Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

Boec vanden houte

Het middelnederlandse Boec vanden houte bevat een fascinerend apocrief verhaal over de oorsprong van het kruishout waar Christus aan gehangen werd. De tekst beslaat 780 verzen en is overgeleverd in het Hulthemse handschrift (ca. 1409).

Eerst vertelt de auteur in het kort de geschiedenis van de zondeval en het moeizame leven van de eerste mensen buiten het Paradijs (Genesis 3 en 4). Vervolgens wordt verhaald hoe Adam, die inmiddels 930 jaar oud is en ziek van het harde werken, zijn zoon Seth opdracht geeft om aan de engel die de ingang naar het Paradijs bewaakt te gaan vragen hoe lang het duurt voor hij het beloofde 'dOlie der Ontfermenisse' zal ontvangen, waardoor de mensheid weer met God verzoend zal worden. Als Seth met zijn vraag bij de engel aankomt, gunt die hem een blik in het Paradijs. De boom van Kennis van Goed en Kwaad blijkt geheel verdord. De wortels lopen tot in de hel en bovenin de boom ligt een jongetje te huilen. Daarop vertrouwt de engel aan Seth in het kort de heilsgeschiedenis toe. Eens zal een maagd dat jongetje, de zoon van God, ter wereld brengen. Dan zal Hij de zonde van Adam en Eva, die de hele mensheid in het verderf gestort heeft, weer ongedaan maken:

Dit doet uwen vader weten
Dat ghi saecht een kint ghespleten
Uter herten der godlijcheden
Ende smenschen sone sal heten mede
Ende sal storten sijn bloet
Ane thout dat noch wassen moet
Van drie greinen te samen die uten appel quamen
Ghevallen van den rise
Daer adam inden paradise
Die vrucht af smakede ende gnoet
Die hem god tetene verboet. (vers 205-216)

(Vertel je vader dat je een kind hebt gezien, voortgekomen uit het Goddelijk hart, dat Zoon des Mensen genoemd zal worden, en dat zijn bloed zal storten aan het hout dat nog groeien moet uit drie zaadjes die samen uit de appel kwamen, gevallen van de tak, waar Adam in het paradijs van gegeten en genoten heeft, hoewel God hem het eten verboden had.)

De engel overhandigt Seth de drie zaadjes en geeft hem opdracht om zijn vader, die over drie dagen zal sterven, te begraven in het dal van Hebron. De zaadjes moet hij onder Adams tong leggen, zodat daaruit drie bomen kunnen groeien. Vervolgens wordt verhaald hoe takken van deze bomen in de loop van de bijbelse geschiedenis voor wonderbaarlijke gebeurtenissen hebben gezorgd, onder meer in het leven van Mozes en David. Ten slotte wordt Christus aan het hout van één van de bomen gekruisigd. Als er een speer in zijn zijde gestoken wordt, loopt daaruit 'dOlie der Ontfermenisse' die aan Adam beloofd was: de Tweede Adam heeft de misdaad van de Eerste Adam ongedaan gemaakt.

Dit motief van Christus als tweede Adam is vooral in de beeldende kunst wijdverspreid. Op veel schilderijen van de kruisiging, zowel uit de Middeleeuwen als uit latere perioden, ligt aan de voet van het kruis de schedel van Adam.

Heeft betrekking op:

Genesis 5:3-5