Overzicht bijbelboeken

Over > Interpretatie

Bijbelse geschiedenis in inscripties

De eerste keer dat de naam ‘Israël’ opduikt in de geschiedenis, is in een Egyptische inscriptie van farao Merneptah (1212-1202 v. Chr.). Hierin beschrijft de farao, onder andere, een veldtocht die hij ondernomen heeft in Kanaän. Naast de verovering van een aantal stadstaten wordt gemeld dat ‘Israël braak ligt; zijn zaad bestaat niet meer’ (dit woord ‘zaad’ kan overigens zowel duiden op ‘graan’ als op ‘nageslacht’). In de inscriptie wordt Israël geen ‘stad’ genoemd, zoals bijvoorbeeld wel Askalon en Gezer. Dit impliceert dat Israël toentertijd een stammenverband was dat nog niet in steden leefde. Deze karakterisering sluit goed aan bij het beeld dat van Israël geschetst wordt in het bijbelboek Rechters.

De bijbelboeken 1 en 2 Samuël, waarin de rechters plaatsmaken voor koningen, markeren de periode dat de ‘bijbelse geschiedenis’ voor het eerst verschijnt in buitenbijbelse bronnen. Daarbij moet gelijk gezegd worden dat de informatie uitermate spaarzaam is. Twee inscripties geven aan – weliswaar niet geheel onomstreden – dat het koninkrijk van Juda in de negende eeuw v. Chr. bekend stond als het ‘Huis van David’. Koning David, Israëls tweede koning, die regeerde van circa 1010 tot 970 voor Christus, is de eerste bijbelse persoon wiens naam we ook buiten de bijbel zelf aantreffen.

De eerste inscriptie waarin aan het ‘Huis van David’ gerefereerd wordt is de Tel Dan-inscriptie, die in 1993 en 1994 gevonden werd bij Tel Dan en dateert uit de negende of achtste eeuw v. Chr. De tekst is opgesteld in het Oud-Aramees en vertelt van de overwinning van een Aramese koning op de ‘koning van Israël’ en de ‘[konin]g van het huis van David’.

De andere inscriptie is de Mesa-inscriptie, in 1868 ontdekt door een Duitse missionaris in Dhiban in Jordanië. De inscriptie dateert uit de negende eeuw voor Christus en is uitgevaardigd door de Moabitische koning Mesa (vergelijk 2 Kon. 3). De koning deelt ons mee dat Moab veertig jaar lang bezet is geweest. De bezetting begon met de Israëlitische koning Omri, en gaat verder onder zijn zoon. Maar Mesa is tegen Omri’s zoon in opstand gekomen en is erin geslaagd de Israëlieten te verdrijven. Mesa doodt onder andere 7000 Israëlieten uit Nebo. Volgens de inscriptie is er iets of iemand ‘van Yahwe’ buitgemaakt bij Nebo. Dit is de eerste keer dat de naam van Israëls God in een buitenbijbelse bron te vinden is. Onlangs is een gedeelte van de inscriptie ‘gerestaureerd’ als een verwijzing naar het ‘Huis van David’, maar die is niet onomstreden.

De Tel Dan-inscriptie en – wellicht – de Mesha-inscriptie geven aan dat David een eeuw na zijn regeringsperiode herinnerd werd als de man die het fundament had gelegd voor de ‘staat’ Israël als koninkrijk.