Overzicht bijbelboeken

Cultuur > Zegswijzen

Amen, iets beamen, ja en amen zeggen

Vast en zeker, ik heb gezegd, ik heb het gehoord; formule waarmee men eigen of andermans betoog afsluit

Het Hebreeuwse amen betekent 'vast en zeker', en wordt doorgaans gebruikt om van harte instemming te betuigen met datgene wat gezegd is. In die zin wordt het nog steeds gebruikt, bijvoorbeeld als afsluiting van een gebed. In één geval wordt 'Amen' overigens gebruikt als persoonsaanduiding, in de zin van 'Betrouwbare' (Opb. 3:14).

De combinatie van 'ja' en 'amen', die oorspronkelijk wel als overtreffende trap van 'amen' gebruikt werd (2 Kor. 1:20 in de Liesveltvertaling:De Liesveltbijbel van 1526 'Want alle gods beloften die zijn Ja in hem, en zijn Amen in hem.'), heeft inmiddels een negatieve bijklank gekregen, en wordt doorgaans slechts in ontkennende zin gebruikt.

"Ik ben geen volgzaam meisje dat altijd ja en amen zegt tegen een Beroemde Voetballer." (Playboy, juni 1995).

Heeft betrekking op:

Numeri 5:22, Deuteronomium 27:14-26, 1 Koningen 1:36, 1 Kronieken 16:36, Nehemia 5:13, Nehemia 8:6, Psalm 41:14, Psalm 72:19, Psalm 89:53, Psalm 106:48, Jeremia 11:5, Romeinen 1:25, 1 Korintiërs 14:16, 2 Korintiërs 1:20, Galaten 1:5, Efeziërs 3:21, Filemon 4:20, 1 Timoteüs 1:17, 2 Timoteüs 4:18, Hebreeën 13:21, 1 Petrus 4:11, Judas 1:25, Openbaring 3:14, Openbaring 5:14, Openbaring 22:20, Judit 13:20