Overzicht bijbelboeken

Over > Bijbelse wereld

Cherubs

Cherubs zijn hemelse wezens met vleugels. Ze moeten daarom worden onderscheiden van engelenengelen, de boodschappers van God, die in het Oude Testament het uiterlijk van een mens hebben. Naast vleugels hebben cherubs soms ook andere dierlijke attributen.

De enige keer dat cherubs in verhalende literatuur verschijnen, is in het bijbelboek Genesis. God plaatst cherubs en een vlammend zwaard aan de ingang van de hof van Eden om Adam en Eva de toegang tot de levensboom te ontzeggen (Gen. 3:24). In dit verhaal hebben de cherubs een functionele overeenkomst met de karibi (‘poortwachters’), gigantische mythologische beesten die de ingang van Mesopotamische paleizen en tempels bewaken.

Cherubs symboliseren de aanwezigheid van God. De gevleugelde wezens kunnen zich heel snel bewegen in alle richtingen van het heelal, van de hemel naar de aarde en terug. Ze worden voorgesteld als Gods rijdieren of voertuig (Psalm 18:11) of als Gods troon (Psalm 80:2 en 99:1; 1 Sam. 4:4; 2 Kon. 19:15; Jes. 37:16).

Cherubs zijn de bewakers van Gods verblijfplaats op aarde. Daarom komen we ze veelvuldig tegen in het ontwerp van zowel de tabernakelTabernakel of ontmoetingstent als de tempel van Salomo. De gordijnbanen van de tabernakel moeten bijvoorbeeld vakkundig worden geweven met een patroon van cherubs (Ex. 26:1). Hetzelfde geldt voor het voorhangsel dat het ‘heilige’ van het ‘allerheiligste’ scheidt (Ex. 26:31). Aan beide uiteinden van de verzoeningsplaat van de ark worden vergulde houten beelden van cherubs geplaatst (Ex. 25:18-20). De HEER openbaart zijn plannen aan Mozes ‘vanaf een plaats boven de verzoeningsplaat op de ark … tussen de twee cherubs’ (Num. 7:89).

In de tempel van Salomo komen we, zoals gezegd, ook cherubs tegen. Ze verschijnen als houtsnijwerk in de wanden (1 Kon. 6:29) en als motief in het weefsel van het voorhangsel (2 Kron. 3:14). In de achterzaal, het ‘allerheiligste’, van de tempel zijn twee enorme verguld houten cherubs te vinden. Beide cherubs zijn ongeveer 5 meter hoog: ‘Ze werden zo in de achterzaal geplaatst dat de vleugel van de ene cherub de ene muur raakte en de vleugel van de andere de andere muur. Hun andere vleugels raakten elkaar precies in het midden van de zaal’ (1 Kon. 6:23-28). De ark van het verbond wordt onder deze cherubs geplaatst (1 Kon. 8:6-7).

Zie ook

  • Toon terzijde Engelen

Heeft betrekking op:

Psalm 3:24, 1 Kronieken 13:6, 1 Kronieken 28:18, Psalm 18:11, Psalm 80:2, Psalm 99:1, Genesis 3:24, Exodus 26:1, Numeri 7:89, 1 Koningen 6:23-29, 1 Koningen 8:6, 2 Kronieken 3:14, Ezechiël 9:3, Ezechiël 10:1, Ezechiël 28:14, Ezechiël 41:18, Wijsheid van Jezus Sirach 49:8