Overzicht bijbelboeken

Kunsten > Beeldende kunst

De raad van oudsten

Jacob de Wit
Mozes kiest de zeventig Oudsten uit het volk Israël

Een aantal keren wordt in het Oude Testament een raad van oudsten aangewezen die namens het volk Israël moet optreden of advies moet geven bij belangrijke beslissingen. De eerste bijeenkomst van dit 'college van bestuur' wordt door God zelf belegd: Mozes krijgt opdracht om samen met Aäron, diens zonen Nadab en Abihu, en zeventig oudsten de Sinai te bestijgen (Ex. 24:1en 9). In Num. 11:24-27 wordt bericht hoe Mozes opnieuw de zeventig oudsten bij elkaar brengt voor het heiligdom en hoe ze geïnspireerd door Gods Geest beginnen te profeteren. Ook later ten tijde van de profeet Ezechiël spelen de zeventig oudsten nog een rol.

De vroedschapskamer van het voormalige stadhuis in Amsterdam, het tegenwoordige Paleis op de Dam, wordt gesierd door een monumentaal schilderij van meer dan 5 meter hoog en 12,5 meter breed, waarop dit college van zeventig oudsten is voorgesteld. Levensgroot in het midden staat Mozes met uitgestrekte armen, omringd door de oude mannen, die hun verschillende reacties vaak in grote gebaren tot uitdrukking brengen. Links rijzen dreigende wolkenluchten op over het Sinaïgebergte. Achter Mozes is de tabernakel of ark van het verbond te zien, waaruit rook opstijgt. Duidelijk zichtbaar is dat de buitenste omheining opgetrokken uit doeken de hogere tent in het midden afschermen.

Rechts op een heuvel staan de tenten van de Israëlieten, en jongere mannen die het gebeuren gadeslaan. Tussen de toeschouwers valt één gezicht bijzonder op. Tussen de twee palmbomen staat een rijtje van drie mannen waarvan de middelste ons direct aankijkt. Zowel zijn zwarte kleding en vooral zijn kapsel vallen uit de toon in vergelijking met de in oriëntaalse gewaden geklede Israëlieten met tulbanden op hun hoofden. Men neemt daarom aan dat hier de kunstenaar zelf is binnengeslopen.

De inhoud van de voorstelling is direct gerelateerd aan de functie van de ruimte als vroedschapskamer. In Num. 11:24-27 wordt beschreven hoe God in een wolk afdaalt naar zijn tent en de verzamelde oudsten vervult met de Geest. De aanwezigheid van de bezielende Geest zullen de vroedschapsleden zeker als voorbeeld voor hun eigen functioneren als adviseurs van de burgemeesters hebben ervaren.

Kort na de oplevering in 1738 gaf het schilderij al aanleiding tot kreten van bewondering:

Wie roept niet: wondere Kunst! my dunkt hier niet te zyn
In de Amstel-Stad, maer in de Arabische Woestyn.
(Braamcamp)

Zie ook

  • Toon terzijde De vroedschapskamer in het stadhuis van Amsterdam

Bibliografische referenties

Jacob de Wit. De Amsteltitiaan / Jacob de Wit. The Titian of the Amstel. tent. cat. Amsterdam, Paleis op de Dam, 1986, p. 35-49.

Heeft betrekking op:

Exodus 24:1, Deuteronomium 31:9, Ezra 10:16, Numeri 11:24, Ezechiël 9:6