Overzicht bijbelboeken

Over > Bijbelse wereld

De antichrist

Het woord ‘antichrist’ betekent letterlijk ‘tegen-Christus’ en komt alleen voor in de eerste twee brieven van Johannes (1 Joh. 2:18, 22; 4:3; 2 Joh. vers 7). De auteur van deze brieven gebruikt het woord in verschillende betekenissen. Allereerst wordt met de ‘antichrist’ de laatste tegenstander van Christus bedoeld, die zal optreden in de eindtijd: ‘U hebt gehoord dat de antichrist zal komen.’ (1 Joh. 2:18; 4:3; 2 Joh. vs. 7). Maar de auteur gebruikt het woord ook in meervoud en met betrekking op het heden: ‘Nu al treden er veel antichristen op’ (1 Joh. 2:18). Hij acht namelijk iedereen ‘die de Vader en de Zoon niet erkent’ een vijand van Christus, en dus een antichrist. Voordat we ingaan op die ‘antichristen’, eerst iets over de antichrist.

Volgens de auteur van 1 en 2 Johannes zal de antichrist van de eindtijd een ‘leugenaar’ zijn, die ontkent dat Jezus de messias is. Hij zal trachten de gelovigen te misleiden en te verleiden (1 Joh. 2:26; 2 Joh. vs. 7). Maar uiteindelijk zal het kwaad verslagen worden en de gelovigen zullen na de wederkomstDe wederkomst van Christus en het laatste oordeel worden zoals Christus (4:17).

De gedachte dat Christus’ wederkomst wordt voorafgegaan door de komst van een ‘grote tegenstander’ is op meer plaatsen te vinden in het Nieuwe Testament. De vroegste traditie treffen we aan in de tweede brief van Paulus aan de Tessalonicenzen (2:3-12). Paulus schrijft daar dat de wederkomst (de ‘dag van de Heer’) voorafgegaan wordt door het optreden van de ‘wetteloze mens’. Deze figuur zal met valse tekenen en wonderen de mensen misleiden, God en alles wat heilig is bestrijden en zichzelf als God voordoen. In het evangelie van Marcus lezen we over het optreden van ‘valse messiassen’ (letterlijk ‘pseudo-Christussen’; 13:22) en ‘valse profeten’, die in de laatste dagen de gelovigen zullen misleiden met tekenen en wonderen. Ten slotte moeten in dit kader ook het ‘beest’ en de ‘leugenprofeet’ uit het bijbelboek Openbaring genoemd worden (Op. 11:7; 13:11; 16:3).

Deze verwachtingen van de vroegchristelijke gemeenschappen gaan allemaal terug op het Oude Testament, in het bijzonder op de profetie van Daniël (9:26-27) over de heidense vorst die de 'verwoestende gruwel'Verwoestende gruwel zal brengen. Verder is er overal het idee aan te treffen dat Satans invloed ten grondslag ligt aan het optreden van de antichrist-figuur en dat er valse profeten zullen zijn die de gelovigen zullen misleiden.

Terug naar de brieven van Johannes. De auteur spreekt, zoals bleek, niet alleen over ‘de antichrist’ van de eindtijd, maar ook over ‘antichristen’ die er in zijn dagen al zijn. Hier worden wellicht de ‘ketters’ bedoeld, met wie de gemeenschap waaraan de brieven gericht zijn te maken had gehad. Deze lieden ontkenden de menswording van Christus en verwierpen waarschijnlijk ook het lijden en de kruisdood van Christus, omdat alleen een mens kan lijden. In de brieven van Johannes wordt deze visie, die – zoals blijkt in 1 Joh. 2:19 – al een ‘kerkscheuring’ teweeggebracht had, ongemeen fel bestreden (1 Joh. 5:6). Aanhangers worden valse profeten en zelfs ‘antichristen’ genoemd.

Maar het gaat nog verder. De ontwikkelingen in de johanneïsche gemeenschap worden geplaatst in het perspectief van de eindtijd: de ontkenners van Jezus’ menswording zijn de voorboden van de komst van de echte antichrist. Hun optreden is het bewijs dat de ‘geest’ van de uiteindelijke antichrist al aan het werk is (1 Joh. 4:3). Daarom is volgens de auteur het ‘laatste uur’ aangebroken (1 Joh. 2:18): de antichrist zal nu spoedig komen en als dat eenmaal gebeurt, laat ook de wederkomst van Christus niet lang op zich wachten.

Zie ook

  • Toon terzijde De dag van de Heer
  • Toon terzijde De wederkomst van Christus
  • Toon terzijde Verwoestende gruwel

Heeft betrekking op:

1 Johannes 2:18, 1 Johannes 4:3, 2 Johannes 1:7