Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

Adriaan van der Hoop jr. - Mozes

Eén van de gedichten van Victor Hugo die door Adriaan van der Hoop jr. zijn vertaaldAdriaan van der Hoop jr. - La Esmeralda, is 'Moïse sur le Nil' uit Odes et Ballades. In zijn postuum verschenen bundel Lente en herfst (1842) wordt Van der Hoops 'Mozes. Oostersch Tafereel' gepresenteerd als 'eene vrije navolging', waarbij 'de laatste vijf coupletten oorspronkelijk' zijn.

Hugo en Van der Hoop voeren de dochter van de farao sprekend op. Nadat zij tegen haar dienaressen gezegd heeft in die heerlijke Nijl te willen baden (drie strofen bij Hugo, vier bij Van der Hoop), vervolgt ze:

« Hâtons-nous... Mais parmi les brouillards du matin,
Que vois-je? - Regardez à l'horizon lointain...
Ne craignez rien, filles timides!
C'est sans doute, par l'onde entraîné vers les mers,
Le tronc d'un vieux palmier qui, du fond des déserts,
Vient visiter les Pyramides.

« Que dis-je? Si j'en crois mes regards indécis,
C'est la barque d'Hermès ou la conque d'Isis,
Que pousse une brise légère.
Mais non; c'est un esquif où, dans un doux repos,
J'aperçois un enfant qui dort au sein des flots,
Comme on dort au sein de sa mère.

« Il sommeille; et, de loin, à voir son lit flottant,
On croirait voir voguer sur le fleuve inconstant
Le nid d'une blanche colombe.
Dans sa couche enfantine il erre au gré du vent;
L'eau le balance, il dort, et le gouffre mouvant
Semble le bercer dans sa tombe!

« Il s'éveille: accourez, ô vierges de Memphis!
Il crie... Ah! quelle mère a pu livrer son fils
Au caprice des flots mobiles?
Il tend les bras; les eaux grondent de toute part.
Hélas! contre la mort il n'a d'autre rempart
Qu'un berceau de roseaux fragiles.

« Sauvons-le... - C'est peut-être un enfant d'Israël.
Mon père les proscrit; mon père est bien cruel
De proscrire ainsi l'innocence!
Faible enfant! ses malheurs ont ému mon amour,
Je veux être sa mère: il me devra le jour,
S'il ne me doit pas la naissance. »

Deze vijf strofen van Hugo zijn door Van der Hoop als volgt vertaald (in vier strofen):

» Komt, haasten we ons! - Dan ziet, wat dobbert ginds in 't rond,
» Naauw zichtbaar door den mist, die boô van d' uchtendstond?
» O laat geen vrees uw hart gebieden!
» 't Is licht een palmboom, die, gedragen door den vloed,
» Zich naar de trotsche stad der Pharaönen spoedt,
» En 't dal der eeuwge Pieramieden. »

» Wat zeg ik? - Zoo geen schijn mijn scheemrend oog bedriegt,
» Is 't Hermes gouden boot, die op de golven wiegt,
» Of Isis paarlemoeren wagen.
» Maar neen; het is een korf, waarin een kindjen rust,
» Door 't golven van den stroom in zoeten slaap gesust,
» Als hield zijn moeder hem gedragen. »

» Maar 't kind ontwaakt; het schreit; wat hartverscheurbre toon!
» Snelt aan, vriendinnen! welk een moeder gaf haar zoon
» Ten prooi aan wisse lijfsgevaren?
» Het steekt zijn handjens toe; hoort, hoe het klaagt en kermt!
» Ziet, hoe een biezen kist het weêrloos kind beschermt
» Voor 't woeden van de ontrouwe baren! »

» 't Is licht een Joodsche slaaf, dien 't wichtjen vader heet.
» Mijn vader haat zijn volk; wat is mijn vader wreed!
» Kan kinderbloed zijn ziel bekoren?
» Kom in mijn armen, wicht! mij deert uw angst en pijn;
» Ik schenk u 't leven weêr; ik zal uw moeder zijn,
» Schoon ge uit mijn schoot niet werdt geboren! »

Aan het eind van zijn uitgebreide versie kiest Van der Hoop ervoor om de boodschap veel explicieter neer te zetten dan Hugo had gedaan. Het Nederlandse gedicht eindigt zo in een soort preek op rijm. De redding van Mozes is niet alleen een symbool van de uittocht van Israël uit de slavernij, maar - in ruimer perspectief - het 'beeld der redding, die eens 't zondig menschdom wacht!'
Saillant detail: de parallel die de rooms-katholieke Hugo daarbij trekt tussen de reddingsactie van de Egyptische maagd en de rol van moeder-maagd Maria wordt door de protestant Van der Hoop niet overgenomen. Dat ook daardoor het gedicht uit balans raakt - bij Hugo bepaalt de dochter van de farao het perspectief van het hele gedicht, maar bij Van der Hoop gaat het halverwege schuiven - heeft hij voor lief genomen.

Bibliografische referenties

A. van der Hoop jr., 'Mozes. Oostersch Tafereel' in: Lente en herfst. Verspreide en nagelaten dichtloveren. Rotterdam: H. Nijgh, 1842, p. 93-97.

Heeft betrekking op:

Exodus 2:5