Overzicht bijbelboeken

Kunsten > Beeldende kunst

De drie koningen

Dieric Bouts
De aanbidding der wijzen, vierde paneel uit 'De vier taferelen uit het leven van Maria'

Terwijl de Nieuwe Bijbelvertaling over ‘magiërs uit het Oosten’ spreekt die de nieuwgeboren koning willen zien en de Statenvertaling over ‘enige wijzen’, heeft men toch doorgaans een bezoek van drie koningen voor ogen. Deze voorstelling is in sterke mate gevormd door de beeldende kunsten waar bijna altijd drie koningen uitgebeeld zijn.

Het getal drie is afgeleid uit het aantal geschenken dat ze meebrengen: goud, wierook en mirre. Deze geschenken zijn zo waardevol en hebben zoveel koninklijke allure dat men zich haast niet kon voorstellen dat ze door minderen dan koningen werden gegeven. De bezoekers in de stal zijn dan ook voorgesteld in uiterst rijke kleding, vaak voorzien van kronen of andere waardige hoofddeksels, die ze als teken van eerbied voor de nieuwe koning afnemen. Vaak lijkt het erop dat kunstenaars probeerden het contrast tussen de rijke bezoekers en de armoedige omstandigheden van Jezus' geboorte zo schril mogelijk uit te beelden om de nederigheid van Gods zoon te beklemtonen.

Het aantal drie was vervolgens aanleiding om de bezoekers nog meer symboolgehalte mee te geven. Vaak zien we dat de koningen verschillende leeftijden hebben. Een jonge man, een man in beste jaren en een oude man komen om het kind te aanbidden – verleden, heden en toekomst, alle tijden bidden tot het kind. Kerkvader Augustinus heeft geopperd dat de magiërs uit het zuiden, westen en noorden kwamen, als vertegenwoordigers van de toen bekende werelddelen: Azië, Afrika en Europa. Zo onderwerpen alle volken en alle tijden zich aan de nieuwgeboren koning. De verwijzing naar de verschillende continenten wordt ook aangeduid met verschillende huidskleuren. Eén van de koningen is dan zwart, een ander donker en de derde blank. Ook hun rijdieren wijzen vaak op de verschillende landen van herkomst: de Afrikaan komt met een kameel, de Aziaat met een olifant en de Europeaan rijdt op een gewoon paard.

Al sinds de zesde eeuw meent men ook de namen te kennen van de drie: Caspar, Melchior en Baltasar; alleen de identificatie van wie wie is, kon variëren. Uiteindelijk is ook het stoffelijk overschot van de drie gevonden en in de twaalfde eeuw van Milaan naar Keulen overgebracht. Sindsdien worden ze in de Dom in Keulen bewaard in een bijzonder rijk versierde reliekschrijn, die het doel van menige pelgrimsreis ook vanuit de Nederlanden is geweest.

Onbekend
Drie Koningen

Zie ook

  • Toon terzijde Driekoningen

Heeft betrekking op:

Matteüs 2:1-12