Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

Anna van der Horst – De gevallen van Ruth

Het oudst bekende zelfstandige Nederlandstalige literaire werk over Ruth verscheen halverwege de achttiende eeuw van de hand van Anna van der Horst (1735-1785). Zij heeft haar debuut een een eigenzinnige opbouw en indeling meegegeven. De loop van het bijbelse verhaal van Ruth wordt vrij terloops en beknopt verteld; de meeste ruimte wordt ingenomen door uitgebreide opvoedkundige beschouwingen over de bijbelse geschiedenis. Noömi onderwijst Ruth in de heilsgeschiedenis - en Van der Horst geeft de lezer over haar schouder heen een achttiende-eeuwse catechisatieles. Van der Horsts Ruth stelt zich dan ook rechtzinniger op dan op grond van de bijbeltekst zelf op te maken is. Zo barst ze uit, zodra Orpa afscheid heeft genomen van Noömi:

… Gij weet het, ik verlaat om Kanaän,
Om ’s HEREN zuivren Dienst, door U my aangeprezen,
Al wat my eertyds liev, en dierbaar mogte wezen.
‘k Heb om het missen van dat alles geen gekwel:
Ik zoek mijn zaligheid in ’t land van Israël.
Laat Orpa gaan, laat zy de drekgoôn wierook branden:
Zy voede Molochs vuur door kermende Offeränden:
Mijn zuivre Vriendschap rust op enen vast’ren grond.
U, Moeder! kleev ik aan tot ’s Levens jongsten stond.
[…]
Waar gy zult henen gaan, daar zal ik my begeven.
Ik deel by dag en nagt gewillig in uw lot:
U Volk is nu myn Volk, ja ook uw God myn God.

De dichteres - op dat ogenblik 29 jaar oud - stuurt haar werk de wereld in met een zelfbewuste ‘Nareden aan den bescheiden lezer’, waarin ze uitlegt waarom ze tot het schrijven van dit werk besloten heeft. Een van die redenen is om mannen de waan te ontnemen dat vrouwen tot “de onvermogendste Sexe” behoren.

Vrijmoedig durve ik de stappen drukken van die edele matronen en jongvrouwen, die al voor lange door hare meer dan mannelijke bekwaamheden aan het dwalend oordeel dien waan benomen hebben, die de Vrouwen slegts tot de keuken, of op zijn best tot de brei- en borduurnaald bekwaam keurde. (p. 155)

Een vrouw als Ruth was voor Van der Horst dan ook een inspirerend voorbeeld. Hoe feministisch avant-la-lettre deze woorden voor die tijd ook lijken, toch is het met de provocatie wel meegevallen. Het boekje bevat voorin namelijk een goedkeuringsverklaring van de classis Enckhuysen, die “verklaren daer in niets gevonden te hebben, ’t geen met de regtsinnigheit der Leere onzer Kerke strijdig zijn zoude.”

Na haar debuut schreef Van der Horst nog meer bijbelse berijmingen, zoals Lijkklacht van Jacob op het afsterven van Rachel (1767) en Debora, in vier zangen (1769). Toch is Van der Horst niet in staat gebleken alle mannen van haar schrijfkwaliteiten te overtuigen. De letterkundig biograaf Witsen Geysbeek geeft in 1824 haar oeuvre de volgende kwalificatie mee: 'Al deze en nog eenige andere producten, meest bijbelsche berijmingen, van dit Enkhuizer-Groninger vernuft zijn naauwelijks de inzage, veel minder de gezette lezing waardig'.

Bibliografische referenties

Anna van der Horst, De gevallen van Ruth, in zes zangen. Enkhuizen: R. Callenbach Klenck, 1764 (exemplaar UB Leiden 1206 B 9)

Lia van Gemert, '«Onwederstanelyken drang»: het vrouwelijk schrijverschap in achttiende-eeuws Nederland.' Online raadpleegbaar in de dbnl.

Heeft betrekking op:

Ruth 1:16