Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Arjan Visser - De laatste dagen

Het literaire debuut van journalist-programmamaker Arjan Visser (geb. 1961) is meteen raak: De laatste dagen (2003) wordt genomineerd voor de AKO-literatuurprijs voor dat jaar, en wordt een jaar later bekroond met de Anton Wachterprijs voor het beste debuut. Dan heeft Visser ook al de Marten Toonder/Geertjan Lubberhuizenprijs 2003 op zak. Als journalist bij dagblad Trouw heeft Visser naam gemaakt met een omvangrijke reeks interviews in het 'format' van de Tien Geboden. (Daarover meer in de Rode draad over de tien gebodenDe tien geboden.)

De laatste dagen opent met een - grotendeels authentiek - stuk uit een psychiatrisch rapport uit 1910, handelend over een rituele moord ten gevolge van godsdienstwaanzin. Dan begint het eigenlijke verhaal en maakt de lezer kennis met twee echtparen. De in alle opzichten mislukte huisarts Boon en zijn daadkrachtige en ongelukkige echtgenote, en de labiele gelovige boer Simon Kapteyn en zijn doortastende en eveneens in haar lot berustende vrouw. De lezer en de beide echtparen hebben geen idee van de samenhang die de schrijver hun heeft toebedacht. Het wordt de lezer langzamerhand duidelijk als de prediker Johannes Peregrino de wereld van Simon binnentreedt; met de komst van een knecht staat de samenhang vast. Dan komen de twee lijnen van het verhaal bijeen. De vrouwen worstelen met de vraag naar de zin van hun treurige bestaan. De dokter heeft geen vragen, de boer des te meer. Welke bedoelingen heeft God met hem? De prediker geeft het antwoord en dat leidt tot de fatale gevolgen waarnaar de zenuwarts achteraf onderzoek komt doen. De bizarre godsdienstige denkbeelden van de prediker en de boer geven de boerin intussen de gelegenheid haar levensdoel te bereiken.

Vanzelfsprekend wordt in dit griezelige sektarische wereldje naar hartenlust geput uit de bijbel. Peregrino geeft met name aan de geschiedenis van Abrahams offer (Gen. 22) een huiveringwekkende draai. Indringend redeneert deze 'profeet' tegenover Simon: omdat Abraham zijn zoon uiteindelijk niet geofferd heeft, is zijn ziel nog altijd rusteloos op zoek naar een man die wél naar God wil luisteren.

'En de vraag is nu: Waar vindt Abraham de man wiens geloof groter, sterker en waarachtiger is? Waar is de man die zijn zoon zal offeren en daarmee de mensheid zal redden? Abraham klopt op jouw deur en vraagt: Simon Kapteyn, ben jij die man?'
De boer durfde geen antwoord te geven.
'Ben jij die man?!' schreeuwde Peregrino. Hij greep Simon bij zijn schouders en begon hem heen en weer te schudden. 'Jij moet die man zijn!' (p. 140)

Onschuldiger, maar niet minder absurd, is Simons eigen bijbelgebruik. Elke avond 'zocht Simon in de bijbel naar een tekst die hem, om een of andere reden, toepasselijk leek: een stuk over Gods genade als hij zich verdrietig voelde, en iets over Zijn toorn als hij meende dat hem door een ander onrecht was aangedaan.' Op de avond dat zijn vrouw Louise moet bevallen, leest hij een tekst voor uit zijn favoriete deel, het Oude Testament. Leviticus, hoofdstuk 12.

Hij had niet gemerkt dat Louise was opgestaan en hoorde haar later ook niet kreunen in de slaapkamer. Hij las over de reiniging der kraamvrouwen en herinnerde zich, nog voor hij bij die passage was aanbeland, dat God Mozes in ruil voor een gezonde zoon of dochter om een of twee tortelduiven vroeg. Dat had hij, toen hij het de eerste keer las, een eigenaardig offer gevonden. Simon was nooit een echte vrijer geweest. Later zou hij zeggen dat het tijdverspilling zou zijn geweest, maar toen was hij wel jaloers op zijn leeftijdgenoten, de 'tortelduifjes' die op zondagavond in het halfdonker bijeenkwamen en elkaar met ernstige gezichten vasthielden, denkend dat hun liefde uniek en voor eeuwig was. Dat nu juist het dier dat zijn naam had gegeven aan jong verliefden, het gevolg van hun samenzijn met de dood moest bekopen, had Simon wrang gevonden. Tot hij het vaak genoeg had gelezen om zich er niet meer over te verbazen. Zo vergaat het alle ongewone dingen: ze worden vanzelf gewoon. En het zijn de gewone dingen die plotseling ongewoon lijken.
'Wanneer een vrouw zaad gegeven, en een knechtje gebaard zal hebben,' sprak Simon langzaam, alsof hij ieder woord even in zijn mond vasthield om te proeven, 'zo zal zij zeven dagen onrein zijn; volgens de dagen der afzondering harer krankheid onrein zijn.'
Pas toen Louise begon te schreeuwen keek hij op uit zijn boek. Simon begreep wat hem te doen stond. Hij sloeg de bijbel dicht, haalde diep adem en kwam omhoog. 'Ik moet, ik moet, nu moet ik,' fluisterde hij en liep naar de deur, waar zijn jas aan een haakje hing. (p. 75-76)

Bibliografische referenties

Arna Visser, De laatste dagen. Amsterdam/Vianen: Augustus/ECI, 2003.

Heeft betrekking op:

Leviticus 12:1-8, Genesis 22:1-18