Overzicht bijbelboeken

Kunsten > Beeldende kunst

Adriaen van Wesel

Adriaen van Wesel
Lezende Maria (van een Annunciatie)

Over Adriaen van Wesel is, in tegenstelling tot de meeste andere middeleeuwse beeldsnijders, vrij veel bekend uit archiefstukken. Hij was lid van het zadelaarsgilde in Utrecht, waartoe ook schilders en beeldhouwers behoorden. Van Wesel was negen keer ouderman, een functie waarin hij zowel toezag op het naleven van regels binnen het eigen gilde alsook politieke invloed had op stadsniveau. Men kan aannemen dat hij een bekend en gerespecteerd burger was. Omdat hij niet wordt genoemd op de lijst van nieuwe burgers die de stad Utrecht sinds 1400 bijhield, zal hij dus in deze stad geboren zijn, rond het jaar 1417. Hij was getrouwd en had een dochter.

Verschillende opdrachten aan Van Wesel zijn vanaf het jaar 1475 in de archieven gedocumenteerd, maar er is niets terug te vinden uit de voorafgaande periode. Dat is merkwaardig, aangezien hij in 1475 een opdracht kreeg uit ’s-Hertogenbosch, die een onbekend Utrechts beeldsnijder niet binnengehaald zou hebben. Voor zijn eigen stad maakte Van Wesel tegen het einde van zijn leven beelden voor de Mariakerk, de Buurkerk en de Dom. Over zijn artistieke omgeving is weinig bekend. Hij is moeilijk te plaatsen in de Utrechtse beeldhouwkunst van zijn tijd, die beïnvloed werd door de Bourgondische kunst met zware maar elegante werken, zoals bijvoorbeeld te zien is in de werken van Arnt van Kalkar en Zwolle. Van Wesel zal leerlingbeeldsnijders hebben gehad, maar men zoekt nog tevergeefs naar zijn invloed op latere werken. Zijn werk is persoonlijk en goed herkenbaar voor iemand die eenmaal kennisgemaakt heeft met zijn typerende werkwijze. Hij lijkt niet het geduld of de aandacht te hebben gehad voor een fijne afwerking. Hij was tevreden als de expressie duidelijk was; hierbij getroostte hij zich wel moeite om met name de onderste oogleden met zorg te modelleren. De menselijke figuur en diens expressie lijkt Van Wesel te hebben geïntrigeerd. Hij verloor zich echter niet in karikaturen of overmatig vertoon van emotie. Zijn beeldjes vertonen allemaal zachte en kinderlijke vormen, ondanks de grote variëteit aan karakters en gezichten. Dit is goed te zien aan het wat peinzende hoofd van Jozef.

Adriaen van Wesel
Jozef met musicerende engelen

Typerend voor Van Wesel is ook dat hij randen van kledingstukken aanduidt met een dikke rand, en kapsels vaak als pruiken op de hoofden lijkt te plaatsen. Zoals bij de lezende Maria goed te zien is heeft Van Wesel een grote voorkeur voor uitbundige plooien die over elkaar heen vallen en de toeschouwer nauwelijks een indruk geven van het lichaam dat eronder verscholen zit. Dit scheelde de beeldhouwer weer de zorg die een anatomisch juist uitgewerkt beeld vereist. De anatomie van de figuren is niet overal even correct en lijkt soms enigszins aangepast te zijn aan het expressieve doel dat de kunstenaar met het beeld wilde bereiken. De schijnbare haast die al naar voren komt in de schamele afwerking van de menselijke figuur, is ook te vinden in de omgeving waar Van Wesel zijn figuren in plaatst. Bij de Visitatie is duidelijk te zien dat dit niet afdoet aan de overtuigingskracht van het beeldsnijwerkje. Dat Maria aangelopen komt uit een vrij schematische achtergrond zal de toeschouwer niet deren; de aandacht wordt immers getrokken door haar ingetogen houding en de daarmee contrasterende uitbundigheid van haar nicht Elisabet.

Adriaen van Wesel
De visitatie

Bibliografische referenties

W. Halsema-Kubes, G. Lemmens, G. de Werd, Adriaen van Wesel: een Utrechtse beeldhouwer uit de late Middeleeuwen. tent. cat. Rijksmuseum Amsterdam, ’s-Gravenhage 1980.

Heeft betrekking op:

Lucas 1:27, Lucas 2:6, Psalm 148:2