Overzicht bijbelboeken

Kunsten > Beeldende kunst

De apostelen en hun attributen

of: hoe een apostel te herkennen

Anoniem Maasgebied
Christus met apostelen

Twaalf discipelenJezus' discipelen koos Jezus om zijn werk voort te zetten en het evangelie te verspreiden: (Simon) Petrus, Andreas, Jakobus de Meerdere, Jakobus de Mindere, Johannes, Filippus, Bartolomeüs, Matteüs, Tomas, Simon de IJveraar, Judas Taddeüs en Judas Iskariot. Nadat deze laatste Christus had verraden, kozen de overige apostelen Mattias als zijn opvolger (Hand. 1:12-26). Ook Paulus, die in deze rij nog niet voorkomt, wordt als apostel gezien vanwege zijn bekering en zijn verkondiging.

In de vroeg-christelijke kunst komen de apostelen af en toe al voor, vaak als lammetjes afgebeeld, zie Lucas 10:3. Pas in de Middeleeuwen krijgen zij stuk voor stuk kenmerkende attributen toebedeeld. Deze attributen zijn vaak ontleend aan de wijze waarop de betreffende apostel de marteldood gestorven is.

Petrus heeft kort grijs krullend haar en een korte baard, zijn oude gezicht is boers en energiek. De sleutels zijn zijn belangrijkste attribuut, maar hij wordt ook afgebeeld met een omgekeerd kruis, of met een haan die duidt op zijn verloochening van Christus.

Andreas vond de dood op een X-vormig kruis, ook wel Andreaskruis genoemd. Hij wordt voorgesteld als een oude man met wit haar en een baard.

Paulus is in de kunst een korte, kale, boerse man, gewoonlijk met een korte zwarte baard. In latere kunst is hij soms ook een grote man met een witte baard en golvend haar. Zijn attribuut is het zwaard en een boek of een boekrol die verwijst naar zijn brieven.

Jakobus de Meerdere is uitgedost als pelgrim. Middeleeuwse legenden vertellen over zijn evangelisatie in Spanje; Santiago de Compostela werd hierdoor een van de belangrijkste bedevaartsoorden. Hij is te herkennen aan de Jakobsschelp; verder heeft hij een pelgrimsstaf, een breedgerande pelgrimshoed, een knapzak of kalebas en een mantel.

Johannes, die in de beeldende kunst vaak wordt vereenzelvigd met Johannes de evangelist, heeft een boek of boekrol bij zich. Zijn evangelistensymbool is een adelaar en hij houdt een kelk in de hand waaruit een slang kruipt. Dit laatste heeft betrekking op de legende waarin Johannes dankzij zijn geloof het leegdrinken van een gifbeker overleeft.

Jakobus de Mindere wordt ook wel de broer van Jezus genoemd (Matteüs 13:55, Marcus 6:3, Galaten 1:19). Hij werd op het hoofd geslagen met zijn attribuut, een grote knuppel.

Filippus stierf de kruisdood aan een T-vormig kruis. Hij is te herkennen aan de kruisstaf die hij gewoonlijk in de hand heeft.

Bartolomeüs werd levend gevild aan het eind van zijn zendingswerk. Hij wordt afgebeeld als een wat oudere man met donker haar en een baard, met als attribuut het mes waarmee hij gevild werd.

Matteüs wordt meestal geïdentificeerd door zijn evangelistensymbool, een engel. Een boek, pen en inktpot duiden ook op het schrijverschap. Een beurs duidt op zijn vroegere beroep, tollenaar. Hij vond de marteldood door onthoofding; hierop duidt een bijl of hellebaard.

De ongelovige Tomas is te herkennen aan een tekendriehoek en liniaal. Hij wordt ook wel neergezet met zijn martelwerktuig, een speer of dolk, of met een gordel die hij van Maria zou hebben gekregen bij haar hemelvaart.Het leven van Maria

Simon de IJveraar werd doormidden gezaagd of stierf aan het kruis. Al naar gelang de legende over zijn dood wordt hij afgebeeld met een kruis of met een zaag.Simon de IJveraar

Over de marteldood van Judas Taddeüs werd men het ook niet helemaal eens. Hij wordt wel afgebeeld met een knots, een hellebaard of een lans.

Mattias kwam door steniging om het leven. Hij is te herkennen aan een steen en aan het vrij algemene apostelattribuut: een boek.

Zie ook

  • Toon terzijde Het uiterlijk van Petrus en Paulus
  • Toon terzijde De vier evangelisten

Bibliografische referenties

Louis Goosen, Van Andreas tot Zacheüs. Thema's uit het Nieuwe Testament en de apocriefe literatuur in religie en kunsten. Nijmegen: SUN, 1992

Heeft betrekking op:

Matteüs 10:2, Handelingen 1:26, Handelingen 6:2, Galaten 1:19, Judas 1:17