Overzicht bijbelboeken

Over > Hoofdpersonen

De farao van Egypte

In het eerste deel van het boek Exodus (hoofdstuk 1-15) speelt de Egyptische farao een hoofdrol: hij is de grote tegenstander. De farao is een eerste personificatie van alle aardse machten die zich - tevergeefs - sterk maken om het uitverkoren volk te elimineren. In feite bindt hij, namens de goden, de strijd aan met de God van Israël. Dat de krachtmeting inderdaad op dit niveau plaatsvindt, wordt o.a. duidelijk in de woorden die Mozes en Aäron hem namens de HEER toevoegen (Ex. 10:3): 'Dit zegt de HEER, de God van de Hebreeën: Hoe lang blijft u nog weigeren u aan mij te onderwerpen? Laat mijn volk gaan om mij te vereren.' Wanneer de farao met zijn hele legermacht ten slotte omkomt in de Rietzee, wordt de overwinning ook bezongen als zege van de HEER op de andere goden (Ex. 15): 'Wie onder de goden is uw gelijke, HEER? Wie is uw gelijke, zo ontzagwekkend en heilig, wie dwingt zoveel eerbied af met roemrijke daden, wie anders verricht zulke wonderen?' (vs. 11)

In de bijbel heeft de farao geen naam. Bijbelgeleerden hebben tal van mogelijke ‘kandidaten’ genoemd, variërend van koningin Hatsjepsoet tot farao Merneptah. De meeste geleerden identificeren hem echter als de beroemde Ramses II (1290-1224 v. C.). Zie De uittocht uit Egypte.

Heeft betrekking op:

Exodus 3:10, Exodus 1:8, Exodus 5:1-2, Exodus 14:28