Overzicht bijbelboeken

Over > Sleutelscènes

3. Jona en Nineve

Het tweede deel van het tweeluik Jona zet in met bijna dezelfde woorden als het eerste. Opnieuw wordt Jona door de HEER geroepen. ‘En Jona maakte zich gereed ...’ Nu geen wending zoals de eerste keer, maar gehoorzaamheid. Jona’s woorden tegenover de inwoners van Nineve hebben een enorm effect. Net als bij de ‘heidenen’ van hoofdstuk 1 is er het besef dat met deze God niet te spotten valt. Heel Nineve bekeert zich en doet boete.

Als de HEER ziet wat er in Nineve gebeurt, besluit hij het aangekondigde onheil niet door te zetten, tot grote woede van Jona. In het slothoofdstuk probeert de HEER Jona duidelijk te maken – onder andere door het teken van de wonderboom – dat hij inderdaad een God is ‘die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid’. Hij is niet de wrekende God zoals Jona hem graag had zien optreden, maar ‘de HEER die redt’ wanneer mensen zich bekeren. Hij heeft in dit boek dan ook het laatste woord.

Heeft betrekking op:

Jona 3:1-4:11