Overzicht bijbelboeken

Cultuur > Zegswijzen

De HEER heeft gegeven, ...

Vrome uitspraak bij het verlies van een dierbare door de dood.

Als Job de ene na de andere klap moet incasseren en in korte tijd alles kwijtraakt, is zijn reactie: 'Naakt ben ik uit de schoot van mijn moeder gekomen en naakt zal ik in haar schoot terugkeren. De HEER heeft gegeven, de HEER heeft genomen, de naam van de HEER zij geprezen.' (Job 1:21)

In orthodoxe kringen wordt dit wel als een voorbeeldige reactie gezien. Op de site van de Reformatorisch Maatschappelijke Unie wordt het voorbeeld van Job aangehaald omdat het laat zien 'dat ook in zeer moeilijke situaties niet de vlucht (suïcide) maar de toevlucht (tot God) de aangewezen weg is'. Terwijl de vrouw van Job hem adviseert: 'Vervloek God en sterf' (2:9) - waarmee zij 'kennelijk doelt op zelfmoord', geeft Job 'het prachtige geloofsantwoord: "Zouden wij het goede van God ontvangen en het kwade niet ontvangen?" (2:10) En ondanks alle beproevingen heeft Job, die toch een voorbeeld is voor gelovigen in nood en aanvechting, de Heere nooit verzocht om hem maar weg te nemen.'

De 19e-eeuwse schrijver Multatuli had grote moeite met deze vroomheid, die hij als laf bestempelde. De HEERE heeft gegeven, de HEERE heeft genomen ... waarom - zo schreef hij ergens - lees je dan nooit eens: 'maar wij laten het er niet bij zitten!' (De exacte vindplaats van deze uitspraak van Multatuli is ons niet bekend. In Ideën I, nr. 176, lezen we in een vergelijkbare context - over het berusten in Gods wil - wel de volgende zin: 'Nooit heb ik in den oprechten Haarlemmer, die zoo byzonder ryk is in zulke vrome ontboezemingen, gelezen: ons kindje stierf, maar we laten 't er niet by.')

"Het derde en vijfde kind stierven jong respectievelijk zeer jong; ze werden omstreeks acht en nog niet één. De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen, de naam van de Here zij geprezen." (N. Matsier, Gesloten huis, 1995, p. 150)

Zie ook

  • Toon terzijde Guido Gezelle - Zielgedichtjes

Heeft betrekking op:

Job 1:21