Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Boeli van Leeuwen - Het teken van Jona

De Curaçaose auteur Boeli van Leeuwen schreef in 1988 een bijzondere roman onder de titel Het teken van Jona. Het boek, dat doorspekt is van bijbelse citaten en verwijzingen, vertelt het verhaal van een Curaçaose advocaat die op een dag een schatrijke Panamese grootgrondbezitter van de dood redt. Als beloning voert deze Juan Carlos de Altamarino hem zijn leven in: de ik-figuur maakt kennis met zijn minnares Laila, met zijn rijke bestaan, maar ook met een aantal zonderlinge figuren in het oerwoud rond de hacienda van Juan Carlos.

Het motto van het boek is Matteüs 12:39: "Een boos en overspelig geslacht verlangt een teken, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jona, de profeet." In dit boek - waarin dat 'boze en overspelige geslacht' inderdaad een belangrijke rol speelt - wordt het teken van Jona geïnterpreteerd als de vis die Jona opslokte en hem later weer uitspuugde.

Langzaam maar zeker raakt de ik-figuur verstrikt in het raadselachtige leven van Juan Carlos. Zo vertelt die hem van zijn fascinatie voor de schoonheid en kwetsbaarheid van blauwe walvissen, terwijl Laila indertijd op een walvisvaarder heeft gewerkt. In dit spel van aantrekking en afstoting begint de ik-figuur te hallucineren, waarbij voor diezelfde blauwe walvissen een belangrijke rol is weggelegd.

Ik lag in het water in een krater, waarin duizenden blauwe walvissen, gestroomlijnd en gigantisch, de vrede bewaarden voor een boos en overspelig geslacht. Het immense, kegelvormige doopvont was bedekt met een glazen zee, zodat de synagoge van de Satan voor altijd buitengesloten was. In deze heilige ruimte dreef ik als een boreling in het vruchtwater van zijn moeder, ontheven aan de zwaartekracht der natuur en ik wist dat ik hier zou ontvangen het teken van Jona.
Omringd door mijn warmbloedig, blauwe beschermers lag ik in dit duizelingwekkende doopvont. En ik zag Zijn lichaam, kilometers lang, uit het gewijde water omhoog stijgen, voor alle tijden onaangetast door de muffe aarde. Zijn gezicht zag ik daar in het amberkleurige water. Hij is mij geopenbaard, gelijk Johannes mij dat voorspeld heeft in zijn brief. En ik wist wie ik was, omdat ik Hem gezien had en gelijk was geworden aan Hem.

Bibliografische referenties

Boeli van Leeuwen, Het teken van Jona Haarlem: In de Knipscheer, 1988.

Heeft betrekking op:

Jona 4:2, Matteüs 12:39