Overzicht bijbelboeken

Cultuur > Zegswijzen

Antichrist

Iemand die zich tegen het christendom richt en daarvoor een bedreiging vormt.

In het Nieuwe Testament wordt op enkele plaatsen gesproken over de 'antichrist' (lett. 'tegen-Christus') als de door Satan gezonden vijand van het christendom, die uit is op de ondergang van de christelijke kerk en van het christelijk geloof. Afhankelijk van de aangehangen geloofsrichting is deze kwalificatie in de loop van de geschiedenis op verschillende personen, zoals Nero, Napoleon en Hitler, toegepast.

Dat is nog eens kras, die knul gaat me lesjes leren, hij die zichzelf aanhanger van de antichrist noemt, onze supermonopolist. (Abdelkader Benali, Bruiloft aan zee, 1998, p. 115.)

Zie ook

  • Toon terzijde Godfried Bomans - De adder in het gras

Heeft betrekking op:

2 Tessalonicenzen 2:3-12, 1 Johannes 2:18-22, 2 Johannes 1:7, 1 Johannes 4:3, Openbaring 13:11-18