Overzicht bijbelboeken

Letteren > Bijbelvertalingen

De Afrikaanse 'Totius-vertaling' van 1933

Ds.C.D. (Kiepie) Jaftha, predikant te Bloemfontein, Zuid-Afrika

Die boek Rut, hoofdstuk 1:7-19a, gelezen door ds. Kiepie Jaftha

7 So het sy dan haar woonplek verlaat en haar twee skoondogters saam met haar. Maar toe hulle op pad was om terug te gaan na die land van Juda, 8 sê Naómi vir haar twee skoondogters: Gaan heen, draai om, elkeen na die huis van haar moeder; mag die HERE aan julle guns bewys soos julle aan die dode en aan my bewys het. 9 Mag die HERE gee dat julle ’n rusplek vind, elkeen in die huis van haar man; en sy het hulle gesoen. Maar hulle het hul stem verhef en geween 10 en vir haar gesê: Nee, ons wil saam met u teruggaan na u volk. 11 Maar Naómi sê: Draai om, my dogters! Waarom sou julle met my saamgaan? Het ek nog seuns in my liggaam, dat hulle julle mans kan word? 12 Draai om, my dogters, gaan heen, want ek is te oud om ’n man te hê. Al sou ek sê: Ek het hoop! en nog vannag aan ’n man behoort en ook seuns baar- 13 sou julle in dié geval kan wag totdat hulle groot geword het? Sou julle in dié geval julleself opsluit om nie aan ’n man te behoort nie? Ag nee, my dogters, want dit is vir my baie bitterder as vir julle, dat die hand van die HERE teen my uitgegaan het. 14 Toe verhef hulle hul stem en ween weer; en Orpa het haar skoonmoeder gesoen, maar Rut het haar aangehang. 15 Daarop sê sy: Kyk, jou skoonsuster het omgedraai na haar volk en na haar gode toe; draai om agter jou skoonsuster aan! 16 Maar Rut sê: Moenie by my aandring dat ek u moet verlaat om agter u om te draai nie; want waar u gaan, sal ek gaan; en waar u vertoef, sal ek vertoef: u volk is my volk, en u God is my God. 17 Waar u sterwe, sal ek sterwe en daar begrawe word! Mag die HERE so aan my doen en so daaraan toedoen- net die dood sal skeiding maak tussen my en u. 18 Toen sy sien dat sy vas besluit het om met haar saam te gaan, het sy opgehou om met haar te spreek. 19 En hulle twee het op pad gegaan totdat hulle in Betlehem gekom het.

De oorspronkelijke versie van het vroegere Afrikaanse volkslied, gemaakt door Arnoldus Pannevis, luidt als volgt.

'n Ieder nasie het sy land!
Ons woon op Afrikaanse strand;
vir ons is daar g'n beter grond
op al die wye wêreld rond.
Trots is ons om die naam te dra
van kinders van Suid-Afrika.
 
'n Ieder nasie het sy taal,
ons praat van Kaap tot in Transvaal
wat almal maklik kan verstaan.
Wat gaan die ander tale ons aan?
Ons praat soos pa en oupa-pa,
die landstaal van Suid-Afrika.

Pannevis (1838-1884) was een groot ijveraar voor het Afrikaans als zelfstandige taal. Hij schreef het volkslied nog voor 1875, het jaar waarin op zijn instigatie het Genootskap van Regte Afrikaners (GRA) werd opgericht. Hij wilde het Afrikaans verheffen van ‘kombuistaal’ tot volwassen cultuurtaal. Directe aanleiding tot het oprichten van de GRA was zijn brief uit 1872 aan het ‘Britse en Buitelandse Bybelgenootskap’, waarin hij pleit voor een vertaling van de bijbel in het Afrikaans. Maar de tijd was er nog niet rijp voor. Pannevis mag met ere genoemd worden als vroeg pleitbezorger van het Afrikaans en de Afrikaanse bijbelvertaling.

