Overzicht bijbelboeken

Over > Sleutelscènes

4. Esters verzoek aan Ahasveros

Mordechai vertelt aan Ester wat het Joodse volk - en haar dus ook - boven het hoofd hangt en dwingt haar bij de koning aan te dringen om Hamans bevel niet door te laten gaan. Ester durft eerst niet, ze is al een tijd niet bij de koning geroepen en het is niet geoorloofd zomaar bij hem langs te gaan. Maar Mordechai overtuigt haar: 'Wie weet ben je juist koningin geworden met het oog op een tijd als deze' (4:14). Ester besluit dan met de koning te gaan praten, al gaat het niet van harte: 'Moet ik omkomen, goed, dan zal ik omkomen' (4:16). Ze mag vervolgens met de koning spreken, die haar zelfs de helft van zijn koninkrijk aanbiedt. Ester vraagt hem echter of hij en Haman die dag bij haar willen komen eten, zodat ze dan haar verzoek kan doen. Bij dat maal biedt Ahasveros nogmaals hetzelfde aan, maar weer vraagt Ester of Haman en Ahasveros de dag erna nogmaals willen komen eten en doet ze haar eigenlijke verzoek niet. Intussen treft Haman voorbereidingen om Mordechai uit te schakelen.

Heeft betrekking op:

Ester 4:1-5:14