Overzicht bijbelboeken

Over > Interpretatie

David in de koran

De profeet Natan confronteert David (in de koran: Dawoed) met zijn slechte gedrag door hem een parabel te vertellen. De parabel in 2 Samuël 12:1-4 over een rijke en een arme man beschrijft een apert geval van onrechtvaardigheid. David velt een streng oordeel over de rijke man, maar beschuldigt daarmee natuurlijk zichzelf. Soera 38:22-25 zegt het zo:

22 Toen zij bij Dawoed binnenkwamen en hij van hen schrok, maar zij zeiden: “Wees niet bang. Wij zijn twee tegenstanders, een van ons heeft de ander onrechtvaardig behandeld. Oordeel dus naar waarheid tussen ons en wijk er niet van af en leid ons naar de korrekte uitweg. 23 Dit is mijn broer, hij heeft negenennegentig schapen en ik heb maar één schaap en hij zei: ‘Laat mij ervoor zorgen.’ En hij heeft mij overreed.” 24 En hij zei: “Hij heeft jou onrecht aangedaan door jouw schaap nog bij zijn schapen te vragen. Velen van hen die gemeenschappelijk eigendom hebben behandelen elkaar onrechtmatig. Alleen niet zij die geloven en de deugdelijke daden doen, maar met hoe weinigen zijn zij!” En Dawoed vermoedde wel dat Wij hem in verzoeking gebracht hadden en hij vroeg zijn Heer om vergeving, viel buigend neer en betoonde zich schuldbewust. 25 En Wij vergaven hem dat; hij staat Ons na en heeft een goede terugkomst.

Zie ook

  • Toon Rode draad Bijbel en koran

Heeft betrekking op:

2 Samuël 12:1-15