Overzicht bijbelboeken

Cultuur > Zegswijzen

Cherubijn, cherub

Engel van een bepaalde rang

Cherubs waren engelen van een lagere rang dan de serafs/serafijnen. Zij bewaakten bijvoorbeeld het paradijs (Gen. 3:24) en droegen Gods troon. Zie ook Cherubs.

In dichterlijke taal wordt 'cherubijn' ook gebruikt voor een gestorvene in de hemel. Joost van den Vondel schreef het volgende gedicht bij het overlijden van zijn zoontje Constantijn van nog geen jaar oud:

Kinder-lyck

Constantijntje, ‘t zaligh kijntje,
Cherubijntje, van om hoogh,
D’ydelheden, hier beneden,
Uitlacht met een lodderoogh.
Moeder, zeit hy, waarom schreit ghy?
Waarom greit ghy, op mijn lijck?
Boven leef ick, boven zweef ick,
Engeltje van ‘t hemelrijck:
En ick blinck'er, en ik drincker,
‘tGeen de schincker alles goets
Schenckt de zielen, die daar krielen,
Dertel van veel overvloets.
Leer dan reizen met gepeizen
Naar pallaizen, uit het slick
Dezer werrelt, die zo dwerrelt.
Eeuwigh gaat voor oogenblick.

Heeft betrekking op:

1 Samuël 4:4