Overzicht bijbelboeken

Cultuur > Zegswijzen

Boom des levens, levensboom

bron van leven, levenskracht en voortzetting van het leven

God plantte in de hof van Eden twee bijzondere bomen: de levensboom waarvan de vruchten eeuwig leven gaven en de boom van kennis van goed en kwaad, waarvan de mens juist niet mocht eten. Als eerst Eva en dan Adam dit gebod van God overtreedt, wordt hun verboden nog langer van de levensboom te eten, zodat zij sterfelijk worden. In Spreuken en Openbaring komt de levensboom opnieuw voor als symbool voor de terugkeer van de paradijselijke situatie.

Het [verleid worden zonder liefde] zou haar nooit meer gebeuren, al had ze nooit meer wat, als zou ze moeten verdorren als een blad, ver weg gedwarreld van de boom des levens. (Anna Blaman, Overdag en andere verhalen, 1957, p. 7.)

Heeft betrekking op:

Genesis 3:22, Spreuken 3:18, Openbaring 22:2