Overzicht bijbelboeken

Over > Interpretatie

Culturele identiteit

Ester 8:9 meldt: '... ook voor de Joden in hun eigen schrift en hun eigen taal'; Ester (Grieks) houdt het op: '... ieder in de eigen taal'. Er bestond niet een eigen Joods schrift, men gebruikte het gangbare Aramese schrift. Toch benadrukt de verteller op verschillende momenten dat de Perzische koning de cultuur en de eigenheid van de verschillende bevolkingsgroepen in zijn rijk erkent en stimuleert. Dat komt overeen met het beeld van de Perzische politiek ten aanzien van onderworpen volken in andere bronnen. Tegelijkertijd benadrukt de verteller ook de eigenheid van het volk van de Judeeërs en trekt hij zich daarbij niets aan van het feit dat zij in de verstrooiing wonen. Naast de eigen taal en het eigen schrift die in Ester genoemd worden, zijn ook de eigen wetten (3:8) en het nieuw ingestelde Poerimfeest (9:21; Ester Grieks 9:19-31) belangrijke kenmerken van de culturele identiteit van de Judeeërs.

Heeft betrekking op:

Ester 1:22, Ester 8:9, Ester Grieks 3:8