Overzicht bijbelboeken

Over > Sleutelscènes

1. Proloog

Het boek Job opent met het voorstellen van de hoofdpersoon. De harmonie van de openingsverzen wordt verstoord door eerste scène in de hemel (1:6-12): Satan beweert tegenover God dat Jobs trouw en vroomheid staan of vallen met zijn welvaart. In de rest van hoofdstuk 1 verliest Job alles wat hij heeft. 'Ondanks alles zondigde Job niet en maakte hij God geen enkel verwijt' (1:22). In de tweede hemelscène (2:1-7) wijst Satan Jobs gezondheid aan als de achilleshiel, en dus wordt in de volgende verzen Jobs persoon aangetast. 'Ondanks alles zondigde Job niet en sprak hij geen onvertogen woord' (2:10). Aan het eind van de proloog voegen drie vrienden van Job zich bij hem.

Heeft betrekking op:

Job 1:1-2:13