Overzicht bijbelboeken

Over > Hoofdpersonen

Asmodaüs

De demon die in het boek Tobit het noodlot van Sara bepaalt, wordt Asmodaüs genoemd (3:8, 17). Zijn goede tegenbeeld, de engel Rafaël, legt aan Tobias uit (6:8) hoe een boze geest kan worden verdreven. In het gesprek tussen Rafaël en Tobias (6:14-18) komt dit nogmaals aan de orde. In hoofdstuk 8 wordt de ban van de demon daadwerkelijk gebroken: ‘Tobias, die Rafaëls aanwijzingen goed onthouden had, nam de lever en het hart van de vis uit zijn reistas en legde ze op de brandende wierook. De demon deinsde terug voor de stank en vluchtte weg, tot diep in Egypte. Rafaël achtervolgde hem tot daar, overmeesterde hem en bond hem onmiddellijk vast.’ (8:2-3)

‘Asmodaüs’ wordt wel gezien als een van de namen waaronder de duivel opereert, net als bijv. ‘Beëlzebul’ (Marcus 3:22). In de mythologie geldt Asmodaüs als de (boze) geest van de begeerte en de wellust; hij is de vijand van het huwelijk. Zijn naam betekent: Verwoester.

Heeft betrekking op:

Tobit 3:8