Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Alex Verburg - Dwalingen

Alex Verburg (Den Haag, 1953) is een veelzijdig schrijver. Begonnen als journalist voor dag- en weekbladen, lijkt hij zich de laatste jaren toch vooral op het schrijven van boeken te richten. Inmiddels staan er drie romans en een aantal non-fictiewerken op zijn naam.

Evenals Gelijk het gras (2003), een bundel interviews met (inter)nationale grootheden (o.a. Simon Wiesenthal, Mary Dresselhuys en Marga Minco), verwijst ook Verburgs tweede roman En najagen van wind (2004) overduidelijk naar een bijbelse achtergrond en traditie. Beide titels zijn ontleend aan bijbelteksten (o.a. Psalm 90 en Prediker 1). Ook bij Verburgs autobiografische eerste roman uit 2002, over zijn opgroeien in het huisgezin van schrijver Go Verburg, herinnert de titel aan een Schriftwoord: Het huis van mijn vader wordt ook door de twaalfjarige Jezus in de tempel genoemd (Lucas 2). Ook in de thema’s van zijn boeken, zoals vergankelijkheid en (het streven naar) gelijkwaardigheid van mensen (ongeacht sekse, ras of afkomst), laat Verburg bijbelse noties doorklinken.

In zijn meest recente roman, Dwalingen uit 2009, geweven rond een waargebeurd verhaal, speelt het geloof opnieuw een grote rol. En ook hier zijn eerdergenoemde thema’s weer aan de orde. Dit boek vertelt de belevenissen van een jong Nederlands meisje, Annie, tijdens de oorlog, in een klein dorp aan de Hollandse kust. Dramatische spanning ontstaat als ze verliefd wordt op een charmante Duitse militair die in het dorp gelegerd is. Al gauw kunnen ze hun liefde voor elkaar en voor hun omgeving niet langer verbergen. Annie heeft het gevoel dat ze door de hele gemeenschap, maar vooral in de kerk met de nek wordt aangekeken.

''Het leven en den dood heb ik u voorgesteld, den zegen en den vloek! Kiest dan het leven, opdat gij levet, gij en uw zaad …' Tot zover de schriftlezing uit Deuteronomium.'
De dominee keek op uit de Bijbel, zijn ogen ontmoetten die van Annie. Of verbeeldde zij zich dat maar? Echt goed zien kon ze hem niet. Sinds de bezetting zocht zij steevast een plaatsje achterin, voor het geval dat mensen aanstoot zouden nemen aan haar aanwezigheid. Maar wegblijven zou ze niet, dat nooit. Ook zij was een kind van God, net zo goed. (p. 20)

Ook het NSB-lidmaatschap van haar vader heeft bij veel dorpelingen onvrede gewekt - net als binnen het gezin zelf trouwens. Dit leidt tot discussie tussen Annie en haar Johann:

'Wat vind jij daar nu van,' vroeg ze tot slot, 'kan het ene ras superieur zijn aan het andere? Dat bestaat toch niet? Als het waar is wat er in de Bijbel staat en God heeft ons naar zijn beeld geschapen …' (vgl. Gen. 1:27; p. 181)

De romance zal maar van korte duur zijn. Vlak nadat Johann is overgeplaatst, komt het bericht van zijn dood. Wat overblijft, is Annies liefde voor Johann - waarvoor ze eerder al eens de juiste woorden had proberen te vinden:

Terwijl ze zocht naar woorden voor een gebed, schoot haar de brief van Paulus aan de Korinthiërs te binnen, over de liefde. Wat daarin stond, was het mooiste wat ze ooit over de liefde gelezen had. 'Al ware het,' fluisterde ze de duisternis in, zoekend nog, want het was al lang geleden dat ze, mooi als ze 'm vond, de tekst uit haar hoofd had geleerd, 'al ware het […] De liefde vergaat nimmermeer …' (vgl. 1 Kor. 13:1-8; p. 176-177)

Die liefde krijgt ten slotte heel concreet gestalte: Annie noemt jaren later haar eerste zoon Johan.

Bibliografische referenties

Alex Verburg, Dwalingen. Een waargebeurd liefdesdrama in oorlogstijd, Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers, 2009.

www.alexverburg.nl

Heeft betrekking op:

Deuteronomium 30:19, Genesis 1:27, 1 Korintiërs 13:1-8, Psalm 90:5, Prediker 1:14, Lucas 2:49