Overzicht bijbelboeken

Letteren > Bijbelvertalingen

De Nieuwe Bijbelvertaling

Sijbolt Noorda

Openbaring 4, gelezen door Sijbolt Noorda

1 Hierna had ik een visioen. Er stond een deur open in de hemel. De stem die me eerder had toegesproken met het geluid van een bazuin, zei nu: 'Kom hierboven, dan laat ik je zien wat er hierna gebeuren moet.' 2 Op hetzelfde moment raakte ik in vervoering. Er stond een troon in de hemel en daarop zat iemand. 3 Degene die daar zat had een uiterlijk als van jaspis en sarder, en rond de troon was een regenboog die eruitzag als smaragd. 4 Om de troon heen stonden vierentwintig andere tronen, waarop vierentwintig oudsten zaten. Ze droegen witte kleren en hadden een gouden krans op hun hoofd. 5 Van de troon gingen bliksemschichten uit en donderslagen en groot geraas. Voor de troon brandden zeven vurige fakkels; dat zijn de zeven geesten van God. 6 Ook lag er voor de troon iets als een zee van glas, van kristal. Midden voor de troon en eromheen waren vier wezens, die van voren en van achteren een en al oog waren. 7 Het eerste wezen zag eruit als een leeuw en het tweede als een jonge stier; het derde had een gezicht als een mens en het vierde leek een vliegende adelaar. 8 Elk van de vier wezens had zes vleugels, met overal ogen langs de randen en aan de binnenkant. Dag en nacht herhalen ze: 'Heilig, heilig, heilig is God, de Heer, de Almachtige, die was, die is en die komt.' 9 Telkens als deze wezens lof, eer en dank brengen aan degene die op de troon zit en die tot in eeuwigheid leeft, 10 werpen de vierentwintig oudsten zich neer voor hem die op de troon zit, en aanbidden hem die leeft tot in eeuwigheid, en leggen hun kransen voor zijn troon met de woorden: 11 'U komen alle lof, eer en macht toe, Heer, onze God, want u hebt alles geschapen: uw wil is de oorsprong van alles wat er is.'

In de afgelopen decennia groeide binnen verschillende kerken en onder veel bijbellezers behoefte aan een nieuwe eigentijdse bijbelvertaling. De concrete vraag naar een nieuwe bijbelvertaling werd gesteld tijdens de Alverna-conferentie in 1989, die door de Raad van Contact en Overleg betreffende de Bijbel (RCOB) belegd was. In deze Raad zijn verschillende kerkgenootschappen vertegenwoordigd. Maar er bleek zelfs een breder draagvlak: niet alleen protestantse kerken en de Rooms-Katholieke Kerk achtten een gemeenschappelijke nieuwe bijbelvertaling van groot belang, ook in de joodse gemeenschap bestond belangstelling voor een nieuwe vertaling van de Tenach. Uiteindelijk zijn zo'n 23 kerken en geloofsgemeenschappen betrokken bij dit vertaalproject.

De samenwerking tussen leden van zoveel en zo sterk uiteenlopende kerkgenootschappen betekent dat de NBV de eerste interconfessionele vertaling is het Nederlands, een unicum. Tot nu toe was iedere vertaling óf rooms-katholiek óf protestants óf Joods, dus gebonden aan een bepaalde kerkelijke richting. Bij de Statenvertaling van 1637De Statenvertaling van 1637 werd zelfs expliciet de eis gesteld dat de vertalers onkreukbare gereformeerde theologen dienden te zijn.

Met de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) is in 1993 een begin gemaakt door het Nederlands Bijbelgenootschap, in samenwerking met de Katholieke Bijbelstichting, de Vlaamse Bijbelstichting en het Vlaams Bijbelgenootschap. Het is dus een nieuwe bijbelvertaling voor het hele Nederlandse taalgebied. Aan de vertaling van de NBV is ruim tien jaar gewerkt. Dat lijkt lang, maar die tijd was nodig om een goede vertaling te kunnen waarborgen. In totaal zijn er 77 boeken vertaald, waarvan 11 deuterocanoniek. Dat bijbelvertalen geen eenvoudige en daardoor langdurige zaak is, laten ook eerdere vertaalprojecten zien. In het begin van de zeventiende eeuw verstreken bijna 20 jaar tussen het besluit tot de Statenvertaling en de verschijning ervan. En de Nieuwe Vertaling 1951 verscheen veertig jaar nadat de eerste teksten werden vertaald.

Bijzonder aan de NBV is dat zij niet aanleunt tegen een andere vertaling. De Statenvertaling nam nogal wat over van de 'Deux-Aes'-vertalingDe Deux-Aesbijbel van 1562 van 1562. Op de synode van Dordrecht van 1618-19 werd dit zelfs expliciet genoemd: de vertalers dienden het goede van de Deux-Aes over te nemen. De vertaling van het NBG 1951 heeft op haar beurt weer veel van de Statenvertaling. Bij de NBV is dit niet het geval. Het is een geheel nieuwe vertaling zonder schatplichtig te zijn aan een voorgangster.

De NBV wil recht doen aan de talen waarin de Bijbel is geschreven: Hebreeuws, Aramees en Grieks. Er is geprobeerd de inhoud én de oorspronkelijke tekstkenmerken te bewaren. Daarvoor gebruikt men de term brontekstgetrouw. Dit is op zich niet bijzonder; ook de Statenvertaling is brontekstgetrouw vertaald. Maar bij die vertaling maakte men de doeltaal - het Nederlands - ondergeschikt aan de tekstgetrouwheid. Voorop stond een nauwgezette vertaling uit de grondtalen van de bijbel. Als er in het Grieks stond: "Hij sprak, zeggende: ", dan vertaalde men dat ook, al zei niemand dat zo in het Nederlands van toen.

De taal verandert. Voor de komende generaties mag de Bijbel geen gesloten boek zijn. Vandaar dat de NBV het doeltaalgerichte zo nadrukkelijk voorop stelt. Ook dat is niets nieuws. Luther vertaalde vooral doeltaalgericht. Hij hield er rekening mee, dat de lezers van zijn bijbelvertaling voor het eerst met een bijbel in de volkstaal in aanraking kwamen. Ook zijn kanttekeningen geven daar blijk van. De LiesveltbijbelDe Liesveltbijbel van 1526 van 1526 is een rechtstreekse vertaling van de Lutherbijbel.

Bij de NBV is veel aandacht besteed aan het Nederlands. Dit moest toegankelijk en hedendaags zijn, en bij uitstek geschikt om voor te lezen. Hieraan hebben naast Nederlanders ook talrijke Vlaamse supervisoren en een Vlaams lezerspanel een belangrijke bijdrage geleverd. Vele Nederlandse en Vlaamse schrijvers en dichters hebben een inbreng gehad. Het resultaat is een literair verantwoorde vertaling. De Nieuwe Bijbelvertaling wil op die manier kerk- én cultuurbijbel zijn. Het feit dat de NBV, die ook van deze website de ruggengraat vormt, tegelijk brontekstgetrouw en doeltaalgericht wil zijn is uniek in de geschiedenis van de bijbelvertalingen.

Heeft betrekking op:

Openbaring 4:1-11