Overzicht bijbelboeken

Letteren > Bijbelvertalingen

De joodse bijbelvertaling van Onderwijzer van 1901

De Tenach, de joodse Hebreeuwse bijbel, bevat dezelfde boeken als een protestants of rooms-katholiek Oude Testament, maar in een andere volgorde. De Tenach bestaat uit drie delen: de Tora (de 5 boeken van Mozes), de Profeten en de Geschriften. Het Nieuwe Testament en de deuterocanonieke boeken maken geen deel uit van de joodse Bijbel.

Zolang het joodse volk het Hebreeuws beheerste, bestond er uiteraard geen noodzaak voor een bijbelvertaling. Hebreeuws was immers de omgangstaal en tegelijk de taal waarin de boeken van het Oude Testament waren geschreven. Door de Babylonische ballingschap (586-538 voor Christus) werd het Hebreeuws als voertaal vervangen door het Aramees. Daardoor ging de kennis van het Hebreeuws snel achteruit. Door die gebrekkige kennis van het Hebreeuws konden de jongere generaties de voorlezing van de Tora in de synagoge niet meer goed volgen.

Daarom werd in de tijd van de priester Ezra (terugkeer 458 voor Chr.) het gebruik ingevoerd om eerst twee maal de Hebreeuwse tekst te lezen en dan pas de Aramese vertaling. We kunnen dus voor het eerst van een bijbelvertaling spreken sinds Ezra. De vertaling mag in de joodse opvatting nooit in de plaats komen van de grondtekst. In zijn tijd ontstond ook het joodse principe dat bij een bijbelvertaling altijd de Hebreeuwse tekst moet worden afgedrukt. Door deze maatregelen probeerde men de kennis van het Hebreeuws te bevorderen.

De oudste vertalingen uit het Hebreeuws zijn dus in het Aramees. Een vertaling in het Aramees wordt targoem genoemd (meervoud: targoemiem). De oudste Aramese vertaling van de Tora is de targoem Onkelos; de vertaling van de Profeten is de targoem Jonathan. Deze vertalingen zijn voor de joden altijd gezaghebbend gebleven. Na de komst van het Griekse wereldrijk en de verbreiding van het Grieks als spreektaal, ook onder de in Alexandrië en Cairo wonende Joden, ontstond de eerste Griekse vertaling van het Oude Testament, de SeptuagintaSeptuagint (ca 260 voor Chr.). De verschijning van deze vertaling werd door de Joden in Judea als een zwarte dag beschouwd. De angst was dat de vertaling de plaats van de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst zou gaan innemen.

In het Nederlands verschenen van joodse zijde in de negentiende en twintigste eeuw verscheidene vertalingen van de Hebreeuwse bijbel of gedeelten daaruit. Zo verzorgde S.I. Mulder in 1826 een Nederlandse vertaling van de vijf boeken van Mozes en de erbij behorende Haftarot. Van de opperrabijn Abraham Samson Onderwijzer (1862-1934) verscheen tussen 1895 en 1901 een andere vertaling van de Tora, getiteld Nederlandsche vertaling van den Pentateuch benevens eene Nederlandsche verklarende vertaling van Rashie's Pentateuch-commentaar. In dit vijfdelige werk beoogde hij een zo getrouw mogelijke, voor de leek begrijpelijke vertaling van het bijbelwoord te geven.

Onderwijzer voegde aan de vertaling van het boek Deuteronomium een artikel toe over “Rashie’s leven en werken, ter inleiding van de verklarende vertaling van Rashie’s Pentateuch-commentaar.” Rashie was een beroemde joodse rabbijn, die leefde van 1040 tot 1105. Zijn schriftverklaringen werden hoog gewaardeerd vanwege de nauwgezette exegese. Onderwijzer gaat in dit artikel in op het leven en werk van Rashie. Hij wil de betekenis van Rashie duidelijk maken voor wie geen Hebreeuws kent. Alleen wanneer men een goed begrip heeft van de bijbelse tekst, kan men Rashie volgen. Wel zag hij zich genoodzaakt op tal van plaatsen van de bestaande vertaling af te wijken.

Onderwijzer bracht een concordante (woord voor woord) vertaling van Rashie. Daarop aansluitend gaf hij een verduidelijking van die vertaling. Hij plaatste tussen haakjes toevoegingen als aanvulling en tot slot verklarende aantekeningen op de tekst. Deze grondige methode is nogal ingewikkeld. In Onderwijzers eigen tijd is het niet tot een tweede druk van zijn vertaling gekomen. Pas veel later is zijn vertaling herdrukt en ze is nog steeds verkrijgbaar. Men vond het tot nu toe niet nodig zijn vertaling te vervangen door een meer moderne vertaling van Rashie.

Onderwijzer heeft met zijn vertaling van Rashie’s commentaar op de Tora een werk gemaakt dat in Nederland niet is overtroffen. Het werd betiteld als het “belangrijkste monument op het gebied van de joodse wetenschap, dat het vooroorlogse jodendom ons heeft gelaten.” De betekenis van Abraham Onderwijzer voor de joodse cultuur was groot. Hij geldt mede door zijn Rashie-vertaling als de leider van het Nederlandse orthodoxe jodendom tussen de twee wereldoorlogen.

Bibliografische referenties

R.C. Musaph-Andriesse, 'De Joodse bijbelvertalingen', in: A.W.G. Jaakke en E.W. Tuinstra (red.), Om een verstaanbare bijbel. Haarlem/Brussel, 1990, p. 183-199.

Heeft betrekking op:

Exodus 1:1-5