Overzicht bijbelboeken

Letteren > Bijbelvertalingen

De Leidse Willeram (ca. 1100)

Na de Wachtendonckse psalmenPsalm 019 in Wachtendonckse vertaling (ca. 950) uit de 10e eeuw is de Leidse Willeram de tweede omvangrijke tekst in het Oudnederlands die ons is overgeleverd.
De Leidse Willeram is een Nederlandse bewerking van een Duitse parafrase van Hooglied, die omstreeks 1060 werd opgesteld door Williram, abt van Ebersberg in Beieren. Williram schreef een commentaar op het Hooglied in drie kolommen: links een herdichting in het Latijn, in het midden de Latijnse bijbeltekst en rechts zijn commentaar in het Duits en Latijn. De bewerking die een Hollandse scribent rond 1100 daarvan maakte in de abdij van Egmond, is bewaard gebleven en ligt sinds 1597 in de universiteitsbibliotheek van Leiden. Daarom wordt deze tekst zowel de Egmondse als de Leidse Willeram genoemd (met de vernederlandsing 'Willeram' voor 'Williram'). De Nederlandse bewerker heeft de drie teksten niet meer in kolommen gezet, maar na elkaar, waardoor er een apart Nederlandstalig commentaardeel ontstond. Daarbij heeft hij sommige woorden in het Oudnederlands omgezet, andere in het Oudhoogduits laten staan.

Het eerste vers van Hooglied 3 luidt in de Willeram als volgt:

Thes naghtes an minemo beddo vortheroda ich minen wino. Ich vortheroda hine ande ne vand sin niet.

Bibliografische referenties

Nicoline van der Sijs, Calendarium van de Nederlandse taal. De geschiedenis van het Nederlands in jaartallen, Den Haag: Sdu Uitgevers, 2006, p. 35.

Heeft betrekking op:

Hooglied 3:1