Overzicht bijbelboeken

Cultuur > Varia

Celibaat

Met een plechtige gelofte doen rooms-katholieke priesters en leden van rooms-katholieke kloosterordes afstand van het huwelijk. Deze omarming van de ongehuwde staat om het hele leven in dienst te stellen van God, noemen we het 'celibaat'. Het breken van de eed van kuisheid wordt door de kerk gezien als grote zonde.

Hoewel het celibaat nergens in het Nieuwe Testament te vinden is als verordening of gebod, wordt het soms wel aanbevolen ongehuwd te leven. Jezus antwoordt op de opmerking van zijn discipelen dat het beter is niet te trouwen: 'er zijn eunuchen (gecastreerde mannen) die zo uit de moederschoot geboren zijn, en er zijn eunuchen die door de mensen zo gemaakt zijn, en er zijn eunuchen die zichzelf zo gemaakt hebben omwille van het koninkrijk der hemelen' (Mat. 19:12 (Willibrord-vertaling)).

De belangrijkste tekst waarop de rooms-katholieke gelofte van het celibaat gebaseerd is, is de eerste brief aan de Korintiƫrs. In 7:8 schrijft Paulus: 'Wat de weduwen en weduwnaars betreft, zou ik willen zeggen dat het goed voor hen zou zijn alleen te blijven, zoals ik (dat wil zeggen: ongehuwd)'. Paulus' redenering is dat een getrouwde man zorgt draagt voor 'aardse zaken' en 'zijn vrouw wil behagen'. Ongetrouwde gelovigen kunnen hun aandacht onverdeeld richten op het hogere, omdat zij dan 'God met heel hun lichaam en geest zijn toegewijd' (heeft betrekking op 1 Kor. 7:32-35).

Het protestantisme kent geen celibaat, en ook anglicaanse en oud-katholieke priesters is het toegestaan te trouwen.

Heeft betrekking op:

1 Korintiƫrs 7:8