
maar niemand weet waarheen hij gaan zal.

O mijn liefde die alles verwarmen kan,
zoals mijn hoofd rust in zijn linkerhand,
zoals zijn rechter mij omarmen kan.
Ik heb hem lief maar niemand weet
dat hij mijn liefste is.
Ik heb hem lief, maar er is niemand die dit weet.
Ik heb hem lief.

O meisjes van Mauthausen,
o meisjes van Belsen,
vertel mij toch waar mijn liefste is,
vertel mij toch waar hij is.
Ik heb hem lief.

- Wij hebben hem een gele ster zien dragen,
hij kreeg hier geen antwoord op zijn vragen
en nooit zal hij hier een antwoord krijgen.

Het paradijs

Het paradijs komt meer dan eens in Nijghs liedteksten naar voren, af en toe als contrasterende metafoor met de hel - zoals in Voor de overlevenden: 'de school werd na een week een hel, / het paradijs is niet voor grote jongens'. Het paradijs uit Genesis vormt de achtergrond van Droom van Eden, gezongen door zijn vrouw Astrid, en het Boudewijn de Groot-lied Eva (1967) - niet te verwarren met het liedBoudewijn de Groot - Eva dat De Groot bijna twintig jaar later onder dezelfde titel opnam op de cd Een nieuwe herfst -, dat geïnspireerd is op het linkerpaneel van Jeroen Bosch' Tuin der lusten.

Over Jezus

In de bijbelse geschiedenis rondom Jezus vond Nijgh aanleiding tot verschillende liedjes: Herodes (1968):

Een nieuwe ster is opgegaan,
de nacht is lichter dan de dagen,
de koning is verstoord en moe;
hij kan het licht niet meer verdragen.

Er waren mensen aan de achterdeur,
allerlei schorem, goochelaars uit het oosten
en zelfs een neger
met verhalen over een nieuwe tijd
en vragen over het verleden
die niemand ooit zou mogen stellen -
waar blijft het leger?
(...)

Verder De drie koningen (1969) en De geboorte (1970), dat hier in zijn geheel volgt:

Parlando
Voor iedere moord zijn er woorden te weinig
en zwijgen de mensen als het graf van de man
die stierf door de hand van een naamloze dader,
want moord en geweld, daar schrikt niemand meer van.
Voor iedere oorlog zijn nog té veel soldaten,
te weinig verzet tegen bloeddorst en nijd,
alleen kan de wereld nog hopen en wachten,
er moet iemand komen die alles bevrijdt,
er moet iemand komen die alles bevrijdt,
er moet iemand komen die alles bevrijdt...

Komt allen tezamen, want hij is geboren,
de redder van mensen, de sterre in 't land.
De hemel scheurt open met bloemen en koren,
hij loopt met een lelie van glas in zijn hand.

Z'n voetstap is licht, als het licht in zijn ogen,
de liefde z'n wapen, de vrede z'n strijd,
en hij doet de oorlog als een inktvlek verdrogen,
strooit zand op het bloed van de vorige tijd.

Vanaf dit moment komen andere tijden,
waar dichters van droomden, ze komen voorgoed
en nu komt een einde aan angst en aan lijden,
verdwijnen de wolken van buskruit en bloed.

En overal groeien er parels van druiven,
het land van belofte verdrijft de woestijn
en weer spelen wolven met mensen en duiven
en weer smaakt de regen op aarde als wijn.

In velden en wegen verjaagt hij de bozen
en strooit met z'n glimlach een baan voor de zon.
Opnieuw heeft de wereld de ruimte gekozen
en straalt weer als eerst, toen het leven begon.

Niet alleen de geboortegeschiedenis, maar ook het verhaal van Jezus' lijden en opstanding krijgt aandacht: Een nieuw paaslied (gemaakt voor de verfilming van Reves Lieve jongens):

In een visioen van storm omringd door eenzaamheid
zag ik Golgotha, waar 't kruis de hemel tartte.
En God verhief zich in zijn majesteit
en aan zijn voeten lag zijn moeder, vol van smarten.
Toen sprak hij: Vrouw, het is genoeg geweest,
daar kunt u verder ook niks aan veranderen.
En in uw handen, Heer, beveel ik mijnen geest.
Ween niet om mij, mevrouw, maar om uzelf en de anderen.
(...)

