Overzicht bijbelboeken

Over > Bijbelse wereld

Baäl

Baäl is een Kanaänitische storm- en vruchtbaarheidsgod. Zijn naam betekent ‘Heer’ of ‘Bezitter’. In het Kanaänitische veelgodendom is hij de belangrijkste godheid, ook al is zijn vader El officieel de oppergod. Dat komt wellicht omdat hij, als stormgod, voor regen zorgt, en regen was voor de bewoners van het droge Kanaän een zaak van leven of dood. De naam Baäl komt veelvuldig voor in de bijbel, vaak in één adem met zijn goddelijke gezellin Astarte, en vaak ook met verschillende toevoegingen: bijvoorbeeld de Baäl van de Peor of Baäl-Berit. Vanwege al die verschillende manifestaties, spreekt de bijbel soms in het meervoud van ‘de Baäls’ (Rechters 2:11; 1 Kon. 18:18).

Baäl is, natuurlijk op de God van Israël na, de meest genoemde godheid in de bijbel. Dat komt omdat de Israëlieten keer op keer hun toevlucht zoeken tot de Baälsdienst. Het begint al in de woestijn, waar het volk de ‘Baäl van de Peor’ gaat vereren. Dat komt hun duur te staan: God ontsteekt in woede en vierentwintigduizend laten het leven (Num. 25:1-13, Deut. 4:3; Psalm 106:28).

Na de intocht in Kanaän is in de tijd van de rechtersRechters Baäl de favoriete afgod van het volk Israël. Vijanden vallen dan ook het land binnen als gevolg van de afgodsdienst aan Baäl (Recht. 2:11-14). De eerste daad van de jonge rechter Gideon is het slopen van het Baälaltaar van zijn vader en het omhakken van diens AsjerapaalAsjerapaal, wat hij bijna met de dood moet bekopen (6:25-32). Na Gideons rechterschap gaan de Israëlieten echter Baäl-Berit (de ‘Baäl van het Verbond’) vereren te Sichem (8:33, 9:4).

In de tijd van de koningen is de Baälsdienst een constante. Het uitvoerigst lezen we daarover in de verhalencyclus rondom de profeet Elia (1 Kon. 17-19), ten tijde van koning Achab. Achab bouwt in Samaria een tempel voor Baäl en begint hem te vereren, volgens 1 Kon. 21:25 daartoe aangezet door zijn vrouw Izebel. Elia’s strijd tegen Baäl en zijn profeten krijgt zijn hoogtepunt in de 'goden-tweekamp’ die beschreven staat in 1 Kon. 18:22-40: het blijkt uiteindelijk dat Baäl niet in staat is zijn altaar aan te steken, terwijl Elia’s altaar door ‘het vuur van de HEER’ volledig verteerd wordt. Ten slotte vinden alle 450 profeten van Baäl de dood en komt er een eind aan de droogte die het land teistert.

Maar de Baälsdienst blijft hardnekkig. Latere profeten gaan door met het bestrijden van de Baälcultus (Hos. 2:19, 11:1-3). En ook blijken de pogingen van de koningen van Israël en Juda de Baälcultus uit te roeien uiteindelijk steeds vruchteloos. Jehu maakt er bloedig een einde aan (2 Kon. 10:18-27), maar onder koning Manasse wordt de cultus van Baäl staatsgodsdienst (2 Kon. 21:3). Koning Josia slaagt erin de Baälsdienst uit te roeien (2 Kon. 23:4-5), maar na zijn dood begint de ellende weer.

Het is niet toevallig dat Baäl zo populair blijkt bij de Israëlieten. Het ‘karakter’ van Baäl komt namelijk op veel punten overeen met hoe er over God gedacht werd. Zij sluiten met andere woorden theologisch op elkaar aan. Ze hebben bijvoorbeeld dezelfde soort bijnamen en er wordt in dezelfde termen over hen gesproken en gedicht: zo schildert Psalm 29 de HEER als een stormgod: ‘zijn majesteit doet de donder rollen’ (29:3). Beide godheden hebben ook dezelfde soort vijanden: God bestrijdt, net als Baäl, de zevenkoppige LeviatanLeviatan en andere zeemonsters (Job 7:12; Psalm 74:14) en de zee zelf (Psalm 89:9). Beiden staan als hemelgoden ook altijd op gespannen voet met de goden van de onderwereld. Kinderoffers en Moloch

Heeft betrekking op:

1 Koningen 16:31, Romeinen 11:4, Numeri 25:3, Rechters 2:11, Rechters 6:25, Hosea 2:19, Sefanja 1:4, 2 Koningen 10:18, 2 Koningen 23:4, Jeremia 2:8, Jeremia 9:13, Jeremia 23:13