Overzicht bijbelboeken

Letteren > Bijbelvertalingen

De nieuwe Friese bijbelvertaling van 1978

De twadde brief fan Petrus 3:1-7

1 Freonen, dit is no al de twadde brief, dy’t ik jimme skriuw; yn dy brieven moanje ik jimme, om dêrmei it suvere ynsloch wekker te hâlden. 2 Tink om ‘e wurden, dy’t de hillige profeten eartiids sprutsen hawwe, en it gebod fan ús Hear en Ferlosser, dat de apostels jimme trochdien hawwe. 3 Dit foaral moatte jimme witte, dat yn ‘e lêste dagen spotters mei hunende wurden komme sille, dy’t nei har eigen begearten libje 4 en sizze: Hoe sit it no mei de belofte dat Hy komme soe? Sûnt de foarâlden rêst binne, bliuwt alles mar by ’t âlde, lykas it fan it begjin fan ‘e skepping ôf west hat. 5 As se dêr op út wolle, ferjitte se ommers dat der yn âlde tiden ek al in himel wie en in ierde, út wetter en troch wetter foarme troch it wurd fan God, 6 en dat dy wrâld fan doe troch deselde oarsaken fergien is, mei’t er ûnder wetter set waard. 7 De himel en ierde fan no binne troch itselde wurd bewarre om ferbrând te wurden de deis fan it oardiel en fan ‘e ûndergong fan ‘e goddeleazen.

Sinds 1943 was Friesland een eigen bijbelvertaling rijk, die van Wumkes-Folkertsma. In het begin van de zestiger jaren was deze vertaling uitverkocht. Er waren 40.000 exemplaren over de toonbank gegaan. De vraag drong zich op: hoe nu verder? Een herdruk of een nieuwe vertaling?

In 1966 kwam deze vraag aan de orde op een brede vergadering met vertegenwoordigers van het NBG (Nederlands Bijbelgenootschap), de KBS (Katholieke Bijbelstichting), it KFS (Kristlik Frysk Selskip), it Roomsk Frysk Boun en de Kerken in Friesland. Daar viel toen het besluit om aan te sturen op een nieuwe interkerkelijke bijbelvertaling. Dit besluit werd overgenomen door bijna alle Friese kerkgenootschappen en de NGB en de KBS. Het provinciaal bestuur van Friesland zegde een forse subsidie toe.

In de negentiende eeuw was de Friese bijbelvertaling nog een particuliere aangelegenheid. In de eerste helft van de twintigste eeuw werd het een verenigingszaak. En vervolgens werd het een zaak van de kerken in Friesland, waar ook de overheid het hare aan bijdroeg, namelijk de kosten van het secretariaat.

Besloten werd tot een dynamisch-equivalente vertaling, in tegenstelling tot de vertaling van Wumkes-Folkertsma die concordant was. Het mocht geen in het Fries verklankt Hebreeuws of Grieks worden; de bedoeling van de tekst moest in gangbaar Fries worden vertaald.

De volgende werkmethode werd gevolgd: een theoloog maakte ontwerpvertaling. Die ging naar de frisicus. Na bestudering bogen ze zich samen over de tekst. Waren ze tot een besluit gekomen, dan ging hun vertaling naar de secretaris, die zelf ook vertaler was en bij wie het werk van alle ploegen binnenkwam. Deze gaf zijn commentaar en ging na of iedereen zich aan de gemaakte afspraken hield. Daarna werd de concepttekst vastgesteld en aan alle medewerkers, vertalers, frisici en supervisoren gestuurd. Alle ingekomen op- en aanmerkingen werden door de secretaris verwerkt, waarna de definitieve tekst werd vastgesteld.

Op 1 januari 1968 draaiden alle drie vertaalploegen van het oude testament en drie van het nieuwe testament met drie theologische en twee taalkundige supervisoren. Een centrale rol was weggelegd voor de secretaris ds. B. Smilde die alle vertaalde teksten onder ogen kreeg en controleerde. Door hem ontstond er eenheid in het vertaalwerk. Voorop stond de eis van gangbare taal, een taal die bij hoorders en lezers overkomt als vertrouwd en eigen, maar daarnaast deed de literaire traditie zich gelden en ook wel eens de gevoelswaarde die de woorden uit de Wumkes-Folkertsma-vertaling bij de Friese bijbellezers hadden gekregen.

Belangrijk was het werk van de advies- en leescommissie. Ze bestond uit niet-theologen, gewone gemeenteleden, ook randkerkelijken. De vertaling diende ook missionair te zijn. De eerste taak was na te gaan: is deze taal ons eigen? De leescommissie kwam uit heel Friesland en was van alle leeftijden.

In mei 1978 was de nieuwe Friese bijbelvertaling bijbel klaar. Het was de eerste vertaling van de hele bijbel – inclusief de deuterocanonieke of apocriefe boeken van de kerken van de reformatie en de rooms-katholieke kerk. Verder is ze de eerste bijbel die door de Friese kerken zelf grotendeels is betaald. Dat is bij een bijbelvertaling in Nederland nog nooit gebeurd. Ten slotte is ze de eerste bijbelvertaling sinds de Statenvertaling van 1637 waaraan de overheid heeft bijgedragen, in dit geval de Friese overheid.

Bibliografische referenties

Bibel ut de oarspronklike talen op ‘e nij yn it Frysk oerset yn opdracht fan it Nederlands Bijbelgenootschap en de Katholieke Bijbelstichting en ûnder ferantwurdlikens fan de Stifting Ynterstjerklike Kommisje foar de Nije Fryske Bibeloersetting. 1978.

M.J. de Haan, B. Smilde, Y. Schaaf, Een nieuwe Friese bijbelvertaling. Toelichting, in opdracht van de Interkerkelijke Kommissie voor de Nieuwe Friese Bijbelvertaling. (Fryske Akademy nr. 535) Leeuwarden: Friese Pers Boekerij, 1981.

Heeft betrekking op:

2 Petrus 3:1-7