Verder Resurrexit (1968), en de bijzondere ballade De tovenaarsleerling (1969), geschreven in opdracht van de IKON:

De meester spreekt bij 't afscheid tot
zijn knecht, bij hem nog in de leer:
bewaar mijn huis en mijn gebod,
bedenk altijd: eens keer ik weer.
De leerling luistert al niet meer
en gaat vol ijver aan het werk
en trots herhaalt hij keer op keer:
dit is de enig ware kerk.

Heb lief, zo heeft de heer gezegd.
De knecht heeft iets van 'lief' gehoord,
maar daar verschijnt een tweede knecht
die ook al goochelt met dat woord.
Nu wordt de eerste zeer verstoord,
maar hij was eerst, dus hij staat sterk
en steeds roept hij bij brand en moord:
dit is de enig ware kerk.

't Getal der knechten groeit steeds aan
en ieder loopt het uit de hand,
met liefde wordt hier veel gedaan:
't is kerk om kerk en tand om tand.
Rood kleurt de hemel boven 't land
en steeds leest men op iedere zerk
en op de graven in het zand:
dit is de enig ware kerk.

Envooi
Nog is de tovenaar van huis
en deed de knecht zijn meesters werk?
Nog rijst op Golgotha het kruis:
is dit de enig ware kerk?

Drie teksten

Ten slotte nog iets over drie afzonderlijke liedteksten.
Of het beroemde duet Pastorale bijbelse thematiek bevat, is niet echt duidelijk. Feit is dat de betrekkelijk ontoegankelijke, expressionistische tekst niet heeft verhinderd dat Pastorale aan het eind van de 20e eeuw werd gekozen tot beste Nederlandstalige lied. Vooral in New Age-kringen heeft het een diepe betekenis gekregen.

De engel van Amsterdam was een musical ter gelegenheid van het 700-jarig bestaan van Amsterdam in 1975, waarvoor Nijgh de teksten schreef. Het was een soort eigentijdse omkering van Vondels treurspel Gijsbrecht van AemstelVondel en Rafaël. Net als bij Vondel speelt de bijbel in Nijghs moderne versie een rol. Vanaf het openingskoor Gloria in excelsis deo, de samenspraak tussen aartsengel Rafaël en de Heer met zinspelingen op 'herders in het veld', de paradijstoestand en de zondvloed, tot en met de liederen Er is een tijd voor alle dingen (Mieke Bos; vgl. Pred. 3) en Kaïn en Abel (Jasperina de Jong).

Op de cd Een nieuwe herfst (1995) van Boudewijn de Groot staat het lied De Engel is gekomen, dat o.a. de karakteristieke Nijgh/De Groot-regel 'er breken andere tijden aan' bevat. Die andere tijden worden hier verbonden met de komst van de Engel. Er is in het lied sprake van de dag waarop de doden opstaan: 'de uitvaart gaat niet door vandaag, / geen toespraak en geen bloemen'. Onmiskenbaar bijbels zijn de volgende strofen:

Er komt een loper aan
met vleugels aan zijn voeten.
Hij schreeuwt, maar is niet te verstaan;
wat zou hij van ons moeten?

Zeg aan de hele stad
en roep in alle oren:
de doven zullen zien,
de blinden zullen horen!

Het lied besluit met deze twee strofen:

Geloof en hoop en liefde zijn
niet langer verre dromen.
Er breken andere tijden aan:
de Engel is gekomen.

De raven vliegen krassend op
en vluchten in de bomen.
De zon gaat in de hemel op,
de Engel is gekomen.

Bekijk een video-opname van dit lied op YouTube.

Bibliografische referenties

Lennaert Nijgh, Ik doe wat ik doe. Onder redactie van Kick van der Veer. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2000

Voor uitgebreide informatie en volledige teksten: zie de Lennaert Nijgh website.