Overzicht bijbelboeken

Over > Hoofdpersonen

Davids kinderen

In de Bijbel worden 20 kinderen van David bij de naam genoemd: 19 zonen en 1 dochter. Daarnaast had David nog een flink aantal 'naamloze' kinderen bij verschillende vrouwen en bijvrouwen. In 2 Sam. 3 worden de zes zonen genoemd die in Hebron geboren werden:

1 Amnon (een zoon van Achinoam uit Jizreël)
2 Kileab (een zoon van Abigaïl, de vroegere vrouw van Nabal uit Karmel)
3 Absalom (een zoon van Maächa, dochter van koning Talmai van Gesur)
4 Adonia (een zoon van Chaggit)
5 Sefatja (een zoon van Abital)
6 Jitream (een zoon van Egla)

De Jeruzalemse zonen worden opgesomd in 5:14-16 (de eerste vier zijn zonen van Batseba):

7 Sammua
8 Sobab
9 Natan
10 Salomo
11 Jibchar
12 Elisua
13 Nefeg
14 Jafia
15 Elisama
16 Eljada
17 Elifelet

De lijsten in 1 Kron. 3 en 14 noemen nog twee zonen, Noga en Elpelet, en Davids dochter Tamar.

Alleen van Tamar en de vier zonen Amnon, Absalom, Adonia en Salomo komen we meer te weten. Dat bij Davids nageslacht de term 'kinderzegen' een wrange invulling zou krijgen, was hem al voorzegd door de profeet Natan (12:9-14). In 2 Sam. 13 wordt het gruwelijke verhaal van Amnon en Tamar verteld; nog in hetzelfde hoofdstuk wordt de 'eerwraak' door Absalom beschreven. Absalom groeit uit tot een hoofdpersoon in dit bijbelboek; zie het terzijdeAbsalom dat aan hem is gewijd. Adonia komt in 1 Kon. 1-2 kort in beeld. Davids beroemdste zoon, SalomoSalomo, die Natans beloften uit 2 Sam. 7 zal vervullen, wordt een hoofdrolspeler in 1 Koningen.

Heeft betrekking op:

2 Samuël 3:2, 2 Samuël 5:13, 2 Samuël 13:1, 1 Koningen 1:5, 1 Kronieken 3:1