Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Bert Hofman – Dromen in Babel

De naam van Bert Hofman (geb. 1931) is verbonden met 'christelijke literatuur'; men komt hem bijv. tegen bij Schrijvenderwijs, vereniging van protestants-christelijke auteurs, en bij Woordwerk, het christelijk-literaire tijdschrift dat hij samen met Hans Werkman startte, de voorloper van het huidige tijdschrift Liter. Hofmans Dromen in Babel werd door het CLK (Christelijk Lektuur Kontakt) gepresenteerd als 'actieboek' van 1991: een 'verantwoord' alternatief voor het reguliere boekenweekgeschenk van de CPNB (in dat jaar Het volgende verhaal van Cees Nooteboom). De Open brief waarin de vereniging Schrijvenderwijs in 2001 protesteerde tegen de keus van de CPNB voor Woede van Salman Rushdie, staat ook op naam van Hofman.

Hofmans 'vertelling' heeft geen literaire pretenties. Het verhaal is gebaseerd op de eerste vier hoofdstukken van het bijbelboek Daniël; alleen zijn de drie vrienden van Daniël weggelaten, en daardoor blijft ook de episode van Daniël 3 buiten beschouwing. Het zwaartepunt van het verhaal ligt in de droom die Nebukadnessar in Dan. 4:7-14 vertelt. Daniël onthult hem de betekenis van zijn droom (Dan. 4:17-24). Hofman beschrijft hoe Nebukadnessar door Daniëls uitleg aan het denken wordt gezet (p. 67):

Heerste hij niet op eigen kracht? Bepaalde hij niet zijn eigen lot? Had hij zijn macht dan toch [t]e danken aan de God die Belsazar [= Beltesassar/Daniël] diende? Speelde hij slechts een rol in een heerschappij die alomvattender was dan de zijne? Ontgingen hem de diepste samenhangen waarin hij leefde? Mondde zijn regering uit in het Vrederijk van Belsazar? Was hij slechts een voorwaarde voor de komst van dit Rijk?
De woorden van Daniël wierpen hem op zichzelf terug. Hij stond op een kruispunt van wegen. In gedachten stelde hij zich voor, hoe het zijn zou, als hij de raad zou opvolgen, die de joodse balling hem had gegeven. Hij deed de verdrukten recht, nam het op voor weduwen en grijsaards. Maar het kwam hem belachelijk en dwaas voor. (...)

Al gauw hervindt Nebukadnessar zijn evenwicht: 'Niet hij behoefde zich te schikken naar de wil van de God die Belsazar diende, hij had Hem aan zich onderworpen, toen zijn leger Jeruzalem veroverde. Wie was de Here, de God van zijn hoveling, dat hij Die zou gehoorzamen? Groter en machtiger dan hijzelf was er niemand.' (p. 68) Vervolgens gaat de droom in vervulling; Nebukadnessar wordt diep vernederd en leeft als 'een beest in de weide' (vgl. Dan. 4:25-30). 'Totdat zeven tijden waren voorbijgegaan. Toen was de kracht van zijn zelfverheffing uitgewoed, zijn geest geen ontembare vogel meer, die zodra hij zijn kooi ontsnapt de hoogte inschiet, de sterren tegemoet.' (p. 84) Bij terugkeer in zijn paleis doet Nebukadnessar een ontdekking die hem verbaast: 'De Almachtige had hem van de troon gestoten en hem vernederd, maar de weg terug had Hij voor hem opgelaten.' (p. 88)

De volgende dag legt Nebukadnessar tegenover de inwoners van Babel een verklaring af over alles wat hij heeft meegemaakt. In zijn getuigenis staan de woorden uit Dan. 3:32-33 en 4:31-34 centraal. De bekeerde machthebber houdt zijn onderdanen aan het eind van zijn korte toespraak voor (p. 93):

Ik besefte dat het God was, die mij eer en heerlijkheid schonk en dat het door Hem was, dat alle volken der aarde voor mij beefden. Zijn rijk is een eeuwig rijk, zijn heerschappij is van geslacht tot geslacht. Al zijn werken zijn waarheid, zijn daden zijn gericht. Hij is machtig te vernederen degenen die in hoogmoed wandelen. Het is mijn bevel, dat voortaan al mijn landschappen, van het grootste tot het kleinste, de God des hemels eer en heerlijkheid geven.

Het verhaal eindigt met het beeld van Daniël aan zijn schrijftafel. 'Hij schreef over het Koninkrijk van de onbeweeglijke dingen, van gerechtigheid en eeuwige vrede, dat op deze dag door het veranderlijke rijk van Nebucadnezar was heengebroken.' (p. 94)

Bibliografische referenties

Bert Hofman, Dromen in Babel. Een vertelling. Leiden: J. J. Groen en Zoon, 1991.

Heeft betrekking op:

Daniël 3:31-4:34