Johan van Riebeeck had in 1652 namens de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) de nederzetting Kaap de Goede Hoop gesticht als pleisterplaats op de lange reis naar Nederlands-Indië. De Nederlanders die dit 'voedselverversingsstation' bemanden, kwamen in contact met Hottentotten en Bosjesmannen. Door allerlei factoren ontstond een variant van het Nederlands: het Afrikaans. Een ingewikkeld proces van wisselwerking, waarin slaven uit allerlei windstreken en de autochtone bewoners en ook de Statenvertaling een rol speelden. Je kunt stellen dat er geen Afrikaans zou bestaan wanneer er geen Nederlanders naar de Kaap waren gekomen. Het Afrikaans is enerzijds een taal van Afrika, omdat het daar gesproken wordt. Qua structuur is het een Germaanse taal met wortels in het Nederlands van de zeventiende eeuw.

Met de jaren groeide het besef dat het Afrikaans een zelfstandige plaats verdiende naast het Nederlands, vooral in de negentiende eeuw. Pannevis was daarvan een exponent. Het kostte heel wat bloed, zweet en tranen in de strijd met het Britse imperialisme, voor het zover was. Een van de doelstellingen van de Britten was om het Afrikaans te doen verdwijnen. De strijd tegen de Britse overheersing was mede een taalstrijd.

Engels, Engels! Alles Engels!
Engels wat jy sien en hoor;
in ons skole, en ons kerke,
word ons moedertaal vermoor...

Pas in 1925 werd het Afrikaans als zelfstandige, ambtelijke taal erkend naast het Engels. Toen werd de tijd rijp geacht voor een bijbelvertaling in de moedertaal van de Afrikaners. De behoefte aan een eigen vertaling kwam niet voort uit kritiek op de Statenvertaling.De Statenvertaling van 1637 Integendeel, die was heel geliefd. Het probleem lag bij de toenemende onbekendheid met het Nederlands.

Er werd een vertaalcommissie samengesteld die bestond uit vertegenwoordigers van ‘die drie Hollandse kerke in Suid-Afrika’: J.D. Kestell (voorzitter), J.D. du Toit (ook bekend als de dichter Totius), H.C.M. Fourie, E.E. van Rooyen en B.B. Keet. Het uitgangspunt was een letterlijke (concordante) vertaling uit de grondtalen, zoals indertijd bij de Statenvertaling, die als het grote voorbeeld diende. Er werd met name vertaald in het Afrikaans van Transvaal en de Vrijstaat, het ‘Oosgrensafrikaans’. In dit gebied hadden zich tijdens de Grote Trek de Kaapse boeren met hun ossenwagens gevestigd.

De dichter Totius (1877-1953) was op een aantal gebieden toonaangevend in een tijdperk - begin twintigste eeuw - dat belangrijk was voor de bewustwording van het Afrikaanse volk. Niet alleen heeft hij een groot aandeel gehad in de Afrikaanse bijbelvertaling (onder meer als eindredacteur Oude Testament), ook de Afrikaanse psalmberijming van 1937 is zijn werk.

Op 27 augustus 1933 werd de Afrikaanse Bijbel in gebruik genomen. In de gereformeerde kerken van Nederlandse oorsprong - met op dit ogenblik meer dan 5 miljoen leden - werd de Statenvertaling als kanselbijbel vervangen door de Afrikaanse bijbel, en daarmee in de kerkdiensten ook het Nederlands door het Afrikaans. De Afrikaanse bijbelvertaling was daarmee een mijlpaal in de voortschrijdende emancipatie van het Afrikaans en een overwinning op het Britse imperialisme. Op dit ogenblik wordt Afrikaans door ruim 6 miljoen mensen gesproken, van wie de helft kleurling.

Bibliografische referenties

P.J. Nienaber, J.A. Heyl, Die Afrikaanse Bybelvertaling. Kaapstad: Uitgewer Nasionale Boekhandel, 1961. In 1953 werd de vertaling voor het eerst herzien, en in 1983 verscheen een geheel nieuwe vertaling in het Afrikaans.

J.D. du Toit, Die vertaling van die bybel in Afrikaans uitgegee deur die algemene dingaansfeeskommissie van Suid-Afrika. Bloemfontein, z.j.

Heeft betrekking op:

Ruth 1:7-18