Overzicht bijbelboeken

Letteren > Bijbelvertalingen

De Liesveltbijbel van 1526

Tot aan het begin van de zestiende eeuw waren alle in het Nederlands verschenen bijbelvertalingen in feite deelvertalingen: ze bevatten niet alle 66 canonieke bijbelboeken. In 1526 komt daar verandering in als drukker/uitgever Jacob van Liesvelt, aanhanger van de protestantse beweging, de eerste volledige bijbel in de volkstaal uitbrengt.

Liesvelts uitgave is gebaseerd op de vertaling van Luther. Die was in 1521 begonnen met het vertalen van het Nieuwe Testament uit de grondtekst. En in 1526 was hij met het Oude Testament gevorderd tot en met Hooglied. In de eerste druk van de Liesveltbijbel zijn de resterende bijbelboeken vertaald uit de Vulgaat. De vertalers die Liesvelt in dienst had, hebben een aantal nieuwe woordenNieuwe woorden in de Liesveltbijbel in onze taal geïntroduceerd, die inmiddels tot onze dagelijkse woordenschat behoren, zoals beroemd, burgerrecht, postbode, vaderland, vreemdeling en zuigeling.

Liesvelt nam in zijn bijbel houtsneden op die afkomstig waren uit de Lutherbijbel. Het bezit en gebruik van een bijbel was voor de aanhangers van het Lutheranisme, die zich hadden losgemaakt uit de rooms-katholieke wereld, nagenoeg vreemd. Later in de zestiende eeuw verdwijnen de illustraties uit de reformatorische bijbels; de gevorderde bijbellezer had aan de tekst voldoende.

In de loop der jaren verzorgt Jacob van Liesvelt een aantal nieuwe drukken van zijn bijbel, waarin hij zowel het aantal illustraties, alsook de aan Luther ontleende kanttekeningen geleidelijk uitbreidt. In 1535 was het Oude Testament helemaal naar Luther, inclusief zijn proloog, waarin deze ervoor waarschuwt het Oude Testament niet achter te stellen bij het Nieuwe Testament. 'Dat Oude Testament is ons als die Wendel-doecken, daer Christus in ghewonden leyt.'

Zowel Liesvelt als zijn klanten namen een groot risico met deze bijbel. Menig gereformeerd christen heeft het bezit van een Liesveltbijbel met de marteldood moeten bekopen. Al in 1536 ontving een handlanger van de Antwerpse justitie een vergoeding van 22 schellingen en 6 penningen voor het verbranden van bijbels uitgegeven door Jacob van Liesvelt. Ook Liesvelt zelf is om zijn bijbeluitgave het doelwit geworden van de inquisitie. In 1545 werd hij gearresteerd omdat in de kanttekeningen van zijn laatste druk was gesteld 'dat de salicheit der menschen alleen compt door Jesum Christum.' Op 28 november 1545 wordt hij in Antwerpen onthoofd.

Abraham Kuyper heeft in later eeuwen de betekenis van de bijbel van Jacob van Liesvelt in treffende bewoording omschreven: 'Die Bijbel is het over wiens bladen onze vaderen hunne tranen geweend, hunne bange zuchten geslaakt hebben; hij was de schuw verholen vriend hunner eenzame uren, het gouden kleinood, waarvoor goed en bloed werd veil geboden, en dat die wondere kracht wist in te storten, die het sterven van den martelaarsdood met fieren moed braveren deed.'

Bibliografische referenties

C.C. de Bruin, De Statenbijbel en zijn voorgangers. Nederlandse bijbelvertalingen vanaf de Reformatie tot 1637. Haarlem, 1993 (2e dr.), p. 161-169.

Heeft betrekking op:

1 Petrus 1:1