Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Adriaan van der Hoop jr. - La Esmeralda

Door de eeuwen heen is de Franse literatuur in Europa in aanzien en daardoor invloedrijk geweest. In de 19e eeuw wordt de hele literaire wereld in beroering gebracht door bepaalde 'uitwassen' van de Franse Romantiek. De kritiek richt zich met name op het realisme van deze Romantici: de aandacht voor het triviale, het buitensporige en het afzichtelijke. Het oordeel over hun werk luidt dan ook: walgelijk, liederlijk, immoreel. In Victor Hugo (1802-1885), de leider van de Romantische school, ziet men de belichaming van al dat kwaad: hij is het bête noire bij uitstek, de 'toongever', om wie een leger van even verachtelijke geesten danst.

Victor Hugo wordt in Nederland geïntroduceerd in het Rotterdamse tijdschrift De Nederlandsche Mercurius (1828-1829). Redacteur Adriaan van der Hoop jr. bespreekt er Hugo's net verschenen dichtbundel Les Orientales, levert een vertaling van de voorrede en van een drietal gedichten. Van der Hoop is enthousiast.

In de jaren hierna zien we Nederland het volgende beeld: de gevestigde literatuur staat afwijzend tegenover de Franse Romantiek, terwijl de nieuwe lichting genuanceerd reageert. Zo breekt kritische nieuwkomer De GidsDe geest des tijds (1837) de staf over het ondeskundig en op gezag afwijzen van de hele Franse Romantische literatuur, zoals in Nederland veelal gebeurt met 'even veel bekrompenheid van oordeel en eenzijdigheid van smaak'. Ook het altijd maar beoordelen van literatuur 'niet in naam der kunst, maar in naam der zedelijke nuttigheid' wordt gehekeld. Anderzijds waarschuwt deze criticus ook tegen de kwade elementen in de Franse literatuur; maar hij onderscheidt ook 'veel voortreffelijks onder hetgeen luide voor boos wordt uitgekreten'.
Ten aanzien van Hugo maakt men steevast onderscheid tussen zijn poëzie aan de ene kant, en zijn proza- en toneelwerk aan de andere kant. Zijn poëzie wordt breed gewaardeerd en ook door veel Nederlandse dichters vertaald, maar om zijn andere werk wordt hij gezien als een 'bloederig man, die niets dan ijselijkheden' schrijft.

Adriaan van der Hoop jr. is en blijft de jaren door een enorme bewonderaar van Hugo's genie. Hij ziet Hugo's gebreken wel, maar dat kan zijn bewondering nauwelijks temperen. Het werk van Hugo - poëzie, maar ook proza en toneel - komt veelvuldig terug in Van der Hoops oeuvre, in verwijzingen, citaten én vertalingenAdriaan van der Hoop jr. - Mozes.
Het meest uitvoerig laat Van der Hoop zich over Hugo uit in La Esmeralda. Een verhaal, Victor Hugo nageschetst. Het is een soort raamvertelling, waarin de episode van het zigeunermeisje Esmeralda, ontleend aan Hugo's roman Notre-Dame de Paris, tot zelfstandige kern is gemaakt.

Hoofdpersoon in Van der Hoops boek is een Amsterdammer, door de gelegenheid onder de wapenen (voorjaar 1831: de kwestie-België) en juist met verlof. Op weg naar huis zoekt hij onderdak bij een oude vriend. Wanneer het gesprek daar op literatuur komt, meldt de verteller het verschijnen van Notre-Dame de Paris van 'de alom beruchte, of beroemde, (naar dat de partijen 't willen,) Victor Hugo'. De verteller laat zich verleiden tot een improvisatie over de roman: hij vertelt het verhaal van Esmeralda, in 28 hoofdstukken. De reacties van zijn toehoorders zijn typerend: de een beschouwt Hugo's verhaal als 'het gewrocht eener kranke verbeelding', de ander als 'een meesterstuk'. De voorwaarden voor een stevig debat zijn vervuld.

Als voornaam bezwaar tegen het Esmeralda-verhaal wordt genoemd de schaamteloze beschrijving van bepaalde taferelen, waar 'de eerbaarheid zeer op den achtergrond, het zinnelijke der beschrijving daarentegen geheel op den voorgrond' is geplaatst. Daar kun je beschaafde mensen en meisjes toch niet mee confronteren?
Hierop volgt een tweeledig antwoord. Wie de schoonheid liefheeft, blijft in Hugo's werk niet steken in dergelijke beschrijvingen, maar 'werpt met hem liever blikken in het menschelijke hart, en leeft met de personen die hij schildert.' Bovendien is van toepassing het Paulinische woord (Titus 1:15): 'Den reine van harte is alles rein!'

Dit laatste opmerkelijke argument, op dezelfde bladzijde nog herhaald, heeft Van der Hoop vermoedelijk ontleend aan een artikel in Bijdragen tot boeken- en menschenkennis (1832), waarvan hij redacteur is. Ter verdediging van het werk van een Franse schrijver wordt daar opgemerkt dat hij

voor zoo veel het de waarheid der teekening maar eenigszins toeliet, niets onbehoorlijks gezegd heeft. Indien men zoo ligt geraakt is, dan leze men noch Tacitus, noch Suetonius; (...) dan zelfs verbiede men de lektuur der Heilige Schrift en het boek van Vader Cats: voor den reinen is alles rein!

Zo keert het verwijt van 'onzedelijkheid' als een boemerang terug naar degene die het uitspreekt. De gewraakte auteurs en discipelen als Van der Hoop verklaren uit te gaan van een moreel mondig en gezond lezerspubliek. 'Voor wie rein zijn, is alles rein' impliceert dan ook: wie dit immoreel noemt, is het zelf!

Bibliografische referenties

Adriaan van der Hoop jr., La Esmeralda. Een verhaal, Victor Hugo nageschetst. Dordrecht: J. van Houtrijve jr., 1837.

Heeft betrekking op:

Titus 1:15