Overzicht bijbelboeken

Over > Sleutelscènes

1. De schepping

Voordat de wereld door God in zes dagen gemaakt en ingericht wordt, is er niets anders dan chaos. Elke dag maakt God iets nieuws: licht, aarde, zee, bomen en planten, hemellichamen, dieren en tot slot, op de zesde dag, ook de mens, als kroon op Zijn schepping. Op de zevende dag rust Hij uit van zijn werk.

In het tweede scheppingsverhaal, dat hierop volgt, wonen de eerste twee mensen, Adam en Eva, in het paradijs, een prachtige tuin met onder andere twee bijzondere bomen. Van de ene, de levensboom, mogen de mensen wel, van de andere, de boom van kennis van goed en kwaad, mogen ze niet eten. Eva laat zich ompraten door de slang, die haar verleidt juist wel van de laatste boom te eten. Zodra Adam en Eva van de boom hebben gegeten, grijpt God onmiddellijk in. Hij vervloekt de slang, en ook Adam en Eva worden gestraft, ze moeten het paradijs verlaten.

Met hun twee kinderen gaat het al niet beter. Kaïn en Abel brengen allebei hun offer aan God, maar Kaïns offer wordt, in tegenstelling tot dat van Abel, niet door God aangenomen. Uit woede vermoordt hij daarop zijn broer en wil wegvluchten als God hem ter verantwoording roept voor deze eerste moord in de geschiedenis. God vervloekt en verbant hem.

Heeft betrekking op:

Genesis 1:1-4:26